Lef om te vertellen

Ik had nog nooit van Elizabeth Termeer gehoord, maar zij blijkt met De dans van de dochters al haar vierde boek te hebben afgeleverd. Hiervóór schreef ze twee romans, Het goede voorbeeld (1990) en Het afscheidsfeest (1994), en de verhalenbundel Zoveel manieren van minnen (1992). Haar nieuwste roman bevat een familiegeschiedenis verteld door de ogen van een puberdochter, Sammie genaamd.

Misschien juist wel omdat ik nergens op was gespitst, vond ik De dans van de dochters een verrassend leuk boek. Het is met een soort lichtheid geschreven die je in de Nederlandse literatuur niet zo vaak tegenkomt. Niet ironisch, maar luchtig en vol vaart beschrijft Termeer verschillende generaties van een Brabantse familie die gewone en minder gewone rampen doorstaat. ‘Ooit begon ik met drie zusjes, met een vader en een moeder, met een hele familie maar liefst.’ Hoeveel verhalen beginnen zo? Aan het begin van de roman is de ik-figuur een kunstenares die haar eerste expositie heeft. Ze combineert schilderwerk met fotografie; waslijnen vormen het leidmotief in haar werk. Al snel blikt ze terug op haar jeugd ('herinneringen kunnen geen kwaad’) en verschuift het perspectief naar het opgroeiende meisje dat ze niet zo lang geleden was, met een vader die spoorloos verdwijnt naar Amerika, een moeder die daar logischerwijs van in verwarring raakt en twee zussen. De ene zus is mooi en narcistisch, en de andere is rusteloos en een wereldverbeteraar. Sammie, de vertelster, is de jongste en de observator van alle kleine ruzies en ongelukken. Het verhaal waaiert uit naar grootou ders, ouders, ooms en tantes, en dorpsgenoten, en heeft niet één duidelijke kern, of het zou de ontwik keling van Sammie moeten zijn van kleine dwarskop naar iets grotere dwarskop die hoopt ooit 'heilige rust en inspiratie’ te ontvangen. En een enigszins 'normaal’ bestaan te leiden. Het fascinerende aan deze roman is de combinatie van een onschuldige schrijfstijl met een groot lef om te vertellen. Eerlijk gezegd vond ik Termeers schrijfstijl in het begin nogal flets en triviaal, zodat ik even dacht in een van de vele delen van De vijf van Enid Blyton verdwaald te zijn ((“Verkering,” kreunde Lot. (…) “Dus het had gekund!” krijste Beate, die, zoals gewoonlijk, veel te enthousiast werd’). Na zo'n vijftig bladzijden is Termeers toon echter danig aangescherpt en behoren al te afgesleten joligheden tot het verleden. Wat haar vertel-lef betreft: Termeer schrikt er niet voor terug dagelijkse conversaties te paren aan kleine en grote voorvallen. Voor een Nederlandse roman is De dans van de dochters zeer rijk aan gebeurtenissen. Om maar even de meest extreme te noemen: er komen mensen onder de trein, iemand wordt door een dolle chauffeur geschept, een ander lost op in het Yellowstone National Park, en er komen mensen om bij een brand in een bordeel. Het aardige aan Termeers behandeling van deze drama’s is dat die even terloops als passend is binnen het puberperspectief. Sammie licht haar stolp pas een klein beetje op tijdens een logeerpartij bij haar oom Dick in Amsterdam. Wat ze daar te zien krijgt midden in de nacht als ze niet kan slapen en zachte muziek hoort vanuit Dicks studeerkamer, tart al haar fantasieën. De onverwachte wending die Elizabeth Termeer geeft aan het gevoelsleven van Sammie maakt definitief een eind aan alle reminiscenties aan De vijf. Het tegendraadse en duistere verlangen van Sammie krijgt mooi reliëf tegen de achtergrond van een absur de ontmoeting met een dansende en schilderende pater ('Ik wil de hemel ook aantrekkelijk maken voor de massa.’). In het klinkklare Hollands en de licht-absurde uitvergroting van het volle leven doet Elizabeth Termeer in de verte denken aan Renate Dorrestein. Belangrijk verschil is dat ze geen programma of moraal uitdraagt, en dagelijkser schrijft. Waarschijnlijk is Termeer gemakkelijker in een Angelsaksische verteltraditie te plaatsen dan in een Nederlandse. Ik moest bijvoorbeeld denken aan het geestige The Other Side of the Fire van Alice Thomas Ellis, en aan Who’s Running the Froghospital van Lorrie Moore. Beide zijn zogenaamd luchtig vertelde romans waarin alledaagse kwellingen - met de nadruk op familiale ellende - met zwarte humor worden uitgemeten. Het is eigenlijk vreemd dat er in Nederland zo weinig van dit soort romans verschijnen. Of behoren die niet tot het literaire domein? Het meest moest ik tijdens het lezen van De dans van de dochters denken aan film. De roman zit vol situaties, typen en dialogen die zo naar het witte doek getransponeerd kunnen worden. Ik zag vooral Holly Hunter voor me, de leeftijdloze filmactrice die al twintig jaar met verve het opstandige meisje met dito stemmetje speelt. Het lijkt wel alsof zij altijd de dochter is die haar familie na veel geschreeuw de rug toekeert, om met Thanksgiving te besluiten - met foute man of dodelijke ziekte inmiddels - dan toch maar weer een voet over de drempel van het ouderlijk huis te zetten. In Dances with Daughters zou zij kunnen schitteren.