TONEEL: Rood

‘Leer ze kijken’

Het verhaal is eenvoudig. Beeldend kunstenaar Mark Rothko tekent in 1958 een contract om voor veel geld een cyclus schilderijen te maken voor een sjiek restaurant in New York. Rothko neemt een assistent aan voor het voorbereidend handwerk – doeken spannen, verf mengen, borstels uitwassen, spanramen timmeren, grondkleur aanbrengen. Ze werken twee jaar samen. Uiteindelijk houdt Rothko de doeken zelf, stort het voorschot terug en ontslaat de assistent.

Het toneelstuk Rood van John Logan geeft een indruk van de gesprekken tussen Rothko en de assistent, die hier Ken heet. Rood is een Broadway- en West-End-hit, overladen met prijzen. Het stuk wordt in de regie van Koen De Sutter gespeeld door de NTGent-acteurs Wim Opbrouck (Rothko) en Servé Hermans (Ken).

De doeken van Mark Rothko (1903-1970) zijn abstract én expressief, ze hangen overal of reizen de wereld rond en zijn onbetaalbaar. Assistent Ken zegt in Rood over Rothko’s doeken: ‘Ze bewegen, ze vibreren. Traditionele schilderijen hebben geen actieve deelname van de toeschouwer nodig. Ga midden in de nacht naar het Louvre en de Mona Lisa glimlacht, nonstop! Blijven jouw doeken ook vibreren wanneer ze alleen zijn?’ Intrigerende vraag die wordt beantwoord met een schelle verandering van (toneel)licht. Als een onderstreping in de tekst.

Rood zit daar vol mee. Het stuk is een flipperkast waarin de weetjes en meninkjes achter en over elkaar heen stuiteren zonder ook maar het begin van drama te worden. Esthetisch verpakte huilebalkerigheid is het beste wat je kunt krijgen. En quasi-diepzinnigheid. Caravaggio en Rembrandt komen langs, voor je weet waar je naar hebt zitten luisteren, struinen we al weer in een korenveld van Van Gogh. Zo’n Reader’s Digest-toneelstuk is het. Zet er Joost Zwagerman en Jasper Krabbé naast, als tolken voor artistieke doven- en slechthorenden en je hebt de perfecte aflevering van wat in mijn studentenjaren tegen sluitingstijd ‘Openbaar Kunstgebit’ werd genoemd.

En dan het toneelspelen! Wim Opbrouck zet nogal vaak een strot op alsof er iets op het spel staat. Ik hoor alleen geen teksten met een noodzaak, ik hoor voornamelijk ruis. Wanneer het ware drama losbarst en de Maestro over zijn arrogantie wordt onderhouden door de assistent krijgen de dialogen een hoog ‘hier-noemt-de-pot-de-ketel-beige’-gehalte. En fluiten de clichés je als blindgangers om de oren. Rothko’s doeken ‘zijn nooit alleen, ze zijn minder kwetsbaar, robuuster, ze horen bij elkaar’. Tsja.

Er staat overigens een ‘Rothko’ op het toneel opzichtig vals te wezen. Ook al zo’n domme illusionistische blunder. En de heren kalken een doek roodbruin. Onder de klanken van het beroemde duet uit Bizets Parelvissers. Vlak voor het eind roept Rothko: ‘Ga naar buiten! Maak iets nieuws! Leer ze kijken!’ Dat eerste advies liet ik me geen tweede keer zeggen. Het Boulevard-publiek in Den Bosch kwam achter mijn rug ovaties te kort. Het is dus weer als vanouds: u moet echt zelf gaan kijken!


Rood is overal in Nederland en Vlaanderen te zien van 21 september t/m 27 november en van 2 april t/m 10 juni 2014. ntgent.be