Lekkere klappen

Doet u dat ook wel eens, tegen een machine slaan? Zo'n harde klap tegen de sigarettenautomaat die geen geld teruggeeft? Of boven op de televisie als er weer zo'n irritante brom in zit? Dan herkent u het ongemakkelijke gevoel dat een mens overvalt als zo'n klap geen resultaat heeft.

Want slaan op apparatuur, dat geeft geen pas. Dat is een beschamend vertoon van onmacht. Maar wat kun je tevreden zijn als na zo'n klap het kwartje valt. Alweer een kleine triomf geboekt in de strijd van de mens tegen de techniek. Die tevredenheid is grotendeels fysiek, en zindert nog lang na in de hand waarmee de klap is gegeven. Die klap herinnert aan vroeger tijden, toen het bedienen van een apparaat nog kracht kostte. Toen machines nog lekker groot waren, met knoppen die je met je vuisten kon bedienen. En toen je de televisie nog met een goed gerichte trap op een ander kanaal kon duwen.
Maar vooruitgang schijnt onvermijdelijk samen te hangen met het kleiner worden van de apparaten. Knoppen maken plaats voor tiptoetsen. Op toetsenborden rammen is hopeloos ouderwets: beschaafd klikt de wijsvinger op de gewillige muis, die het pijltje van de computer moeiteloos over het beeldscherm doet glijden. De aanraking moet zo zacht mogelijk gemaakt worden. Het liefst raken we de apparaten zelf helemaal niet meer aan, en verzenden we de opdracht aan de tv, de cd-speler of de magnetron met een afstandbediening vol minuscule bobbeltjes. Afreageren op apparaten wordt een peperdure aangelegenheid. Het lijkt een eeuw geleden dat ik mijn maandelijkse woedeuitbarsting nog bij voorkeur botvierde op de cassetterecorder die bij oude bandjes ging zweven. Het front van de metalen doos kon na zo'n uitbarsting weer ruwweg op z'n plek worden geschoven. En toen het klepje niet meer dicht kon, rukte ik dat er precies een maand later lekker vanaf. Kon je de bandjes er veel makkelijker in en uit krijgen. Met al die digitale spullen van tegenwoordig zou ik niet meer durven.
Op de kermis had je vroeger zo'n Kop van Jut, waar je zo hard mogelijk op moest slaan om een sterk vertragend mechanisme in werking te krijgen. Dat ding was zo populair omdat het mensen de kans gaf om met volle kracht tegen een machine tekeer te gaan. Die aantrekkingskracht heeft ook het digitale drumstel in het wetenschapsmuseum newMetropolis. Na alle muizen en tiptoetsen, die soms met frustrerend weinig resultaat worden gestreeld, gaan de handen van de bezoekers jeuken bij het zien van twee uitnodigende drumstokjes. Nu gaat het hier om het zogenaamde ‘artistieke resultaat’: een virtuele jury op het beeldscherm voor het drumstel houdt na het concert de bordjes op. Niemand kan het wat schelen wat er op die bordjes staat. Wat telt is dat hier de adrenaline en de spierkracht eindelijk weerklank vinden in de apparatuur.
In galerie Montevideo staat ter gelegenheid van het World Wide Video Festival een installatie opgesteld die inspeelt op dezelfde menselijke behoefte. 'Tavoli/Because these hands are touching me’ van Studio Azzuro bestaat uit een zestal tafels waarop van bovenaf videobeelden worden geprojecteerd. Het zijn stille, in zichzelf gekeerde taferelen: een slapende vrouw, kabbelend water, een menselijke figuur onder een wit laken. Alleen door op de tafels te slaan kunnen bezoekers deze beelden in beweging brengen. Het meest bevredigende gevoel krijg je van het wegslaan van een irritante, zoemende vlieg, die steeds weer op de tafel terugkeert. Een hoogstandje van technisch vernuft, dat vraagt om niet meer dan een eerlijke vuistslag. Een zachte tik op de tafel voldoet ook, die kun je praktiseren als er andere bezoekers in de buurt zijn. Maar als iedereen weg is, kun je zo hard slaan als je wilt. En dat is ontzettend lekker.