Lekker dansen

Het geheim van het succes van zo'n vrouwenboekenbal is natuurlijk toch dat vrouwen niet op elkaar uitgekeken raken. En dat dan zowel in het positieve als het negatieve. Vrouwen die erbij waren zullen bijvoorbeeld als ze dit lezen, meteen gaan roepen: ‘Succes… succes… hoezo succes, het was een aanfluiting!’

Terwijl het echt gezellig was, hoor. Rode loper, lekker druk, goeie muziek…
‘Heb je die danseressen niet gezien?’
‘Ja, vrolijk toch?’
Er was een duo dat samen de cancan danste, in huidkleurige strakke pakjes en met veel olala-gedoe en grote zwarte struisvogelveren. Alles met een knipoog en veel gelach, en een goeie bilpartij.
‘Anorectische troela’s zal je bedoelen! Waarom moeten we altijd weer naar van die halve skeletten kijken?’
Het is alsof een vreemde hand in mijn hersenen grijpt en mijn hoofd terugzet. Het doet geen pijn, maar het is wel een beetje beangstigend, omdat het zo'n lichamelijk gevoel is. Gelukkig weet ik toch echt nog zeker dat er ook een heel leuke band was, met een sympathieke zangeres die niet bang was voor haar publiek. Sterker nog, ze zei dat ze het een beetje warm kreeg en of men er last van zou hebben als ze wat uittrok.
‘Hoe oud was dat kind helemaal? Waar is al dat zelfvertrouwen op gebaseerd?’
Een leuk meisje met een geweldige stem, dat een flirterige alliantie aangaat met haar publiek; weinig is in staat ons meer angst aan te jagen.
‘En die prijsuitreiking was doorgestoken kaart, hè.’
‘Hoezo dat dan?’
Op het toneel werden de genomineerden voor de Opzij Literatuurprijs genood, en ze stonden er ongemakkelijk bij, zoals dat genomineerden betaamt. Altijd moeilijk om naar te kijken.
‘Minke Douwesz wist het al lang dat zij die prijs ging winnen. Anders had ze nooit zo leuk kunnen speechen.’
‘Maar die vrouw ís gewoon heel geestig. Lees haar boek.’
‘Dat heb ik geprobeerd en ik vond het verschrikkelijk. Ik heb niet snel bezwaren tegen een roman, maar dit sloeg alles. Annelies Verbeke had die prijs moeten krijgen.’
Inmiddels las ik in Opzij dat Weg Douwesz’ laatste boek zal zijn. Voor haar eigen zielenrust besloot ze dat het mooi geweest was, de schrijverij. Het zal toch niet waar zijn, hè? Gelukkig zeggen vrouwen vaak zomaar wat.
‘Zeg dan tenminste nog iets over hun werk ook, bouw de spanning op. Heeft Margriet van der Linden nooit naar Idols gekeken?’
‘Ze had wel een leuke broek aan.’
‘Die stond d'r voor geen meter!’
‘Kekke laarsjes ook, zag je die hakken?’
‘Ik zeg één ding: why?’
‘En ik vond hoeheetze er ook weer zo goed uitzien.’
‘Die gaat steeds meer op Michael Jackson lijken.’
‘Sowieso heb ik een hoop mooie vrouwen gezien. Lekker in het pak, prachtig dansend.’
‘De hele potteuze maffia was er zal je bedoelen.’
‘En die cover dan van de nieuwe Opzij, die de hele avond op de achterwand werd geprojecteerd? Staat geen pot tussen.’
‘Weet je het zeker?’
Niets is ooit zeker bij vrouwen, dat is waar.
In dezelfde Opzij wordt een aantal schrijfsters gevraagd wat ze doen om jeugdig te blijven. Wat kunnen vrouwen zichzelf en elkaar toch dol maken met niks. Eerst ze zo damesachtig mogelijk op de cover zetten en dan vragen of ze zich nog wel jong voelen. Nee inderdaad, aan mannelijke schrijvers zal dit niet worden gevraagd. Sterker: die vinden het feestelijk als hun uitgever ze via advertenties feliciteert met hun 40ste, 50ste of 60e verjaardag. Schrijfsters zouden dit niet leuk vinden.
‘Hoe dan ook: ik vond het geslaagd. Goeie dj, heerlijk gedanst.’
‘Hoe je dat zegt.’
‘Wat?’
‘Dat je zo heerlijk hebt gedanst. Beetje hysterisch wel. Wist jij trouwens dat dingetjedee…’
‘Ja ik wist het en hou nou maar op met je gesis. Ik ga m'n trein halen.’
Want dat is het geluk: er is altijd wel een trein te halen. In het geval van het vrouwenboekenbal was dat overigens geen probleem. Om half twaalf was de dansvloer verlaten, en kon de terugtocht, regen, sneeuw, hagel, worden aanvaard.
‘Dat is toch ook een teken aan de wand?’
‘Wat?’
‘Dat het zo vroeg afgelopen was! Trouwens: heb jij al kaartjes voor het echte boekenbal?’
Gek genoeg zat dat die nacht ook in mijn hoofd, naar huis ploegend door de kou, hartje niemandsland. Dat andere boekenbal en wat het is waarom uiteindelijk iedereen er op uit gaat, of het nu sneeuwt dan wel regent, of je nu doolt of danst, tot half twaalf ‘s avonds of tot half drie in de ochtend. Altijd de hoop dat er iemand is die je optilt, die je redt.