Leens

Sanneke van Hassel en ik waren in Leens, in Groningen, niet ver van het Lauwersmeer. Net buiten dat dorp staat Oosterhouw, een oude notariswoning, waar C.O. Jellema tot zijn dood woonde met tuinarchitect Klaas Noordhuis. De laatste woont er nog steeds. We waren daar omdat Sanneke een bijzondere plek wilde voor een door Stichting Lezen gearrangeerde schrijversontmoeting. Klaas heeft een corgi, die liefkozend ‘Bosie’ genoemd wordt. Het beest ging onmiddellijk bij Sanneke zitten piepen en treurig kijken en sprong daarna naast haar op de bank. Ik zat er twee meter vandaan, op een stoel. Toen Klaas de kamer uitging om koffie te halen, zei ik: 'Dat zit me helemaal niet lekker, dat die rare hond zo bij jou gaat liggen.’ Sanneke keek me aan en antwoordde: 'Ja, dat dacht ik al.’
Niet veel later was de koffie op en gingen we een rondje lopen in de tuin van duizend vierkante meter groot; een nogal eclectisch geheel van strak - bijna barok -, Japans en een onvervalste Groningse slingertuin. Het was heel erg herfst, de wind loeide, regen dreigde, een pauw klaagde. Dat laatste deed me het verhaal vertellen van de mevrouw die bozig reageerde op een column waarin ik een pauw in augustus liet klagen, dat kon niet, vond zij, die roepen alleen in de paartijd en zij kon het weten want hield al een jaar of veertig pauwen. Klaas was het met haar eens. 'Maar je hoort die pauw toch net roepen?’ zei ik. 'En het is nu toch echt oktober!’ Ja, dat was wel zo, maar toch. Ik probeerde de stemming er bij mezelf in te houden, alles ging mis.
Toen belde ook nog de fotograaf met de melding dat hij drie uur te laat ging komen. Sanneke wilde op hem wachten, ik zei dat ik Gekke Henkie niet was. We dronken nog wat koffie en aten er sinassnippers bij, Bosie was gelukkig elders in het pand. Daarna bracht Klaas ons naar Arriva-station Grijpskerk in een oud en nogal gammel autootje. 'Is nog van Cor geweest’, zei hij. 'Die doe ik echt niet weg.’