Leerzame shakespeare

Vorige maand zijn dertien Britse captains of industry twee dagen voor een workshop over leiderschap in conclaaf geweest. Dat feit is minder bijzonder dan de locatie voor deze bijeenkomst: het Globe Theatre, de reconstructie van William Shakespeares thuisbasis in het Londen van de zestiende eeuw. De workshop werd gegeven door Richard Olivier (zoon van Laurence Olivier) en door acteur Mark Rylance, die in juni de titelrol zal spelen in het stuk waarmee het Globe Theatre officieel zal worden geopend: Henry V. Dit stuk vormde tevens het voornaamste lesmateriaal voor de ondernemers-workshop. Ik verzin dit niet: het stond in het economiekatern van NRC Handelsblad.

De ondernemers hebben zich gelaafd aan de charismatische leiderskwaliteiten die Shakespeare aan de middeleeuwse vorst Hendrik V toeschreef. De tijden veranderen. Tijdens het Labour-bewind van de jaren zestig en zeventig hadden de dames en heren ongetwijfeld voor ruwer basismateriaal gekozen: de opkomst van koning Richard Gloucester III bijvoorbeeld.
Al Pacino, die de schurk speelde in het beroemdste koningsdrama van de twintigste eeuw, The Godfather, heeft over Richard III een film gemaakt, Looking for Richard. Die is door de hardhandige aanpak van de kritiek razendsnel de bioscopen uitgejaagd en zal binnenkort op video te krijgen zijn, een mager maar rechtvaardig eerherstel. Looking for Richard mag dan geen cinematografisch meesterwerk zijn, het is wel een mooie filmische analyse van hoe Shakespeare als toneelschrijver te werk ging.
Toegegeven, de aanpak is aanvankelijk wel erg jolig. Pacino zwalkt door oppervlakkige straatinterviews die vooral grappen en slechts een enkele rake quote opleveren. Maar daarna bijt hij zich (samen met een ploeg acteurs) als een terriër vast in de stof van Shakespeares koningsdrama. Met als centrale vraag: ‘How did you do it, Will?’ In een oud klooster werden speelscènes opgenomen die naar een complete versie van Pacino’s Richard III smaken. Verder maakte hij een rondgang langs deskundigen en collega’s, zoals Vanessa Redgrave, Peter Brook en Derek Jacobi (helaas vooronderstelt de film dat wij hen allemaal kennen en worden ze niet even voorgesteld). In die rondgang wordt onder meer het misverstand aangeraakt dat Amerikaanse acteurs niet met Shakespeares verzen zouden kunnen omgaan. Derek Jacobi legt geduldig uit dat het hier om een minderwaardigheidscomplex gaat, aangezien acteurs in de Verenigde Staten ervan uit lijken te gaan dat Britse acteurs hèt patent op het zeggen van jambische versregels hebben. Een misverstand dat Vanessa Redgrave bekwaam onderuit schopt: 'Shakespeares stukken gaan vrijwel zonder uitzondering over echte mensen van vlees en bloed die door een hel gaan. De waarheid van die hel moet je opzoeken, dan vallen die jamben als vanzelf op hun plek.’ Pacino, die zelf Richard III speelt, laat een aantal keren zien hoe dat ook in de setting van een cloak & dagger-kostuumfilm goed kan lukken. Zo demonstreert hij dat Richard dol is op de sfeer van angst en haat aan het hof, die hij dan ook optimaal uitbuit (zoals Michael Corleone dat in het tweede en derde deel van The Godfather deed, alleen iets minder vilein dan Richard de hinkepoot). Prachtig is zijn enscenering van de ministerraad vlak vóór de machtsovername van Gloucester: hier hangt de sfeer van een gangstersamenkomst vlak voor een grote maffia-afrekening. Ook toont Pacino helder aan dat de brille in Shakespeares dramaturgisch vernuft zit in het feit dat hij zijn hoofdpersonen de grenzen van wat ethisch kan of niet kan, steeds laat aftasten aan de hand van de reacties van zijn tegenspelers. Als Pacino’s Richard III bijvoorbeeld voorstelt om twee troonopvolgers (kinderen nog) te doden, zie je twijfels in zijn ogen. De afhoudende reactie van zijn handlanger Buckingham doet hem resoluut besluiten: het móét gebeuren, en wel meteen.
Looking for Richard is een ideale film om te zien naast de (in deze kolommen uitgebreid besproken) Richard III-verfilming van McKellen/Loncraine (ondertussen op video uitgebracht). Beide produkties geven een breed (en vooral ook jong) publiek toegang tot het altijddurende schrijfgenie van William Shakespeare, de Francis Ford Coppola van de zestiende eeuw. Misschien moet Aad Nuis wat geld steken in de verspreiding van beide films voor educatieve doeleinden. Op één voorwaarde: dat de captains of industry er met hun poten van afblijven.