Lekker scharrelen

Wouter Klootwijk, De brug van Adri/ Het erf van de oom van Adri/ De H van Adri. Uitgeverij Leopold, f24,90 per deel
NU DE AKO-stormen enigszins zijn uitgeraasd, kan ik het wel wagen een vriendelijke opmerking over een commercieel literair prijsje te maken.
Sinds vorig jaar bestaat de Nederlandse Kinderboekwinkelprijs. Deze wordt na de Kinderboekenweek door twaalf kinderboekwinkels gezamenlijk toegekend aan een boek dat volgens hen ten onrechte onder de tafel is gevallen van Griffel- en Penseeljury.

Uit de jaarproduktie 1993 werd Het erf van de oom van Adri van Wouter Klootwijk gekozen en daarmee is terecht de aandacht gevestigd op een auteur met een open oog voor het kinderbestaan, gevoel voor humor en een vlotte pen. Prettige bijkomstigheid is dat zijn boek geschikt is voor nog niet al te vaardige lezers. Alles is kort: de avonturen, de hoofdstukken, de zinnen, de dialogen en de namen van de hoofdpersonen.
ADRI, WIM EN MARTJE zijn vrienden. Ze ontmoeten elkaar op een afgelegen plek onder een brug, waar ze als het dierenvolk uit De wind in de wilgen wat rondscharrelen langs de waterkant. Wanneer ze niet in de warme zon willen liggen niksen is er altijd wat te doen, voornamelijk in de sfeer van iets uit het water vissen of er juist iets op laten drijven. Er wordt geknutseld met oude rommel, geslapen op ongebruikelijke locaties en er wordt vooral veel verzonnen, bijvoorbeeld dat je aan een hijskraan de rivier over zou moeten kunnen zwaaien. ‘Een mooie dag van een leuk leven’, concludeert de schrijver ergens en zulke dagen gunt hij zijn drietal in overvloed.
Na een paar grappige kinderkookboekjes begaf de journalist Klootwijk zich in 1991 met De brug van Adri op het terrein van de fictie. Onlangs bracht De H van Adri hem bij deel drie, waarin op een leegstaand hotel wordt gepast. Als in vorige delen valt op hoe opvoeders schitteren door afwezigheid. Er is wel sprake van vaders en moeders die misschien iets niet goed zullen vinden, maar ze bestaan toch in de eerste plaats voor de fouragering. De meeste volwassenen en met name genoemde oom van Adri zijn weinig conventioneel en oom zorgt voor technische hand- en spandiensten wanneer een uitgedachte constructie achteraf onuitvoerbaar dreigt te zijn.
De auteur beziet het door hemzelf onder de brug geschapen universum met liefde en een vleugje 'omzien in weemoed’ en hij heeft alle begrip voor kinderlijke gedachtenkronkels. Het speciale van een hotel is dat je er niet alleen slaapt, maar tevens opbelt naast je bed. Bij tafelzilver moet je volgens Wim denken aan 'dure messen en vorken die je krijgt als je trouwt of koningin bent geworden’, en Martje merkt in een benarde situatie op: 'Ik ben bang aan het worden, nog niet erg hoor, maar het begint.’
De mate van spreektaligheid is bij Klootwijk soms wel erg groot: 'Dat mag misschien wel van mijn moeder, maar misschien niet van mijn vader en ik weet niet van mijn oom, en dan jullie thuis nog, of het van jullie thuis mag.’
In een toenemend aantal kinderboeken zijn goede, kwade en dode al ingeruild voor goeie, kwaaie en dooie, en de hierboven geciteerde zin zal uit het leven zijn gegrepen, maar een schrijver is toch net iets anders dan een bandopnameapparaat.