TONEEL

Leep lachje

Mephisto

De eerste keer dat Mephisto: Roman einer Karriere van Klaus Mann voor het toneel werd bewerkt was in 1979. Het boek bleek in West-Duitsland toen nog verboden, door een juridisch beslag wegens smaad, opgelegd vanwege de erven van de geportretteerde toneelkunstenaar Gustav Gründgens, die in de roman Hendrik Höfgen heet. Ariane Mnouchkine wilde dat jaar met haar Théâtre du Soleil een voorstelling maken over de ‘meelopende’ acteur/regisseur in zijn relatie tot de nazi-regering. Ze verwerkte in de romanstof van Klaus Mann materiaal over de dilemma’s van kunstenaars die op een autocratisch regime reageren, teksten van onder anderen Ernst Toller, Erich Mühsam, Kurt Tucholsky en Klaus’ oudere zus Erika Mann. Zodoende maakte ze er een scherpe, politieke voorstelling van. Toen haar troep Mephisto in Berlijn kwam spelen, was dat het laatste zetje voor uitgeverij Rowolt om het verbod op uitgave van de roman te negeren en daarmee de start van een Klaus Mann-Welle in de Duitse boekenwereld. Voor het eerst scheerde Klaus’ werk de oplagecijfers van zijn beroemde vader voorbij. Hij zou er intens van genoten hebben.
Het boek bleef fascineren, in 2006 kwamen er in Nederland zelfs twee toneelbewerkingen van Mephisto uit. En nu dus een spiksplinternieuwe versie van Erik-Ward Geerlings in de regie van Arie de Mol bij Toneelgroep Maastricht. Cyrille Offermans doet (in De Groene Amsterdammer van 26 januari) de regie van deze voorstelling af als 'karikaturaal’ en 'achter elke zin drie uitroeptekens’. Hij schrijft dat weliswaar naar aanleiding van de eerste try-out (zonder dat erbij te vermelden, wat niet chique is), maar het is op zijn minst een intrigerend commentaar. Deze Mephisto is namelijk een woedende, bij vlagen kwaadaardige en nogal ongemakkelijke voorstelling, waarin vooral het individuele pad van een aantal toneelkunstenaars wordt gevolgd, die door de politieke verhoudingen worden gedwongen te kiezen tussen het pleasen van hun publiek dan wel het blijven stellen van de lastige vragen waartoe ze zichzelf ooit uitdaagden. Dat is voor een regisseur die opereert in het Limburgs bronsgroen eikenhout en in het schootsveld van populisten een houding die van ruggengraat getuigt.
Het resultaat is hoe dan ook een intrigerende mengeling van weinig fijnzinnige want groteske esthetiek en een harde verteltrant vol haakse wendingen. Je ziet hoe kunstenaars duiken voor hun verantwoordelijkheid of die überhaupt niet aankunnen en je maakt mee met welke argumenten ze kruipen en buigen tot ze barsten. Wat meespeelt in de kracht van deze versie van Mephisto is dat de uitvoerders relatief jonge toneelspelers zijn die met verve getuigen van hún woede over hún tijd, juist, zo zou ik collega Offermans willen toeroepen, zónder in pamfletterigheid of karikaturen te vervallen - de toneelspelerskunst wordt in deze voorstelling met raffinement ingezet. Of zoals Höfgens beschermheer, De Dikke, een personage uit de nieuwe bezems die fris & schoon vegen, zijn mephistophelische toneellieveling toevoegt: 'Je ziet er duivels achterbaks uit met dat lepe lachje, met je zachte ogen en je milde blik. Dat moet de paradox van het toneelspel zijn: kracht uitstralen terwijl je heel zwak bent.’ Over die paradox gaat deze moedige voorstelling, met overigens een kekke rol voor de muziek: rooie evergreens in een overwegend zwart-bruin universum. In de aanrollende golven van podiumkunsten die het pleasen van de toeschouwer als eerste en voornaamste doel zullen kiezen, gaan we dit type toneel nog missen.
Als we niet uitkijken tenminste.

Mephisto door Toneelgroep Maastricht speelt 10 februari in Delft, 11 februari in Nijmegen, 13 februari in Amsterdam, 16 februari in Hengelo, 18 februari in Rotterdam, 22 februari in Haarlem en 23 februari in Eindhoven