Leerbeesten

Groene lammetjes op nepgras, rivieren van salamanders, kikkers onder een web van dril. Een hele menagerie aan onechte beesten bevolkt momenteel het Zo”logisch Museum van Artis. Want horen natuur en kunst niet bij elkaar? Helaas, het publiek denkt daar anders over. ..LE Het dierenkabinet van Doòro Krol (met geluid van deejay Johnny Smoke), tot 29 maart in Artis en het Zo”logisch Museum, Amsterdam. ..LE HOE MINDER ze op mensen lijken, hoe lelijker we beesten vinden. Maar alle dieren beschikken over een bedekking van bont, schubben, veren of vel die op verbijsterend uiteenlopende manieren is gestructureerd en gekleurd. En die is fijn om naar te kijken. Geen wonder dat ondernemende burgers in de vorige eeuw de leuze ‘De natuur is leermeesteres van de kunst’ een toepasselijke naam voor een dierentuin vonden. Het illustreert de combinatie van schoonheid en doelmatigheid die ze in een verzameling dieren en ‘opgezette voorwerpen’ zagen.

Natura Artis Magistra was de volksmond te vol, het werd meteen Artis. Maar de volksmond begreep niet wat kunst met natuur uitstaande had. Dat is tot op de huidige dag gebleven - alle pogingen van opeenvolgende directies ten spijt om de kunst een plaats te geven tussen de schubben en veren, want al vanaf het begin zag de argeloze bezoeker zich plots geconfronteerd met opvoedkundig plastiek. Tegenwoordig prijkt er bij elke bocht in de kronkelpaden wel een bronzen beest op een sokkel.
HOE CORRECT deze kunst ook de volledige naam van Artis weerspiegelt, het publiek heeft slechts oog voor de levende have. De sculpturen krijgen hooguit als klimobject aandacht van de kinderen. Kunstenares Doòro Krol werd hier stevig met de neus op gedrukt toen ze haar tentoonstelling Het dierenkabinet inrichtte in het Nijlpaardenhuis, het Zeeleeuwenverblijf en het Zo”logisch Museum. De 63 werken waren vorig jaar in het Natuurkundig Museum in Nijmegen en op het Oerolfestival op Terschelling te zien geweest, maar het Artispubliek maakte meteen duidelijk dat in een diergaarde andere wetten gelden. Lijstjes werden van de muur gerukt, een bezeefdrukt opblaasbandje blijkt steeds weer lek geprikt en om het kunstgrasveldje met grasgroene gipsen lammetjes moest een antikinderhekje geplaatst. Het eigenlijke ‘dierenkabinet’, een smalle, hoge ladenkast met in elke lade een dierlijke verrassing, heeft Krol maar thuisgelaten uit angst voor diefstal en vandalisme.
SINDS 1939 worden er tentoonstellingen gehouden in het Zo”logisch Museum. In de jaren vijftig hadden die titels als Kleur en functie bij dieren en Broedzorg, maar in 1963 pakte men artistiek uit met Het dier als motief in de antieke kunst. In de tijd dat de Club van Rome haar rapport uitbracht, was daar de tentoonstelling Overbevolking, met medewerking van Fritz Behrendt, de politiek tekenaar 'wiens prenten vaak geãnspireerd zijn door op het door overbevolking ontstane geweld’. Het tentoonstellingsbeleid was al die jaren een liefhebberij van bioloog/ schrijver Dick Hillenius. Pas begin jaren negentig had een volwaardige kunstexpositie plaats tussen de flessen en opgestopte dieren. De fijnschilder Erik Andriesse liet vooral skeletten zien in 'levende’ poses, benevens een enkel opengereten nijlpaardje. De begeleidende catalogustekst besloot met: 'Kunst kan helpen om vorm te geven aan ons respect voor de natuur.’
HOOGLERAAR beeldhouwkunst StrackÇ lanceerde in 1873 een plan voor een gebouw aan de Stadhouderskade om Rijksacademiestudenten dieren te laten tekenen, die dan uit Artis gehaald zouden moeten worden. Het bleek goedkoper om de studenten passen voor Artis te verschaffen.
In de decennia rond de eeuwwisseling was de band tussen de dierentuin en de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten een hechte. In een feestrede ter gelegenheid van het jubileum van Artis in 1888 jubelde academiedirecteur Stokvis dat 'niet alleen de coryfee‰n, maar ook de adepten, de kweekelingen der RijksAcademie en die van de KunstIndustrieschool er steeds met open armen en hartelijke voorkomendheid worden ontvangen.’ Rond 1900 waren vele kunstenaars dagelijks in Artis aan het werk, om er, zo heette het in Elseviers Maandblad in 1926, 'de welige schoonheid te maaien… Onthutst, overweldigd zijn de meesten na de eerste ontmoeting met dien tuin, met zijn overvloed aan dierlijke kleur en vorm, stand en uitdrukking. Een namenguirlande van Nederlandse kunstenaars siert Artis’ geschiedenis.’
Blijkbaar bood de Amsterdamse dierentuin daartoe meer gelegenheid dan de Haagse (inmiddels opgeheven) en de Rotterdamse. De jubilerende 'dierecteur’ Kerbert werd in 1915 dan ook getrakteerd op een portefeuille met kunstwerken van een rits kunstenaars, waaronder Lizzy Ansingh, Jaap Kaas en academiedirecteur August AllebÇ. Deze map was een opmaat voor de grote 'Tentoonstelling van kunstwerken, betrekking hebbende op het dier’ een jaar later. Naast 144 werken van eigentijdse Nederlanders stelde grafisch kunstenaar Samuel Jessurun de Mesquita een kunstgeschiedenis van het dier samen met 286 reproducties. Hij besloot de catalogustekst met: 'Moge deze tentoonstelling de kunstontwikkeling van de bezoekers ten goede komen.’ Een verzuchting die zachtjes de didactische idealen van het zo”logisch genootschap echoode, in een rede van professor Vrolik in 1839 vervat als 'eene zuiver wetenschappelijke inrichting, waarin men niets meer en niets minder dan de waarheid verkondigt; (…) waarin de dieren eindelijk slechts ten toon gesteld worden, om ons de fraaiheid van hunnen vorm, het belangrijke van hun maaksel te doen kennen.’
Kortom, de buitenkant van het beest is even belangrijk als de binnenkant. De artistieke visie maakte van meet af aan deel uit van de wetenschappelijke benadering in de dierentuin. Academiedirecteuren prezen de nieuwe mogelijkheden. AllebÇ schreef aan Kerbert: 'Had Rembrandt Artis gekend, zo zou U hem daar dikwijls werkende hebben aangetroffen, vol vertrouwen in de spreuk Natura Artis Magistra.’
DE EXPOSITIE van Doòro Krol, opgegroeid op een Brabantse boerderij, toont een grote hoeveelheid herkomsten van afbeeldingen: foto’s van opgezette dieren, wetenschappelijke illustraties, schilderijen naar het leven en veel speelgoedbeesten. Kleine plastic kippetjes en koetjes zijn heel geschikt om er 'beesten binnen beesten’ mee te maken. Krol maakt namelijk eerder volle dan lege beelden, en over een afbeelding van een dier werpt ze een net van zijn eigen oppervlaktestructuur of van een karakteristiek onderdeel. Zo is Stokstaartbeestje met blauwe puntjes een foto van een stokstaartje, overdekt met herhalingen van zijn reflecterende ogen, en Kikkerdril een zeefdruk van een kikker met een web van sterk uitvergrote dril eroverheen. Andersom is De schaaperdeschaapjes een omtrektekening van een schaap, opgevuld met pietepeuterig kleine plastic lammetjes.
De meeste werken van Het dierenkabinet zijn een dubbel beeld: een overzicht gecombineerd met een close-up, zodat je elk werk vanuit twee perspectieven moet bekijken. Salameanders is een plattegrond van een imaginair landschap waar salamanders over meanderende rivieren zijn geprojecteerd. Zo blijmoedig vormen en texturen rijmen doet het hoofdhaar fladderen. Maar het publiek blijft weigeren om het Boshertje tussen het lover te ontwaren.
De bedoeling was eigenlijk dat Krol haar werk zou combineren met objecten uit de verzameling van Artis. Omdat de directies van dierentuin en museum daar minder van gecharmeerd bleken dan in Nijmegen, blijft het in Amsterdam bij een vrolijk, parallel dierenrijk met onechte beesten. Het dierenkabinet is een erg lichtvoetige tentoonstelling, vergeleken met de gewichtige foto-expositie Minimal relics, zes jaar geleden in het Zo”logisch Museum. Semi-abstracte foto’s van natuurlijke omgeving en industrieel erfgoed wezen erop dat de kunstenaar 'zich weer nauw verbonden wil voelen met het fysieke ritme van de aarde en de krachten van de kosmos ervaren’, maar ook dat overal uit de natuur rasters te halen zijn om streng geometrische ordening aan te brengen. Maar Krol gebruikt de rasters die ze op de buitenkant van de beesten vindt om op een simpele, intuãtieve manier de complexiteit van de natuurlijke omgeving weer te geven. En die is fijn om naar te kijken.