Lekken is één (opgestoken) vinger lang

Het zomaar op internet dumpen van duizenden documenten is niet in het algemeen belang, stelt Frank Furedi in een artikel op spiked.com (vertaald in De Groene Amsterdammer). Juist wel, volgens Yasha Lange. Overheden moeten maar eens leren niet alles automatisch als ‘geheim’ te bestempelen.

ER ZIJN VEEL redenen te bedenken waarom overheden en bedrijven zaken geheim willen houden. Vredesonderhandelingen zijn moeilijk in het licht van camera’s, het commissierapport is nog niet afgerond, bedrijfsovernames zijn concurrentiegevoelig, enzovoort. Maar betekent dat dat ook het publiek er maar niet van op de hoogte moet worden gesteld? Wie bepaalt dat? Volgens Frank Furedi bepalen de overheid of bedrijven dat. U in elk geval niet. Zijn boodschap is: gaat u maar rustig slapen tot een besluit is genomen, dan hoort u de uitslag wel. U hoeft al die ingewikkelde zaken niet te weten. Sterker nog, het is beter dat u het niet weet. U heeft ‘geen intrinsiek recht’ te weten hoe informatie verzameld en beoordeeld wordt.
Onzin. Dat recht hebben wij wel degelijk. Hoe kunnen wij overheden en bedrijven controleren als ze zelf mogen kiezen welk deel van de informatie zij ons op welk moment voorschotelen? Zij hebben altijd een belang om zaken niet naar buiten te brengen, of alleen hun versie. Nee, het echte verhaal achter WikiLeaks is hoeveel informatie ons, het publiek, ten onrechte wordt onthouden en hoe ver een grootmacht bereid is te gaan om haar 'geheimen’ te beschermen. Want laten we wel zijn: veel overheidsinformatie wordt vrijwel automatisch als 'secret’ geclassificeerd, terwijl publicatie wel degelijk in het publiek belang is. De felheid waarmee de VS nu proberen WikiLeaks de nek om te draaien - door geldstromen te blokkeren, internetproviders onder druk te zetten en medewerkers te vervolgen - is een onthulling op zichzelf: zo ver is men dus bereid te gaan, zo snel worden de eigen principes over vrijheid van meningsuiting en toegang tot informatie overboord gezet.
Is er dan geen enkele reden om ambivalent te staan tegenover WikiLeaks? Gaat het niet te ver om een lijst met potentiële terroristische doelen online te zetten? Is dit niet het einde van de stille diplomatie? Nee. De argumenten van de tegenstanders van WikiLeaks deugen niet.
In de eerste plaats is het wel degelijk hard nieuws en in het publiek belang. Misschien niet alles, maar veel wel. Bakken geld van Saoedi-Arabië aan terroristische organisaties en militante groeperingen, de rol van China’s hoogste propagandachef bij het hacken van Google, Afghaanse overheidsfunctionarissen met koffers vol dollars: goed dat we dat weten. Het argument dat het mensenlevens in gevaar brengt is demagogisch en niet aantoonbaar. Terecht zegt Julian Assange dat zelfs het Pentagon nog niet één persoon heeft aangewezen die als gevolg van WikiLeaks in gevaar is gebracht. En die lijst dan, met 'kritische infrastructuur’? Je kunt net zo hard beweren dat het goed is dat dit bekend is, zodat we kunnen eisen dat het fatsoenlijk beveiligd wordt.
Twijfels over de motieven van Assange - anarchist, geradicaliseerd - zijn ook onterecht. Uit zijn geschiedenis en interviews blijkt dat hij oprecht gelooft dat sociale rechtvaardigheid gebaat is bij openbaarheid. Begreep u Theo van Gogh als hij zei dat vrijheid van meningsuiting ongelimiteerd moest zijn, in het belang van het debat en de democratie? Ja? Dan moet u Julian Assange ook begrijpen.
Maar het belangrijkste argument van tegenstanders is dat openbaarheid de doodsteek is voor de stille diplomatie, dat geheim overleg nodig is voor ambtenaren en dat het juist averechts zal werken: in plaats van dat er meer transparantie komt, zouden diplomaten (en anderen) overgaan tot meer geheimzinnigheid en ongenotuleerd overleg. Ook dat is onjuist. Het blijkt dat na invoering van transparantiewetgeving helemaal niet minder wordt opgeschreven, opinies niet worden onderdrukt en - boeiend - de kwaliteit van de correspondentie en rapporten juist beter wordt. Kennelijk denkt men: dit zou wel eens openbaar kunnen worden, ooit, en dus kan ik maar beter een goed, feitelijk stukje schrijven. Transparantie is wel degelijk in het publiek belang, en er is geen enkele reden voor mensen als Furedi om daar badinerend over te doen. Er is een directe correlatie tussen corruptie en toegang tot informatie. Omgekeerd evenredig, welteverstaan. Hoe minder mogelijkheden voor burgers (en dus journalisten, onderzoekers en publicisten) om hun overheid te onderzoeken, te bevragen en aan te spreken, hoe minder efficiënt het bestuur. Dat is geen theorie, dat is een feit. Liegen wordt moeilijker als de waarheid al op straat ligt.
Er zijn tientallen voorbeelden van landen die slechter af zijn door een gebrek aan openheid, waar de regering een gesloten bastion is, waar informatie wordt achtergehouden en cijfers niet te controleren zijn. Andersom zijn er geen voorbeelden van landen die slechter af zijn door meer transparantie van het bestuur.
Het is te hopen dat er, na de arrestatie van Assange en de ongekende druk op zijn organisatie, lokaal en internationaal alternatieven voor WikiLeaks zullen komen. Zodat overheden en bedrijven zullen inzien dat het onzin is om te proberen deze trend de kop in te drukken, en dat na WikiLeaks wikilekken.nl volgt, en daarna wikilek.net. Pas als overheden en bedrijven begrijpen dat de macht over informatie op z'n kop is gezet door gegarandeerd anoniem en wereldwijd lekken, zullen ze begrijpen dat geheimhouding tijdelijk en riskant is. Ze moeten dan het aantal 'geheime’ documenten tot een absoluut minimum gaan beperken, omdat een zogenaamd geheime databerg onbeheersbaar is. En ze moeten ophouden met dubbele tong te spreken, omdat ze anders in hun hemd staan. Dat is beide in ons belang.