Buitenland

Leiderschap

Dat was toch wel een speciaal moment, afgelopen weekend, toen het onderzoek over Russische inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen werd afgerond. Na een cliffhanger van twee jaar, waarin de Amerikaanse president Trump gemiddeld tweemaal per dag over het onderzoek foeterde op Twitter, was het een daverende anticlimax: niet eens één bewezen misdaad door de president of zijn campagneteam. De grote Amerikaanse kranten wisten even niet hoe ze daarmee moesten omgaan. Trump zelf was in jubelstemming, maar je vraagt je wel af waarom hij twee jaar zo’n stampij heeft gemaakt als er geen grof schandaal op Mueller lag te wachten. En zo mooi was het onderzoek nu ook weer niet voor Trump: zeven naaste medewerkers achter de tralies, onder wie zijn advocaat en campagneleider, en overweldigend bewijs dat Rusland de verkiezingen manipuleerde in zijn voordeel. Evengoed raakt dat hem electoraal niet, en dat zou een Mueller-rapport vol bewezen misstappen ook niet hebben gedaan.

Het is interessant om dat feit te contrasteren met de opkomst van een andere leider, de Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern. Zij werd de afgelopen week door vele handen opgeheven, na haar waardige reactie op de aanslagen op twee moskeeën in Christchurch. In binnen- en buitenland werd Ardern geroemd als verbinder, die tolerantie en openheid inbracht tegen haat en geweld, gemeenschap tegen verdeeldheid. Of Ardern haar natie echt zo verenigde, of dat conservatieve Nieuw-Zeelanders maar even hun mond hielden terwijl Ardern met hoofddoek op tussen de moslims verscheen en vertelde dat zij Nieuw-Zeelanders zijn omdat ze ‘Nieuw-Zeeland hebben uitgekozen als plaats om te wonen’ – laten we maar zeggen dat dat niet helemaal duidelijk is. De progressieve bewondering was er niet minder om.

Progressieve kiezers helpen hun eigen helden om zeep

Het was onvermijdelijk dat Ardern werd geprojecteerd als progressief antwoord op Donald Trump en de rechts-populistische leiders die hij inspireert. Er ontbrandde een Jacinda-mania, met Ardern als anti-Trump. ‘De VS verdienen een leider zoals Jacinda Ardern’, schreef The New York Times: Ardern als fotonegatief van de blond-oranje president. Toch is te voorspellen dat Ardern sneller de grond weer zal raken dan Donald Trump. Dat suggereert de logica van onze tijd in ieder geval, waarin progressieve politiek steeds meer wordt gekenmerkt door een ethisch appèl om het juiste te doen voor de samenleving en de wereld, en conservatieve politiek door een claim op doortastend leiderschap en een verbeelde gemeenschap. Deze tegenstelling maakt dat progressieve politiek ethisch volmaakte leiders nodig heeft en conservatieve politiek niet. En die ethisch volmaakte leiders bestaan niet: ook Ardern zal niet moreel volmaakt blijken te zijn.

Wie wil weten wat er dan gebeurt, kijkt naar het vorige progressieve idool, Justin Trudeau. Terwijl de ster van Ardern pijlsnel steeg, smakte die van de jonge Canadese premier tegen de grond. Een paar jaar was hij de hoop van links, ‘een trotse feminist’ die alle progressieve vakjes afvinkte. Maar hij bleek op een foute manier een smerige multinational te hebben geholpen, uit vrees dat die anders uit Canada zou verhuizen. Inderdaad een vuile zaak. Maar vooral opvallend is hoe zwaar dit Trudeau raakt. Hij bleek niet goed, dus slecht, en onwaardig als progressief symbool. Dit verklaart ook de hunkering waarmee Jacinda Ardern wordt omarmd: progressieve politiek heeft altijd behoefte aan nieuwe idolen. Progressieve kiezers helpen zo hun eigen helden om zeep, en reiken hun tegenstander een eindeloze reeks whataboutism-verwijten aan, van Bernie Sanders’ vakantiehuis tot de ‘grote BMW’ van Jesse Klaver.

Het contrast met rechts-populistische leiders is groot. Met Trump natuurlijk, die schandalen aan elkaar rijgt die geen enkele andere politicus had overleefd. Nou ja, de Braziliaanse president Bolsonaro misschien, met zijn steelfamilie en verbijsterende uitspraken over martelen, moorden en verkrachten. Of hun Filipijnse collega Duterte, die pocht over executies die hij heeft uitgevoerd. Kennelijk zijn dergelijke zaken geen beletsel voor iemand die krachtdadig leiderschap belooft; kennelijk kunnen ze de indruk versterken dat iemand niet bang is om vuile handen te maken voor zijn gemeenschap. Daarom zijn er op dit politieke moment conservatieve idolen te over, in alle uithoeken van de wereld. Daarom wordt progressief leiderschap steeds weer dof. En dat blijft zolang progressieve symboliek heiligen tegenover zondaars blijft stellen: een doodlopende weg.