‘leer mij kijken’

Jaren geleden las ik een verhaal uit Eduardo Galeano’s Boek der omhelzingen, over een joch dat aan de hand van zijn vader naar de zee wandelde. De jongen had de zee nog nooit gezien. En toen hij de enorme zee dan eindelijk zag, kon hij alleen maar stamelen: ‘Vader, leer mij kijken.’ Ik stuurde dit verhaal naar Rufus Collins, theatermaker, regisseur, toen hij weer eens met de rest van de wereld overhoop lag. Onder Galeano’s tekst krabbelde ik: ‘Let’s face it, you’re the Daddy and the Kid in one person.’ Rufus Collins, die altijd het laatste woord had, schreef terug: ‘You’re wrong. I am the little Kid, jumping in and out the Daddy-person.’ Toen ik hem jaren later bezig zag in zijn eigen theaterschool voor ‘nieuwe Nederlanders’, begreep ik dat beeld: een verbaasd kind dat even makkelijk in de rol van Daddy springt als er weer uit, om Kid onder de kids te worden. Rufus Collins voerde die salto-mortale’s uit als een circusartiest.

Ik heb hem aan het eind van de jaren zestig voor het eerst zien spelen. Het Living Theatre, een Amerikaans collectief dat een voor die tijd ongekend soort fysiek theater liet zien en waar Rufus deel van uitmaakte, streek in die dagen in Europa neer, heeft toen ook in Amsterdam gewoond. Rufus Collins (van oorsprong een zwart kind uit het Newyorkse Harlem) is in die tijd van Amsterdam gaan houden. Hier wilde hij theater maken. Hoe dat eruit moest zien? Simpel eigenlijk. Je hoefde maar één uur aan de kop (of op de staart) van de Kalverstraat te gaan staan. Een afdruk van dat veelkleurige passantenvolk wilde hij op zijn podia. Samen met zijn Surinaamse compagnon Henk Tjon heeft Rufus Collins in Amsterdam de swing uit de Kalverstraat weten te wringen. Een van de eerste produkties heette The Kingdom. Het concrete gevolg van die produktie kon alleen maar een eigen groep worden. En die kwam er ook. Ze ging De Nieuw Amsterdam heten. Het elan was meteen groot, de tegenwind ook - op grote schoenen word je snel afgerekend, ook wanneer je er niét naast gaat lopen. De ambitie was ook niet gering, Rufus Collins’ horizonten hadden de allure van het grote gebaar. Er moest repertoire voor de ‘nieuwe Nederland-mix’ worden ontwikkeld. Waaronder bewerkingen van klassiekers. Zoals De koopman van Amsterdam, naar Shakespeares De koopman van Venetië, in 1988 groots afgeleverd in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Naast het grote gebaar was er ruimte voor de introvertie, zoals in August Wilsons zwarte familiedrama over de baseballspeler Troy, Fences (Schutting) uit 1989, een enerverende en indringende voorstelling over inktzwart gekleurde desillusies. Rufus Collins’ handtekening stond erin gegraveerd, zijn eigen zweet en bloed. Ik heb Fences altijd Rufus’ mooiste voorstelling gevonden.
De Nieuw Amsterdam kreeg een huis, eerst in het uitgewoonde pand van het voormalige Werkteater (Kattengat 10), later in een hal op de Westelijke eilanden van Amsterdam. In die huizen werd een nieuwe theaterschool gesticht, die een plek van wortels is geworden, niet zozeer van kleuren - It’s DNA. Rufus Collins heeft aan de basis van die school gestaan. Hij wilde een vruchtbare kweekvijver voor een toneelgroep van Medelanders èn Nederlanders. In de race om meerjarige subsidies werd onlangs een poging gedaan die kweekvijver los te kappen van de uitvoerende kunstenaars. De opleiding mag doorwerken, een artistiek vervolg in de eigen boezem mag It’s DNA niet krijgen. En dat in het tijdperk-Nuis, die de 'meerkleurigheid’ tot 'speerpunt’ van zijn cultuurbeleid heeft gemaakt. 'Words, words, words’, zou Rufus Collins het (met maaiende armen) Shakespeare hebben nagezegd. Maar ze gaan door, ze zijn koppig bij DNA. En die koppigheid hebben ze van geen vreemde; van Rufus Collins namelijk.
Rufus is afgelopen maandag gestorven, zoals dat heet 'aan de gevolgen van aids’. Veel mensen wisten allang dat 'het’ eraan stond te komen. De klap van de dood went nooit. Zoals je geen kind kunt voorbereiden op de verpletterende eerste aanblik van de zee. De vraag 'Leer mij kijken’ helpt dan misschien een beetje. Rufus Collins heeft veel mensen die vraag leren stellen. We hebben met zijn allen heel erg veel aan hem te danken. Dag Rufus!