TELEVISIE: IK BEN VMBO

Leerlingen

Vmbo is het meest bezochte schooltype, maar staat bekend als het afvoerputje van het Nederlands onderwijs. Dat zei de vpro voor uitzending van Ik ben vmbo – dit voorjaar.

Aardige reeks tegen die negatieve beeldvorming met vooral ‘gewone’ pubers. Representatief kon het met zes portretjes op 42.000 leerlingen landelijk niet zijn. Culemborg is de Randstad niet. Bovendien wilde of mocht een deel van de leerlingen niet meewerken en was de cast bijna uitsluitend ‘wit’. Toch, gruwelverhalen over het vmbo gaan gretig rond, vooral dankzij lui die van hun gezond niet weten. Elke ingezonden brief of tv-serie van een oprecht vmbo-betrokkene die dat denigrerende beeld bestrijdt, is gerechtigheid en blaffen tegen de maan ineen.

Anderzijds, intellect is ondemocratisch verdeeld en als pakweg taalbeheersing achteruit kachelt (zie ook spelling van hbo- en universitaire studenten), dan moet die er in het vmbo helemaal zorgelijk voor staan, alleen al doordat voor talloze leerlingen Nederlands derde taal is naast moeder- en straattaal. Als daar bovendien meer kinderen uit eenoudergezinnen rondlopen dan elders, met bijhorende financiële, sociale en opvoedingsproblemen; als perspectieven van veel leerlingen slecht zijn door krimpende en ‘verwittende’ arbeidsmarkt; als er relatief veel jongeren rondlopen die ‘respect’ eisen zonder het te geven – dan moet dat zijn weerslag hebben op leerresultaten en schoolcultuur.

Tijd voor een nieuwe kans om bij het vmbo naar binnen te kijken. Deze keer in een veelkleurige Randstad-klas vol bijdetijdse assertievelingen. Aan de hand van Peter Hoefnagels, docent Nederlands, die aan de weg timmert met onorthodoxe methoden, erop gericht de aandacht van zijn pupillen bij de les te houden. Daarnaast wil hij hun zelfvertrouwen en -inzicht geven, pestgedrag en dubieuze opvattingen over seksualiteit aan de orde stellen, net als schoolregels die in zijn ogen achterhaald zijn (petjesverbod). Hij tracht pupillen te verleiden met middelen uit de populaire cultuur zoals onder scheidsrechtersgefluit uitdelen van gele kaarten, jurybeoordeling van spreekbeurten en optreden als een hyperactieve entertainer. Het maakt een geweldige bak herrie en dus vraagt een collega of het wat rustiger kan vanwege een toets in het belendend lokaal. Geënsceneerd, want het is docudrama waarin iedereen zichzelf speelt, maar toch. Hoefnagels heeft het hart op de goede plaats, tomeloze inzet en meestal een goede relatie tot pupillen. Hij probeert er als een ‘Theo Thijssen 2.0’ een ‘gelukkige klas’ van te maken. Maar een aantal collega’s (en, vermoed ik, leerlingen) moet er weinig van weten. Of dat reactionair is, is de vraag.

Over resultaten op het gebied van overdracht van kennis en vaardig­heden komen we (in de eerste drie afleveringen) niets te weten. Al zijn strapatsen geven onbedoeld(?) vooral de indruk dat in het vmbo aan lesgeven nauwelijks wordt toegekomen. Een belazerde spreekbeurt wordt geen klap beter als de leerling in herkansing op z’n Hoefnagels met een yell en majoretteattributen aan komt zetten. Dat klasgenoten daarom in een deuk liggen verhoogt hun kennis van het onderwerp niets, integendeel. Als het systeem wordt bij elke slechte toets een compliment uit te delen omdat deze kinderen al te vaak negatief beoordeeld worden (tekeningetje op onvoldoende proefwerk was leuk, je haar zit goed), hol je de betekenis van waardering geven volledig uit en onderschat je de intelligentie van je leerlingen. Bovendien is de ‘methode’ nauwelijks overdraagbaar: elke docent een Ratelband is godlof onhaalbaar. Toch loont het de moeite te kijken omdat je zowel ondanks als dankzij deze curieuze man een beeld krijgt van wat er omgaat in dat schooltype, leerlingen en docenten. En bewondering krijgt voor een deel van hen.


Hoefnagels – Help ik ben leraar. NTR, zesdelig docudrama. Vanaf zondag 19 augustus, Nederland 2, 18.50 uur. Ik ben vmbo, VPRO, zesdelige documentaire, via de gelijknamige site