Lege bedden en een stopwatch

Toen Paars vier jaar geleden aantrad, was in de gezondheidszorg een wachtlijst nog een wachtlijst. In ziekenhuizen en verpleeg- en verzorgingshuizen betekende het dat alle bedden bezet waren en er niemand meer bij kon. Nu Paars de eindstreep nadert, begint er een andere definitie in zwang te raken. Op meerdere plaatsen worden inmiddels mensen op een wachtlijst geplaatst terwijl er bedden leegstaan. De oorzaak: onvoldoende verplegend personeel. Wachtlijsten zijn in de toekomst niet langer een kwestie van volle bedden, maar vooral een zaak van lege bedden.

Die verschuiving maakt dat het huidige CAO-conflict in de gezondheidszorg meer is dan de zoveelste rituele dans om meer loon. Het gaat om de erkenning dat een volgend kabinet zodanig in de arbeidsvoorwaarden van verplegende en verzorgende beroepen moet investeren dat het beroep weer aantrekkelijk wordt om te kiezen. Vorig jaar schreven de beroepsopleidingen voor verpleegkundigen tien procent minder studenten in dan in het jaar daarvoor en alles wijst erop dat de belangstelling bij jongeren voor het werken in de zorgsector steeds verder terugloopt.
En geef ze eens ongelijk. Het imago dat aan het verzorgende beroep kleeft, komt er toch vooral op neer dat deze professionals meer met een stopwatch in de weer zijn dan met mensen. De werkdruk is hoog, het ziekteverzuim fors, de protocollen heilig en de beloning allerbelabberst. Je moet zo ongeveer het Licht hebben gezien om nog voor dit beroep te kiezen.
Een volgende minister zal hier nog een zware dobber aan hebben. Weliswaar willen vrijwel alle partijen de volumegroei van de gezondheidszorg verhogen naar zo'n twee procent, maar daarin is het opkrikken van de salarissen niet meegerekend. In het heersende gezondheidszorgdenken telt men vooral in bedden, gebouwen, appararaten en declareerbare doktersbehandelingen. Als een magneet trekken deze het geld naar zich toe, terwijl het ‘vuile werk’ aan het bed de sluitpost op de begroting blijft.
Minister Borst heeft daar geen verandering in kunnen aanbrengen. Ze trad aan met de constatering dat het afgelopen moest zijn met de Grote Plannen. Daarvoor in de plaats kwam vier jaar kunst- en vliegwerk met eigen bijdragen en financi‰le noodverbanden. De meeste energie ging heen met het lospeuteren van meer geld bij haar collega’s in de ministerraad.
Ondertussen zette de economisering in de gezondheidszorginstellingen de afgelopen jaren in alle hevigheid door. De zorgarbeid in de gezondheidszorg werd daardoor gerationaliseerd op een manier die nog het meeste weg had van de taylorisering van de industri‰le productie in de eerste helft van deze eeuw. Efficiencyverbetering werd een synoniem voor het verhogen van de werkdruk, zoals ooit in de fabriekshallen de productie werd verhoogd door de lopende band steeds een tandje hoger te laten draaien.
De grenzen daarvan zijn bereikt, zoals de grote actiebereidheid onder het verplegende en verzorgende personeel inmiddels heeft aangetoond.
Duidelijk is dat een nieuwe zorg-CAO, die de komende weken ongetwijfeld met de nodige rekentrucs uit de hoge Haagse hoed getoverd zal worden, niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat zal zijn. Zelfs de meest 'marktconforme’ CAO zal er immers niet in slagen om de jarenlange onderwaardering teniet te doen.
Het worden daarom vier hete jaren voor de werkers in de gezondheidszorg, waarbij de traditie wil dat zij met een nieuwe minister van doen zullen krijgen. Nog nooit is een minister of staatssecretaris van volksgezondheid erin geslaagd om terug te keren. Els Borst zal er vermoedelijk niet in slagen om met deze traditie te breken. De werkers in de zorg hoeven daar niet echt rouwig over te zijn. Daarvoor heeft deze 'vakminister’ het de afgelopen vier jaar toch net iets te veel laten afweten.