Lege babykamer

De Oostenrijkse regisseur Andrea Breth laat overduidelijk zien wat zij bedoelt. Elke keer als meneer en mevrouw Macbeth een moord beramen doen ze dat in een lege babykamer, met gecapitonneerde wanden, zodat het tegelijk op een isoleercel lijkt waar gekken worden opgesloten.

Het enige meubelstuk is een ostentatief leeg, wit kinderbedje. Een enorme witte teddybeer wordt in de loop van de opera als een offer in brand gestoken en nog weer later, zwartgeblakerd, door lady Macbeth gekoesterd. Er lopen al vanaf het begin aanminnige kindertjes langs, die met een holle koningskroon spelen en in een angstdroom wordt er zelfs een glazen fles met een bijna voldragen foetus binnengedragen.

Macbeth en vooral zijn vrouw zijn gefrustreerd doordat ze geen kinderen hebben, alleen die doodgeboren baby voor wie die kinderkamer en dat bedje bedoeld waren. Als vervanging willen ze de macht, mevrouw Macbeth drukt de kroon af en toe in haar schoot, en ze kunnen het niet verdragen als wordt geprofeteerd dat de kinderen van iemand anders later vorsten zullen zijn. Die kinderen moeten zo snel mogelijk om zeep worden gebracht.

Het is helder, er is niets mis met het vele denkwerk van Breth. Voor haar zijn de heksen die de fatale voorspellingen doen geen tovenaressen in het bos, maar wijze oude vrouwen die bij Macbeth op zolder wonen en die hun kennis uit stapels boeken en folianten hebben. De opera van Giuseppe Verdi krijgt hierdoor een ontstellend realisme, maar zonder hedendaagse betekenis. Breth maakt van Macbeth geen vertegenwoordiger van het moderne bankwezen of ander superkapitalisme, de machtsstrijd om de koningskroon blijft in het niets hangen.

Deze opera Macbeth van Verdi uit 1847, gedeeltelijk herzien in 1865, naar het beroemde stuk van Shakespeare, is in Nederland zelden te zien. Hij geldt als een jeugdwerk van Verdi en klinkt bij dno met het Nederlands Philharmonisch Orkest onder muzikale leiding van Marc Albrecht enigszins als Verdi_-in-the-making._ Er zijn prachtige melodieën, grote emoties, dreiging en ondergang, maar het heeft geen grote dramatische structuur, het zijn allemaal losse scènes. Librettist Francesco Maria Piave had niet het genie van Arrigo Boito die later voor Verdi naar Shakespeare volwaardige operalibretti van Othello en Falstaff maakte. Het kan ook aan een zekere brechtiaanse theateropvatting liggen, waarbij scènes niet in elkaar mogen vloeien, maar telkens door een donkerslag en pauze worden gescheiden, wat de continuïteit niet ten goede komt.

Het toneelstuk Macbeth geldt onder acteurs als een ongeluksstuk en ook bij dno volgde ramp na ramp. Voor lady Macbeth werd sopraan Amarilli Nizza te elfder ure ingehuurd als invalster voor een invalster. Zij speelde scherp, maar zong ook iets te scherp, al zou Verdi dat misschien op prijs hebben gesteld, hij vond dat deze rol niet te mooi moest worden gezongen. Scott Hendricks als Macbeth was muzikaal goed, maar wat hoekig van spel. Uitblinker was Vitalij Kowaljow als Banco, maar die wordt helaas al in het begin van de opera vermoord en verschijnt verder nog alleen als zwijgende geest.

Het regieteam kreeg als vanouds van het premièrepubliek een massief boegeroep te horen, dat bewijst in elk geval dat het interessant is om kennis van te nemen.


Macbeth van Verdi, t/m 28 april in Nationale Opera Ballet