Reportage: Healing in Nederland

«Leg op zieken de handen»

Kerken worden wegens gebrek aan gelovigen afgebroken of omgebouwd tot luxe appartementen. Maar de simpele gebouwen van de Victory Outreach kerk en de sporthallen van evangelist Jan Zijlstra zitten propvol. De liefde van God zorgt voor genezing van zielenleed en ziekte.

Filevorming in Friesland, op een gewone zondagavond. De auto’s kruipen door het vlakke weideland naar de sporthal van het dorpje Burgum. Hoe dichter bij, hoe meer verkeer uit alle richtingen samenkomt, en uiteindelijk zo vastloopt dat politie en brandweer moeten uitrukken. Iedereen is op weg naar een belofte waarover ze al veel hebben gehoord: Jan Zijlstra, de evangelist die tijdens reddings- en genezingsdiensten voor de mensen bidt, waardoor velen genezen van alle mogelijke ziektes en psychische klachten. In zijn vele boekjes, met titels als Ga richting Jezus, ga richting het wonder, beschrijft hij het ene geval na het andere: bij baby Jaap verdween ernstige eczeem nadat Zijlstra zijn hand op hem legde en bad: «Here Jezus, geef hem nieuwe cellen op heel zijn huid.» Bij de elfjarige Sherida legde hij zijn handen op haar ogen en zei tegen de blinde boze geest: «Ga eruit, in Jezus’ naam!» Ze opende haar ogen en kon weer zien. De behandelende artsen staan versteld, aldus staat geschreven aan het einde van menig opgetekend mirakel. Inmiddels heeft de voorganger van de Levensstroom Gemeente uit Leiderdorp ook uitgebreid de televisie gehaald. En zo verspreidt het nieuws zich door het hele land: in naam van de Heer worden in deze moderne tijd onder gewone mensen wonderen verricht.

In de sporthal is het zo afgeladen vol dat er uiteindelijk voor ruim duizend mensen geen plaats meer is. Ze keren over spekgladde wegen onder de sterrenhemel teleurgesteld terug naar huis. Binnen in de warme hal duurt de dienst eindeloos. De preek gaat over het evangelie van de reddende en genezende kracht van Jezus Christus, waar de gedachte doorheen wordt geweven dat God één firma is, en niet zoals bij de traditionele kerken allemaal losse filialen. De opmerking dat er een einde moet komen aan al dat gekissebis kan bij het publiek rekenen op instemmend geknik. Van de ruim tweeduizend aanwezigen zullen velen zich ongetwijfeld herinneren hoe in de tijd vóór de ontzuiling iedereen vanuit zijn eigen kerk achterdochtig naar elkaar keek. De uitspraak «twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen» betekende toen voor heel wat geliefden een groot drama. De gemeente van Zijlstra wil daar voorgoed vanaf.

Na een opening met zang en muziek is de dienst aangekomen bij het hoogtepunt, de uitnodiging tot bekering. Er vormt zich een lange rij van zo’n achthonderd mensen aan wie tijdens het gebed voor de zieken persoonlijk wordt gevraagd wat er aan de hand is. Dat blijkt van alles te zijn: hoofdpijn, depressie, burn-out, blindheid, doofheid, kankergezwellen in het hoofd — iedereen krijgt persoonlijk de hand van Zijlstra op het gepijnigde lichaam gelegd. Ver na middernacht verlaten ze de hal, voldaan, verlost of vol spanning over wat nog komen gaat. De voorganger zelf is doodmoe als hij tegen twee uur in de ochtend huiswaarts keert.

De volgende dag zit Jan Zijlstra er weer fris en monter bij in zijn werkkamer in het gebouw van de Levensstroom-gemeente, dat tussen de meubelboulevards en autodealers op een industrieterrein in Leiderdorp ligt. «God doet in vergelijking met andere provincies in ons land opmerkelijk veel in Friesland. Wat vond je van die jongen die zijn graf al had gekocht en weer beter werd? Of de vrouw in het rood die opstond uit haar rolstoel?»

Zijn blauwe ogen kijken priemend vanachter brillenglazen. Zijlstra heeft wat je tegen over een buitenlander een echte Hollandse kop zou noemen. Met zijn krachtige postuur lijkt hij gewend om over een dijk tegen de wind in te fietsen. De zoon van een Nederlands-hervormde slager in Hillegom werd op zijn negentiende geroepen door God. «Ik zat op mijn kamer de bijbel te lezen en voelde in mijn hart dat Hij mij nodig had voor Zijn Koninkrijk. Ik aarzelde niet, je moet je beste jaren niet verspillen.» Nadat hij zich geroepen wist om het evangelie te gaan prediken, werd hij samen met zijn vrouw Herma jarenlang voorganger van een Volle Evangelie Gemeente in Leiden.

Begin jaren negentig besloten ze de bediening in te gaan. Ze startten «De Levensstroom Gemeente» in Leiderdorp en Zijlstra merkte dat God hem op zeer bijzondere wijze ging gebruiken in de dienst van de genezingen. «God doet wonderen en hij zegt in de bijbel: ‹Leg op zieken de handen›, en wil daarom dat ik mensen aanraak. De genezing zou ik absoluut geen talent van mezelf willen noemen. Het is God die via de mens zijn werk doet. Hij kan het ook zonder mij, maar omgekeerd kan ik het niet zonder Hem doen. Als overigens iemand niet genezen wordt, heb ik daar heus wel flink last van. Maar ik begrijp ook niet alles. We zorgen dan dat mensen goede pastorale opvang krijgen. We bidden voor ze. We laten ze nooit in de kou staan, want natuurlijk is de klap groot als het wonder bij anderen wél plaatsvindt.»

Het echtpaar Zijlstra trok enkele jaren door Suriname, de Nederlandse Antillen en Indonesië alvorens ze in Nederland besloten vanuit Leiderdorp door het hele land te gaan trekken met hun speciale diensten. In den vreemde hadden ze meegemaakt dat in zalen met soms vijftienduizend mensen genezingswonderen plaatsvonden. Terug in Nederland besloten ze «campagnes» door het hele land te organiseren. Zaaltjes werden zalen en uiteindelijk sporthallen. Sinds de ervaring in Friesland constateren ze dat die ook te krap bemeten zijn. Zijlstra denkt dat mensen zich aangetrokken voelen tot zijn gemeente omdat het «het levende geloof» is, en ze in tegenstelling tot bij veel gevestigde kerken als individu worden aangesproken. «De boodschap van de genezing was lange tijd te veel weggestopt. Sinds Jezus op de Olijfberg aan de apostelen de boodschap gaf om het evangelie te prediken, zijn er wonderen gebeurd. Het gaat bij God altijd om die ene mens. Hij wil Zijn liefde openbaren tegenover het individu, en niet aan een massa.» Een andere verklaring voor het grote succes ligt volgens Zijlstra in de vrijheid van emoties. «Tijdens een dienst wordt veel gelachen en gehuild.»

Ook in de Victory Outreach kerk krijgen de gelovigen geen kans om tijdens een lange zit op een hard bankje weg te dommelen op het dreunende stemgeluid van een dominee of priester. Met bulderende stem verkondigt de voorganger het blije evangelie, afgewisseld door swingende gospelliederen. Zo’n vijftien jaar geleden kwam de internationaal georganiseerde christelijke bediening vanuit Amerika naar de Nederlandse polders overwaaien. In rap tempo vestigden de verschillende ministeries zich in zeven steden, met Amsterdam als moederkerk, vanuit de visie van oprichter Sonny Arguinzoni dat mensen vooral in de binnenstad in grote nood verkeren. In het ontwrichtende bestaan van misdaad, discriminatie, prostitutie, drugsverslaving, alcoholisme, scheiding, kindermishandeling, verkrachting en werkloosheid kan de liefde van God verstotenen weer op de goede weg helpen. De discipelen van Victory Out reach werven actief hun leden op straat, aan de zelfkant van het bestaan, volgens de woorden uit de bijbel (Jesaja 45:2-3): «…en Ik zal u geven de schatten der duisternis…»

Prostituees, drugsverslaafden, mensen uit gebroken gezinnen, zwervers en jeugdcriminelen krijgen de kans om in opvanghuizen en herstelcentra (homes) met behulp van het evangelie een nieuw leven te beginnen. «Ze leren weer zichzelf te worden. Drugsverslaafden kicken af, krijgen les in etiquette, omgaan met geld en persoonlijke verzorging. De kerk is geen eiland, maar staat midden in de maatschappij», zegt voorganger Felix Asare uit Den Haag. Hij groeide op in Ghana, en kwam in 1987 naar Amsterdam, waar hij via een contact in een jeugdhostel in aanraking kwam met het evangelie van Johannes. Al snel bezocht hij de diensten van de Outreach kerk.

Naast hem zit de 47-jarige Ronald, die vertelt hoe de dope uit zijn leven verdween door God. Twintig jaar zwierf hij als vervuilde, verwilderde heroïnejunk door de straten, totdat hij vier jaar geleden in aanraking kwam met Victory Outreach. De Antilliaan lacht breeduit als hij zegt hoe hij weer een goede vader voor zijn kinderen kan zijn. «Toen ik binnenkwam in de opvang was ik een soort baby die alles opnieuw moest leren, van netjes spreken tot mijn tanden poetsen. Ze leerden me prioriteiten stellen, omgaan met teleurstellingen en gedisciplineerd leven. Niet meer roken en drinken, en onmatig gedrag vertonen.» Hij moet toegeven dat het een zware weg is geweest, die minstens anderhalf jaar duurde. Velen haken onderweg af. Maar de vreugde is weer terug in zijn hart.

In de diensten staat blijdschap centraal. Pastor Felix: «Wij geloven dat het contact met God vol gejubel, gejuich en dans is. De kerk op aarde vormt een voorproef van wat in de hemel gebeurt. Muziek is daarom heel belangrijk. In plaats van toeschouwer moet je tijdens de diensten deelnemer zijn. Door de positieve kant van het leven te tonen, laten we zien dat ieder mens de potentie heeft om talenten te ontwikkelen. Wij bidden: ‹Reinig mijn hart van alle zonden. Ik vraag u om mij te accepteren en in mijn leven te komen. Here, ik wil voor u leven. Geef mij nieuwe dromen en nieuwe hoop.› Het geloof beleven wij geestelijk, lichamelijk, sociaal en emotioneel.»

In een voormalig fabrieksgebouw aan de Amsterdamse Plantage Middenlaan staan op zondagochtend Antillianen, Afrikanen, Surinamers en slechts een enkele blanke op hun paasbest gekleed mee te wiegen op de vette funkklanken van de band. De blanke voorzanger, met kaal hoofd en ringbaardje, in het dagelijks leven politieman, heeft de stem van een zwarte soulzanger. De discipelen veren op uit hun stoel om te juichen: «Halleluja, prijs de Heer.» Ze raken elkaar aan, als de voorganger erom vraagt. Hij preekt opzwepend over de Heer die goed is, de Heer die eerlijk is. De boodschap van die dag luidt: «Niets is onmogelijk door God.» Urenlang volgen in ongenadig tempo anekdotes over zwervers die door de Heer weer zelfrespect kregen en over problemen die uitzichtloos waren maar door het nieuwe inzicht dat God schonk, opgelost werden. De opgebouwde spanningsboog eindigt in de stilte van gebed, waarbij de voorganger zijn hand barmhartig op de naar voren gestroomde mensen legt. Een enkeling kan zijn emoties niet bedwingen. In het slotgezang worden de woorden «I have decided to follow Jesus, not turning back» telkens herhaald. Als in een trance.

Na afloop verspreiden de brothers en sisters zich door het gebouw. In de warme gangen rennen joelende kinderen. Zweetgeuren vermengen zich met de dampen van gebraden kip en hete aardappels. Nadat de geest is gevoed, wacht het eten. Buiten het gebouw stapt de voorganger in een grote zwarte auto. Hij zegt: «In naam van de Heer, wees een goed mens.»