Lege lage loonschalen

Minister Melkert is ontstemd. Hij krijgt signalen dat de nieuwe lage loonschalen in de CAO’s leeg staan. Vorige week dreigde hij opnieuw met ingrijpen, overtuigd als hij is dat lage lonen tot meer banen leiden. Een rondgang door het bedrijfsleven leert anders. De lage loonschalen worden wel gebruikt, maar leveren geen extra banen op. En als ze leeg staan is dat niet zonder reden.
‘DENK JE DAT ik een schoonmaker extra zal aannemen? Ben je besodermieterd.’ Wim Iding, directeur van het schoonmaakbedrijf Maas en Waal in Beneden-Leeuwen, lacht. De nieuwe lage ‘loontrede 1’ in de schoonmaak-CAO heeft tot doel: meer werk voor de moeilijk bemiddelbare werkloze. Die mag in de nieuwe loonschaal slechts eenvoudige klusjes doen: prullenmanden legen, bureautjes stoffen. Iding: ‘Niemand die controleert of de nieuwe werknemer alleen maar kleine klusjes doet. Werkgevers maken er misbruik van. Dat scheelt ze weer in de loonkosten.’

Paars blijft geloven dat loonmatiging tot werk leidt. Vandaar die lage loonschalen, waarvan minister Melkert de aanjager is. Vorig jaar dreigde hij de loonbepalingen in de CAO niet meer algemeen verbindend te verklaren als er geen nieuwe lage loonschalen zouden komen: schalen tussen de laagste CAO-schaal en het minimumloon. De bonden gingen morrend akkoord. Afschaffing van de algemeen-verbindendverklaring is een schrikbeeld voor de bond, maar ook voor werkgevers, die elkaar dan op loonkosten zullen beconcurreren. Uit een recente inventarisatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat intussen zo'n dertig procent van de CAO’s in Nederland aanloop-, opstap-, of min-eenschalen kent. Maar worden ze wel gebruikt? Vorige week, tijdens de viering van het vijftigjarig bestaan van de Stichting van de Arbeid, deelde de minister mee dat hem steeds meer geluiden bereiken dat de lage loonschalen ‘leeg staan’. Als daar niet snel verandering in komt, zal hij de algemeen-verbindendverklaring van de CAO’s opnieuw ter discussie stellen. Dispensatie van het minimumloon voor bepaalde groepen op de arbeidsmarkt komt dichterbij.
MAAR MELKERTS lage loonschalen staan niet overal leeg. Bij Verbruggen Terminals in Terneuzen komt elke nieuwe stuwadoor op een jeugdinstroomschaal binnen. H. Kastelein, manager personeelszaken: 'De jeugdinstroomschalen schelen ons twintig tot vijfentwintig procent op de loonkosten.’ En in de horeca zijn de salarissen voor alle nieuwkomers per 1 april met twee procent verlaagd, 'om meer werk te creeren voor mensen die aan de kant staan’, zo meldt de CAO optimistisch.
Philips kent 'opstapschalen’ voor laagopgeleide werklozen met weinig ervaring. Uit het Protocol Opstapgroep: 'Zolang het protocol van kracht is, zullen er geen nieuwe medewerkers aangenomen worden in de aannamegroepen A1 en A2.’ Betekent dit dat alle nieuwe laaggeschoolde produktiewerkers bij Philips op de nieuwe schalen binnenkomen? 'Inderdaad’, bevestigt A. Poulissen, medewerker op de Sociaal-Economische Afdeling van Philips. 'Vroeger kwamen ze rechtstreeks in de normale betaling. Nu is de weg wat langer geworden. Ze kunnen een, twee jaar in een aanloopschaal blijven.’
Een rekensommetje leert dat de nieuwe produktiemedewerkers van Philips gemiddeld twintig procent op hun loon inleveren. Verdiende de achttienjarige van voor het Opstap-tijdperk nog 1365 gulden bruto, nu krijgt hij 987 gulden. Het gaat niet zonder strubbelingen, zegt Poulissen: 'De onderlinge verhoudingen worden erdoor verstoord. Deze mensen komen te werken met collega’s die nog in de normale schaal zitten. Dat zet scheve ogen, dat levert spanning op. Daarom moet het personeelsbestand genormaliseerd worden.’
Genormaliseerd? Poulissen licht toe dat de huidige flexibele garde met de oude lonen zal afvloeien. Opgewekt: 'Zo moeilijk is dat niet. Uitzendkrachten mogen toch niet lang blijven. Mensen met tijdelijke contracten vinden of elders een vaste baan, of wij nemen ze in vaste dienst en dan is het loonsverschil makkelijker uit te leggen aan de nieuwkomers. We kunnen zeggen dat de vaste krachten meer ervaring hebben.’
Nee, hij vindt niet dat er sprake is van verkapte loonsverlaging. 'Ze gaan van een uitkering of minimumloon naar het Opstap-loon. Dan is dit toch hoger? Hooguit kun je zeggen dat zij onbillijk behandeld worden ten opzichte van hun collega’s, die hetzelfde werk doen tegen hoger loon. Maar als de verhoudingen eenmaal genormaliseerd zijn, is dat probleem ook uit de wereld.’ Of de Opstap-schalen ook leiden tot meer werk, betwijfelt Poulissen: 'Dat zal misschien het geval zijn bij een aantal superloonkostengevoelige activiteiten, zoals handmatige arbeid. Maar bij operatorachtige functies, waar loonkosten minder een rol spelen, is dat niet het geval.’
Ook andere werkgevers die van de lage loonschalen gebruik maken, hebben hun twijfels. S. van der Zwan, woordvoerster McDonald’s: 'Er komen meer restaurants, dus hebben we meer medewerkers nodig.Het verband tussen onze lagere aanvangslonen en meer werkgelegenheid, dat zie ik eerlijk gezegd niet.’
Door de nieuwe schalen kan de werkgelegenheid wel verschuiven. H. Kastelein van Verbruggen Terminals moet sollicitanten vanaf 25 jaar de deur wijzen. 'En daar zitten hele goeie bij’, zegt hij met spijt in zijn stem. 'Maar ja, onze nieuwe jeugdinstroomschalen gelden tot 25 jaar.’ De Voedingsbond FNV krijgt signalen dat in de zuivel vaste krachten worden verdrongen door uitzendkrachten. Uit recent onderzoek blijkt dat die uitzendkrachten 25 procent goedkoper zijn: zij mogen in de laagste loonschaal.
In de horeca zijn de eerste ontslagaanvragen voor te dure werknemers al gesignaleerd. 'Vanuit bedrijfseconomische redenen kunnen wij deze persoon niet handhaven, zo heet het dan. Een nieuwe jonge collega is stukken goedkoper, niet alleen in het begin; hij verdient structureel twee procent minder’, zegt Marchien Koster, voorzitter van de Horecabond FNV. De nieuwe lage aanvangslonen leiden volgens haar juist tot nieuwe werkloosheid, en wel 'onder diegenen die te ver boven de laagste loonschaal zitten’.
OOK ONDER ECONOMEN raakt het 'neoklassieke’ denken - lage lonen zorgen voor werk - steeds meer omstreden. Professor A. Kleinknecht, directeur van het Economisch en Sociaal Instituut van de Vrije Universiteit in Amsterdam, zette vorig jaar de toon. In zijn inaugurele rede pleitte hij juist voor hogere lonen ter bestrijding van de werkloosheid. Nederland kampt volgens hem met onderbesteding en te weinig afzet - te weinig koopkracht door de politiek van loonmatiging. Meer verdienen betekent meer besteden: 'Bovendien blijkt uit internationaal onderzoek dat afzetgroei bepalend is voor het innovatieproces. Het stimuleert bedrijven om nieuwe produkten of diensten te lanceren. Als je de lonen matigt dan beperk je de vraag, dus is er minder aanmoediging voor innovatie.’
Kleinknecht spreekt over de noodzakelijke 'creatieve destructie’. Loonstijging heeft volgens hem het voordeel dat zwakke bedrijven makkelijker weggeconcurreerd kunnen worden door sterke innovatieve bedrijven die de hogere lonen kunnen opbrengen. 'Wellicht dat ik door dit argument werd bestreden in de pers’, zegt de professor. 'Ze dachten dat ik Nederland wilde platbranden, zodat op de as iets nieuws kon verrijzen.’
Vorige week kwam er bijval uit onverwachte hoek. De Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek, ooit tegenstander van Kleinknechts opvattingen over hoge lonen, staat nu ook op het standpunt dat het matigen van de lonen nutteloos is om werk te scheppen. Hoe laag je de lonen hier ook maakt, je legt het af tegen de lage- lonenlanden. De opvatting wint terrein dat het beter is om in de kennisintensieve industrie te investeren. 'Door meer banen te scheppen aan de bovenkant van de arbeidsmarkt komt er een einde aan de neerwaartse verdringing, die van academici die HBO- banen bezetten, HBO'ers die op MBO-niveau werken, en ga zo maar door. De mensen onderaan zijn altijd de klos’, zegt Kleinknecht. Hij vindt dat de overheid flink moet investeren in de infrastructuur: 'Nederland distributieland, maar het loopt hopeloos achter. Het is een typisch Hollandse ziekte om altijd maar weer op de centjes te letten.’ Over maatregelen als lage loonschalen kan hij kort zijn: 'Lapwerk. Een ondernemer gaat echt niet iemand extra aannemen omdat hij tien procent goedkoper is.’ De opstelling van de vakbonden noemt hij naief: 'Ze suggereren dat werkgelegenheid voor bedrijven een doel op zich is, maar dat is het natuurlijk niet. Het is een afgeleide, een bijprodukt. De vakbond had nooit mee moeten gaan in de gedachte van loonmatiging.’
TOCH HEEFT MELKERT niet helemaal ongelijk: er zijn ook lege lage loonschalen. De supermarkten bijvoorbeeld beloofden eenvoudig werk voor langdurig werklozen op een lage loonschaal, maar Albert Heijn bedankt voor de eer. Woordvoerster I. van Kuilenburg: 'Wij kunnen prima uit de voeten met de bestaande loonschaal. Welk eenvoudig werk kunnen wij nog verzinnen?’
Roald Jacobs, secretaris van de Vereniging van Grootwinkelbedrijven voor Levensmiddelen, moet de eerste supermarkt nog tegenkomen die werklozen aanneemt op de nieuwe loonschaal. Het nobele plan mislukt, vermoedt hij, vanwege de voorwaarden die eraan zijn verbonden. Het moet gaan om eenvoudige taken, zoals inpakken, bezorgdiensten of emballage. 'Veel van zulke diensten zijn er gewoon niet’, zegt Jacobs. 'Bovendien is er onduidelijkheid over de definitie van langdurig werklozen. Al met al te veel gedoe voor winkeliers. Als er extra mensen nodig zijn, graait de personeelschef snel in zijn kaartenbakje, of hij vraagt zijn personeelsleden of ze meer uren willen maken.’
Ook in andere sectoren staan de lage loonschalen leeg omdat het ontbreekt aan eenvoudig werk. Bij de banken zit de laagste loonschaal vijf procent boven het minimumloon. Het aantal werknemers in schaal 1 is echter in vijf jaar tijd afgenomen van vijftienhonderd naar honderdvijftig - de oprukkende automatisering verdringt het simpele werk. Bij de Nederlandse Spoorwegen staat de laagste loonschaal leeg; die daarboven is voor de helft bezet. Ook hier: gebrek aan super-simpele karweitjes. Binnenkort buigen de NS en de bonden zich daarover, vertelt T. Hoekstra, hoofd Arbeidsvoorwaarden NS. Hij laat zich niet uit over de nieuwe functies die het brainstormteam moet bedenken. 'Dat ligt heel gevoelig.’ Nu goed. 'Ik kan me voorstellen dat de kruier weer terugkomt. Als dat bedrijfseconomisch tenminste verantwoord is.’
Voor werkgevers die eenvoudig werk nog simpeler moeten maken, is taakafsplitsing het toverwoord. Hoekstra heeft zijn vraagtekens: 'Vroeger wilden we afwisselende functies scheppen, want dat maakt het werken leuk. Nu moeten we routinematige taken bedenken. Het is een groot dilemma: aan de ene kant willen wij moeilijk bemiddelbare werklozen aan het werk helpen, anderzijds kunnen wij ze slechts monotoon werk aanbieden.’
IN TAAKVERARMING ziet Paul Rosenmoller, fractievoorzitter van GroenLinks, een groot gevaar: 'Ervaring en onderzoek tonen aan dat afwisseling in het werk belangrijk is voor de motivatie van werknemers. We spraken nog maar net van functieverrijking, nu gaat de klok weer terug.’ De working poor van de Verenigde Staten zijn Rosenmollers schrikbeeld: 'Ik ben bang voor een neerwaartse spiraal, zeker als de dispensatie van het mimimumloon doorgaat. Melkert bedoelt het goed, maar hij komt op een hellend vlak. Onder het motto “werk, werk, werk”, komt er druk op de laagste lonen.’
Geconfronteerd met deze bevindingen laat minister Melkert via zijn woordvoerder weten dat hij het voorjaarsoverleg op 31 mei zal gebruiken voor een evaluatie: 'Om goed te luisteren naar de bevindingen en opvat tingen van de sociale partners. De inzet van het kabinet is duidelijk: de laagste loonschalen moeten bezet. Met die inzet zullen we praten. De minister wil niet in isolement zijn beleid uitvoeren, maar rekening houden met de sociale partners. Hij heeft een open oor.’ De dreiging om de loonbepalingen in de CAO niet meer algemeen verbindend te verklaren gaat niet van tafel: 'Dat is de lijn van het regeerakkoord, om zo te bevorderen dat de sociale partners afspraken maken.’
Eerst dreigt Melkert met ingrijpen, opdat er lage loonschalen komen. En nu wil hij afdwingen dat ze worden ingevuld, zonder te kijken naar het effect en de (on)mogelijkheid. Bij de FNV groeit niet alleen de irritatie, maar ook het mededogen met de minister. Lodewijk de Waal, coordinator arbeidsvoorwaarden, voorziet een grote teleurstelling: 'Die lagere loonschalen leiden heus niet tot meer banen. Misschien dat een kleine groenteboer iemand extra aannneemt, maar bij de grote concerns speelt de loonkostenkwestie veel minder.’ Volgens De Waal heeft de minister een onmogelijke opdracht: 'In het regeerakkoord staat dat er lagere loonschalen moeten komen. Zo niet, dan worden ze niet algemeen verbindend verklaard.’ Grinnikend: 'Niet-bestaande loonschalen niet verbindend verklaren? Dit voorstel moet op een zondagmiddag onder het genot van een kopje thee bedacht zijn.’