Hoofdcommentaar

Leiderschapscrisis in de polder

De grootste Nederlandse vakcentrale lijkt het spoor bijster. Terwijl het tweede kabinet-Bal ken ende diep snijdt in de sociale zekerheid en in de rechten voor werknemers heeft FNV-voorman Lodewijk de Waal geen wezenlijk antwoord. Natuurlijk: hij is tégen. Maar dat is de oppositie in de Tweede Kamer ook. En natuurlijk was hij bereid een Sociaal Akkoord te sluiten en daarmee in de voetsporen te treden van zijn illustere voorgangers Kok en Stekelenburg, maar dan moest het kabinet wel behoorlijk wat «pijnpunten» terugdraaien. Alleen dan zou de FNV bereid zijn de komende twee jaar bij cao-onderhandelingen geen structurele loonsverhoging te eisen.

Is er nog verschil tussen de FNV-retoriek tegen het kabinet-Balkenende en die van de oppositie in het parlement? De flauwe woordgrapjes («Bak ellende») zijn identiek en ook inhoudelijk lijkt er weinig verschil van mening. Maar waar de PvdA van Wouter Bos ietwat defaitistisch moest erkennen in de oppositie geen deuk in een pakje boter te kunnen slaan omdat de regeringspartijen het kabinetsbeleid toch wel zullen steunen, had in theorie de vakbeweging nog altijd het ultieme pressiemiddel achter de hand: massale acties die het land platleggen.

Maar deze meerwaarde van de vakbeweging lijkt na de overvloedige jaren negentig geen factor van betekenis meer. Al sinds het begin van de zomer doet De Waal verwoede pogingen zijn leden tot actie te manen, maar steeds weer blijken de oproepen tevergeefs. Tot mislukken gedoemde exercities domineerden de laatste weken het beeld: een handvol buschauffeurs die zich voor de deur van de remise in de waterkou in oranje FNV-shirtjes hijsen en met de stakingsleider een kopje koffie drinken, terwijl een paar kilometer verderop de bussen gewoon hun ritten rijden; vrachtwagenchauffeurs die met dertig kilometer per uur over de Ring Utrecht pruttelen, maar met te weinig zijn om het verkeer daadwerkelijk tot stilstand te brengen. Alleen dankzij de enthousiaste medewerking van de Nederlandse Spoorwegen, die alleen al door het dreigement van actie het complete treinverkeer rondom Den Haag stillegden, is dinsdag een speldenprikje uitgedeeld. Verder waren vooral de ludieke publieksvriendelijke acties een succes: maar al te graag nam het winkelend publiek, met premier Balkenende, op het Haagse Plein een door Lodewijk de Waal gratis aangeboden ijsje in ontvangst.

Wie geen drukmiddel meer achter de hand heeft, is in onderhandelingen met de overheid geen knip voor de neus waard. Dat was enkele jaren geleden ook een van de conclusies na het gesneefde «groene poldermodel» rondom de uitbreiding van Schip hol: overheid, bedrijfsleven en milieubeweging zouden volgens beproefd sociaal-economisch concept rond de tafel gaan om de Schiphol-problematiek eens en voor altijd bevredigend op te lossen, maar waar vakbonden tegenover de overheid het stakingsmiddel achter de hand hadden, konden milieuorganisaties hun dreigementen niet te gelde maken. «Grassprietjes staken niet», zei een van de teleurgestelde onderhandelaars destijds.

Zo apathisch als grassprietjes zijn de vakbondsleden misschien nog net niet, maar de slagkracht van de werknemersorganisaties is de laatste jaren aanzienlijk verminderd. Lodewijk de Waal had dit kunnen zien aankomen. Al sinds het beroerde economisch tij inzette, worden opinieonderzoeken uitgevoerd waaruit blijkt dat nog maar weinig werknemers bereid zijn hun werk neer te leggen of met een spandoek de straat op te gaan. Je kunt moeilijk demonstreren tegen een tegenvallende conjunctuur, vindt een in de jaren negentig sociaal-economisch volwassen geworden nieuwe generatie. Deze nieuwe generatie is bovendien ondervertegenwoordigd op de ledenlijsten van de vakbond. Dit komt de representativiteit niet ten goede.

Het CNV van Doekle Terpstra lijkt wat dat betreft de tijdgeest beter begrepen te hebben: bij het christelijk vakverbond ligt de nadruk op lobbywerk richting het kabinet. De 350.000 leden hebben vooralsnog geen acte de présence hoeven geven bij op voorhand tot mislukken gedoemde «massa»-betogingen. Dat vakbondsleden niet meer demonstreren is geen schande, vindt Terpstra. Het is een teken van emancipatie.

De laatste jaren zijn FNV en CNV verder van elkaar verwijderd geraakt. Terwijl Lodewijk de Waal zich in de jaren negentig wentelde in internationale complimenten voor het poldermodel en zijn leden binnenhield met voordelige hypotheken of autoverzekeringen dacht het CNV na over de rol van de vakbeweging in de 21ste eeuw. In 1998, het jaar waarin Terpstra aantrad, kwam er ondanks de economische jubelstemming al meteen geen «centrale looneis», maar een «indicatieve» looneis: afhankelijk van de resultaten in specifieke sectoren. Een centrale looneis was volgens Terpstra «uit de tijd».

Het is enigszins onrustbarend dat Lodewijk de Waal uit de mislukkingen van de laatste weken nog geen conclusies heeft durven trekken. Hij vindt de acties zelfs «geslaagd»: sinds de FNV in juni aan de bel trok, is het kabinet «gaan bewegen», constateerde De Waal maandagavond een uur voordat zijn onderhandelaars boos wegliepen bij de finale voorbesprekingen van het Najaars overleg van dinsdag. Als een kabinet werkelijk beweegt, dan hoeft de vakbond na drie maanden onderhandelen en actievoeren niet weg te lopen.

Als het CDA in de regering zit, heeft het CNV altijd meer te doen dan de FNV. Misschien dat Lodewijk de Waal lering trekt uit het moeizame Najaarsoverleg van deze week en een begin zal maken met de vaak door politici aangezwengelde discussie over de toekomst van de vakbeweging in het Nederlandse overlegmodel.