Leidersdrama

Het slechtste wat het CDA kan overkomen, is dat de twee oude kampen door de lijsttrekkersverkiezingen opnieuw tegenover elkaar komen te staan.

Medium den haag 19 2012 leiderschapsstrijd

Eigenlijk is de strijd om het politieke leiderschap van het cda al een kleine twintig jaar niet meer zonder kleerscheuren verlopen. Het drama begon toen vertrekkend partijleider Ruud Lubbers kort voor de verkiezingen van 1994 een mes in de rug zette van zijn opvolger en lijsttrekker Elco Brinkman door openlijk te verkondigen dat hij niet op de nummer 1 zou stemmen. Of het alleen daaraan lag dat het cda een forse verkiezingsnederlaag leed en Brinkman meteen terugtrad, is niet te bewijzen, maar helpen deed het niet. Voor het eerst sinds mensenheugenis verdween het cda naar de oppositie. Acht jaar duurde de periode dat de christen-democraten geen regeringsverantwoordelijkheid droegen.

In die acht jaar was er eerst Enneüs Heerma, die na het vertrek van Brinkman als fractievoorzitter de partij probeerde te leiden, maar daar niet goed in slaagde omdat hij onvoldoende draagvlak had. Jaap de Hoop Scheffer volgde hem drie jaar later vanuit de fractie tussentijds op. Hij zag het zetelaantal in 1998 nog verder dalen en kreeg vier jaar later in de strijd om het lijsttrekkerschap ruzie met partijvoorzitter Marnix van Rij. Het was Jan Peter Balkenende die uit deze machtsstrijd als winnaar uit de bus kwam. Geholpen door de door Pim Fortuyn verkondigde puinhopen van Paars won het cda de verkiezingen; het was immers al die tijd niet verantwoordelijk geweest voor die ‘puinhopen’.

Ook in 2003 en 2006 was Balkenende lijsttrekker en wist hij het cda, ondanks zetelverlies, tot de grootste partij te maken. Maar in 2010 ging het weer mis met de opvolging. Nadat de samenwerking met coalitiepartner pvda was stukgelopen, werd Balkenende bij gebrek aan alternatieven direct weer als lijsttrekker aangewezen. Nederland was na acht jaar echter Balkenende-moe en de partij verloor de helft van haar zetels.

Sindsdien is de partij leiderloos. Want Maxime Verhagen, die als eerste man de partij door de coalitiebesprekingen met vvd en pvv loodste, mocht zich van de nieuwe partijvoorzitter Ruth Peetoom onder geen beding partijleider noemen. Dat zou bij de intern sterk verdeelde partij tot een schisma hebben geleid.

Een natuurlijke nieuwe leider diende zich de afgelopen anderhalf jaar niet aan en nu zijn er dan voor het eerst in de geschiedenis van de partij interne lijsttrekkersverkiezingen. De interessantste vraag is hoe de cda-leden hun eigen stem van een kleine twee jaar geleden voor of tegen de samenwerking met de pvv zullen beoordelen en welke conclusie ze daaruit trekken bij hun keuze voor de nieuwe partijleider.

Op het destijds tumultueuze congres in Arnhem stemde tweederde van de leden vóór samenwerking met de pvv. Buitenstaanders zijn geneigd te oordelen dat die in hun ogen verkeerde samenwerking kleeft aan kandidaten als fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma, minister van Binnenlandse Zaken Liesbeth Spies, staatssecretaris van Landbouw Henk Bleker en Kamerlid Madeleine van Toorenburg, omdat dit allemaal mensen zijn die zich in bochten hebben moeten wringen om het Wilders naar de zin te maken. Maar de cda-leden die instemden met de gedoogconstructie met de pvv zullen dat deze kandidaten moeilijk kunnen nadragen. Ze zijn daar zelf mede verantwoordelijk voor. Wat onverlet laat dat ze uit de slechte peilingen nu toch de conclusie kunnen trekken dat er een frisse wind moet gaan waaien die de grauwsluier die over de partij hangt wegblaast.

En hoe oordeelt het eenderde deel van de leden dat destijds tegen de gedoogconstructie was? Zijn die leden wel geneigd de vier ‘Haagse’ kandidaten daarop af te rekenen en te kiezen voor de twee buitenstaanders: Mona Keijzer, wethouder te Purmerend, of Marcel Wintels, ondernemer en voorzitter van het college van bestuur van de Fontys Hogeschool, ook al hebben ook zij niet tegen de gedoogconstructie gestemd?

Er zijn een paar vragen die cda-leden die vernieuwing willen voor zichzelf zullen moeten beantwoorden. Hoe democratisch gezind is een ondernemer en onderwijsbestuurder? Een bedrijf of hogeschool leiden is iets anders dan politiek bedrijven, dat willen ondernemers wel eens vergeten. En kan een hogeschoolbestuurder of een wethouder een debat aan met opponenten als pvv-leider Wilders of sp-voorman Roemer? Of zou enige ervaring in de Haagse slangenkuil mogelijk toch een pré kunnen zijn?

Het slechtste wat het cda als partij kan overkomen, is dat de twee kampen van toen ook nu weer tegenover elkaar komen te staan en het verliezende kamp zich niet in de uiteindelijke winnaar kan vinden. Dan werkt deze lijsttrekkersstrijd niet helend, maar blijven de wonden bestaan. Dat zou hét recept zijn voor een nieuwe nederlaag bij de Kamerverkiezingen.

Of is de lijsttrekkersstrijd zelf al het verkeerde recept voor het helen van de wonden?

Het draaien waar Wintels zijn concurrenten Van Haersma Buma en Spies al van beschuldigde nu ze na de val van het kabinet alsnog afstand nemen van wat de gedoogconstructie van hen vroeg, beloofde wat dat betreft niet veel goeds. Draaien was het heel bewust gekozen en daardoor zo beladen woord waarmee Balken­ende pvda-leider Wouter Bos jaren geleden in diskrediet probeerde te brengen, hetgeen zo goed lukte dat het hun latere samenwerking geen goed heeft gedaan.

Ook de slogan van Bleker, ‘Eerlijk Helder Henk’, is ongelukkig gekozen. Niet alleen omdat het suggereert dat anderen niet eerlijk zijn, maar omdat bij de eerlijkheid van Bleker zelf nogal wat vraagtekens te zetten zijn.

Het eerste lijsttrekkersdebat begin deze week verliep echter zo harmonisch dat het saai werd. Eind mei is het dan ook niet puur de uitslag die bepaalt of het cda er door de lijsttrekkers­verkiezing sterker voor staat en een gedragen leider heeft. Het is de manier waarop de komende weken de interne strijd wordt gevoerd die bepaalt of het wederom een drama wordt.