ANIL RAMDAS, BADAL

Léés het boek!

Anil Ramdas, Badal, € 19,90

Anil Ramdas doet wat schrijvers doen: een wereld (re)construeren die lijkt op onze wereld, maar die toch niet hetzelfde is. Jammer dat recensenten er niets van begrijpen.

In zijn voorwoord bij A Streetcar Named Desire haalt Tennessee Williams de vraag van een ‘distinguished guest’ aan of hij zich als schrijver niet vaak geblokkeerd voelt. Iedere schrijver zal zich herkennen in het antwoord: 'Oh, yes, I’ve always been blocked as a writer, but my desire to write has been so strong that it has always broken down the block and gone past it.’
In mijn ogen is Anil Ramdas met de roman Badal door zo'n blok heen gebroken. De vraag is of dat kan worden gezien. In een beroemd geworden brief aan zijn uitgever schrijft Malcolm Lowry, na een eerste, negatief leesrapport over Under the Volcano: 'I venture to suggest that the book is a good deal thicker, deeper, better, and a great deal more carefully planned and executed than [your reader] suspects.’ Waarom hij denkt dat het niet op de goede manier gelezen is? Mogelijk, oppert hij, heeft de oppervlaktelaag de lezer afgeleid van het kolkende leven daaronder?
In het geval van Badal is het gevaar niet alleen dat de lezer vermijdt onder dat oppervlak te duiken, maar dat hij dat doet omdat over dat oppervlak een veel gemakkelijker te duiden schaduw glijdt. Zeker bij een roman waarin elementen zitten die overeenkomsten vertonen met het leven van de auteur. Is dit eenmaal het geval, dan volgt er een sectie op die nog levende auteur. Wat zit er allemaal van hem of haar 'in’ het boek? Wil de auteur het er niet uithalen en stelt hij dat het boek een roman is, dan wordt het er wel uitgetrokken tot het lillend en meestal niet al te appetijtelijk op tafel ligt. Nog vaker is het hele boek al niet meer nodig. Men poert gewoon wat in het leven van de schrijver.
De aanhoudende oproep tot meer betrokkenheid, meer verbinding met 'de werkelijkheid’ doet er nog een tandje bovenop. Weg met die muurtjes van het boek. Hier met dat paard van Troje waar de schrijver stiekem zijn soldaatjes in heeft gestopt. Na zulke lezingen ligt het boek erbij als een dood paard. Tussen de resten bevindt zich een publiek dat zoekt naar roddels en the gory details van 'een echt leven’, terwijl enkele van de professionele lezers een paar opvattingen en standpunten tegen het licht houden waar armen en benen van zijn afgerukt. De vraag is of de lezers het nog wel kunnen of willen opbrengen door die schaduwen heen te kijken naar de hele wereld van het boek, 'to plunge beneath the surface’.
Neem Badal. Wat voor boek is het boek Badal? Badal is een roman over en van Harry Badal. Een Surinaamse migrant van Hindoestaanse afkomst die in conflict raakt met de overheid over een proefschrift dat gaat over asielprocedures, die redacteur wordt en publiceert. Eerst bij Het Weekblad, later bij Het Bijvoegsel. Die correspondent wordt in India, en ten slotte, nadat zijn vrouw bij hem is weggegaan, eindigt in Zandvoort in de buurt van de door hem gevreesde en bestudeerde 'white trash’ om in een studiootje, drankzuchtig en door iedereen verlaten, een roman te schrijven.
Tweede vraag. Wie is Harry Badal? Een alcoholist. Hij is pedant, arrogant, verlegen, geestig, intelligent, vervelend, klein en groot, voortdurend krankzinnig zelfbewust, maar daardoor niet minder gevangen. Iemand die op geen enkele wijze meer kan ontsnappen aan een veelvoud van waarheden die allemaal waar zijn tegen hun eigen achtergrond. Hij relativeert ze niet en haalt ze niet onderuit, hij is niet van de ironische distantie, maar loopt en wijst, als iemand die veel te dicht op de natte verf van het schilderij staat van blinde blek naar blinde vlek, en toont je en passant op een treiterige manier de gelaagdheid, of de onmogelijkheid van het tegelijk 'bewust en integer’ moeten leven in alle mogelijke werkelijkheden. De humanistische werkelijkheid, de religieuze, de gekleurde, de migrantenwerkelijkheid, de post-postwhite-trash-werkelijkheid, de man die niet zo lang is als hij eigenlijk zou willen zijn, de vrouwelijke man-werkelijkheid, de verlegen werkelijkheid, de arrogante westerse werkelijkheid.
In Badal gaat het om een krankzinnige hoeveelheid hechtingen die het personage verlammen. Juist omdat hij niet alleen wil zijn, maar omdat hij verbonden wil zijn, en zich tegelijkertijd verheven voelt en dan weer verneint, verkleint. Voortdurend is hij op zoek naar zijn maat. Steeds bestaat die hechting uit hechting aan systemen, denkramen, kaders. Als een vlieg die tegen een vliegenstrip aan vliegt en zich spartelend lostrekt en vliegt en landt op alweer zo'n kleefstrip. Wat wil hij? Waar windt hij zich over op? De onmogelijkheid van zijn zelf. 'Zijn leven was bizar, besefte Badal, onbegrijpelijk, niet uitlegbaar, futiel.’ In Badal draait het om de crisis van de romanfiguur. De crisis van de chaos en het krankzinnig aantal werelden waar we ons toe verhouden en waarin we te weten moeten zien te komen wat onze maat is. Het is een van de meest politieke karakters die ik ooit in een boek ben tegengekomen. Tegelijkertijd laat hij perfect zien waarvoor je op je hoede moet zijn als het gaat om opvattingen. Dit eigenaardige romanpersonage is een onhoudbare cocktail van politieke en culturele ingrediënten, expressies en meningen, opvattingen en achtergronden. Anders dan in de werkelijkheid geeft hij je de achterkant en onderkant mee van dit voortdurende engagement en toont hij je hoeveel ervan verkleefd is met economische positie, sociale status, macht, ambitie, eer en trots, behoefte aan een plek, erkenning, herkenning, zichtbaarheid en zeggenschap.
'Om er in Nederlandse intellectuele kring bij te horen moest je het nu eenmaal blind opnemen voor Rushdie. En je moest grinniken om die malle, achterlijke Islam. Badal grinnikte.’
'Badal wilde geen moed, hij wilde geld, hij wilde een euro per woord, zoals hij vroeger een gulden per woord kreeg. Maar daarvoor moest je gepassioneerd zijn en een ideaal hebben.’ Hij, Badal, is een plat karakter in die zin dat hij zichzelf en de wereld voortdurend in schema’s perst, dan pissig wordt, zichzelf er weer uithaalt, en anderen erin wil drukken. Hij is stront-irritant. Iemand die lesjes opdreunt, eindeloze monologen houdt, colleges geeft, vaak ontwikkeld, dan weer mateloos vervelend. 'Jij wilt niet praten’, zegt zijn dochter. 'Je wilt colleges geven.’ Op andere momenten, in de gesprekken tussen hem en de chef van het bijvoegsel, of tussen hem en wat vriendinnen is er ineens oprechte tederheid. Op zulke momenten lukt het hem niet zijn kinderen, zijn vrouw, de mensen die om hem geven in schema’s te persen. In deze passages wordt hij menselijk. Het hele boek is, tegelijk nadrukkelijk én als subtiele onderstroom, een ontroerend lied voor de vrouw van Badal. Al deze elementen maken het een razend spannend boek. En van Badal een onthoudbaar (en onhoudbaar) karakter. Wat Badal zelf niet kan, doet het boek . Het verrijst. (Klein)geestig, treiterig, pijnlijk, saai, boeiend, gloeiend.
Maar wat leest de professionele lezer? In Het Parool schrijft John Jansen van Galen: 'Met niets en vooral zichzelf niet ontziende eerlijkheid portretteert Ramdas in de persoon van Harry Badal vooral zijn eigen persoon.’ Om te eindigen met het onmachtige: 'Mij rest de vraag wat hem bezielt om zo'n ontluisterend zelfbeeld te publiceren’ en het al even onmachtige antwoord: 'Het is alleen te verklaren uit de neiging tot zelfdestructie die alcoholisten eigen is.’ Het is moeilijk uit te leggen welke doffe ontzetting je als auteur bevangt wanneer je een bespreking leest die een personage met zo'n blindheid naar de autobiografische hoek verwijst, om zich daarna lui en gemakzuchtig niet meer met de brede schepping van het boek te bemoeien.
En was hij maar de enige. Elsbeth Etty en Arjan Peters doen het nog eens dunnetjes over. De eerste door voor driekwart van de bespreking akelig te blijven hangen bij de autobiografische overeenkomsten. Bijvoorbeeld door 'de zelfvergroting’ van het personage Badal potsierlijk te vinden, omdat Ramdas zelf helemaal niet zo beroemd was. Tegelijkertijd doet ze het boek af als een uit de hand gelopen essay, want er zitten essayistische passages in. Dat krijg je ervan als je structureel weigert om de roman als geheel te zien, waarin een zichzelf uitvergrotend personage aan zichzelf ten onder gaat.
De tweede door op het boek een vileine en stuitende karakteranalyse los te laten. Je zou er een lief ding voor over hebben om deze zelfde blik los te laten op de wijze van recenseren, die is als met een bulldozer door de complete constructie heen rammen, en dan met dedain te constateren dat het gebouw niet veel voorstelt.
Gelukkig komt Etty tot de conclusie dat deze leeswijze, en dus het grootste deel van haar bespreking, de roman te kort doet. Waarom dan, dammit, er zoveel ruimte aan besteden? Was de bespreking dan begonnen bij het punt waar de recensie mee eindigt: 'Je kunt deze eerste 21ste-eeuwse Nederlandse ideeënroman beter lezen (mijn cursivering - mu) als het verslag van een nederlaag van Ramdas/Badal en van een hele generatie.’ Ja. Doe dat dan! Het failliet van een hele 'potsierlijke’ generatie, inderdaad, en met de gebakken peren zitten we, als zelfs recensenten die beter moeten weten pas aan het eind van hun recensie op hun schreden terugkeren, of beseffen dat ze dat hadden gemoeten.
Peters bestaat het om de hele roman vlak te slaan met 'de kwast’ (Badal) en aan de hand van dit karakter venijnige sneren uit te delen naar Ramdas. 'Het verloop doet denken aan de verwording van de auteur Anil Ramdas die inderdaad een paar jaar op tv te zien was’, en: 'Niet te hopen dat het zo erg met Ramdas gesteld is als met Harry Badal.’ Niet te hopen dat het met Peters als recensent zo erg gesteld is als hij hier doet bevroeden, in de rol van riooljournalist. Je verwacht dit soort cynisch meelevende uitspraken in RTL Boulevard.
'Ook als romancier kan Ramdas het niet laten soms de essayist te spelen; dan worden zijn beschrijvingen en dialogen eerder erudiete uiteenzettingen van een kwestie’, schrijft John Jansen van Galen. Dat is de omgekeerde wereld. In de roman is deze stuitende gewoonte van Badal immers volledig in tune met het karakter. Niet alleen beroven de bizarre één-op-één-lezingen Badal van zijn gelaagdheid en zelfkritiek. Vooral is het een afkappen en snoeien van de brede wereld van de roman-zelf. Van wat de ziel van het boek is. Het is net zo lang verplatten tot je ontgaat dat het boek kan wat de auteur, Ramdas, of wijzelf, in onze wereld, amper nog kunnen. Tot een volheid en rijkdom komen waarvan het boek in het geheel getuigt.
Het boek is de taal, de brug waarmee de schrijver zich wil verbinden en waarin alles kan. Moreel vervormen. Een armetierige versie van zichzelf met bloed, zweet en tranen neerzetten. Meer zijn dan wat hij was. Meer zijn geweest dan hij nu is. De condition humaine onderzoeken. De verwrongenheid, of ambiguïteit van de mens tonen, de onverwachte tederheid. Lachen om het vreselijke, of huilen om het innige.
'Wat moeten we met deze vallende man?’ schreef een andere criticus. Ja, wat moeten we met hem? Kijken waar hij vandaan valt? Of waar naartoe?
Ik hou mezelf graag voor dat de wereld even vol zit met bange, bezorgde, nieuwsgierige, arrogante, trieste, verwarde of glorieuze mensen als de boeken. Sommige van die mensen zijn lezers. Wat staat de schrijver te doen? Shit happens in de wereld van de literatuur. Shit happens! De schrijver kan de lezers hooguit nog eens uitnodigen onder het oppervlak van een boek te duiken om te zien wat het geheel toont.
Verplattend lezen is niet moeilijk en vermakelijk, want je hebt altijd gelijk. Woody Allen zei over Oorlog en vrede: 'Het ging over een paar Russen.’
Waarom heeft Ramdas dit geschreven? Omdat hij doet wat schrijvers doen: een wereld (re)construeren die wel wat, of heel veel, lijkt op onze wereld, maar die toch niet hetzelfde is. Het is precies vanwege dit kleine genetische verschil dat een totaal ander organisme zich ontwikkelt en schoonheid en pijn zich openbaren. Het boek kan wat wij nauwelijks kunnen: uitbreken. Je de kooi laten zien. Tegen sommige besprekers zou je willen zeggen: haal dat boek maar weer eens weg van die straat, neem het mee naar huis. Léés het verdomde ding.

ANIL RAMDAS
BADAL
De Bezige Bij,
411 blz., € 19,90