Lekkere stoute liefde

HET IS NET als met laat naar bed gaan. Als je ouders je steevast dwingen na Sesamstraat te gaan slapen, of je, als je wat ouder bent, gebieden om exact om twaalf uur terug te zijn van het klassefeest, probeer je de tijd te rekken als kauwgum. Het genot steekt niet alleen in het tergend uitstellen, maar sterker nog in het verbreken van het gebod. Je bent dan lekker stout. Want hoeveel genoegen schep je in het zo lang mogelijk opblijven als niemand je dat verhindert?

Precies zo is het met homoseksualiteit in de literatuur. Toen homoseksualiteit nog de liefde was die haar naam niet durfde spreken, was zij per definitie een spannend literair thema. Zo stelde de Franse schrijver Dominique Fernandez ooit met nauw verholen nostalgie dat de enige lezenswaardige boeken over de gelijkgeslachtelijke liefde ruim voor de emancipatie van homoseksuelen zijn geschreven. Omdat het toen lekker niet mocht. Juist als iets verboden is, groeit de spanning, het verlangen en het grote smachten. Twee Julia’s staan tegenover elkaar, maar er is een onverbiddelijk traliewerk tussen hen in gespannen.
De maatschappelijke weerstand tegen homoseksualiteit is zo afgenomen dat de ‘verkeerde liefde’ niet langer noodzakelijk onder druk staat. En dat heeft consequenties voor de literatuur met een homoseksueel thema. Cynisch gezegd: het leven is voor homoseksuelen oneindig veel gemakkelijker geworden; de homoseksuele literatuur heeft betere tijden gekend. Na het verdwijnen van het taboe op homoseksualiteit is het niet meer nodig de dames- of herenliefde op papier te verhullen, er steels op te zinspelen met verwijzingen naar het eiland Lesbos of het antieke Rome, haar achter maskers te verbergen. De diep tragische romans over een beklagenswaardig homo- of lesboleven waarin tot de zelfgekozen dood smartelijk wordt gesmacht - ze hebben geen bestaansrecht meer. Als de homoseksueel niet meer 'anders’ is, is zijn of haar levensloop niet zomaar betekenisvol. De twee Julia’s kunnen elkaar ongehinderd in de armen vallen. Met het 'normaal’ worden van homoseksualiteit is homoseksualiteit geen thema meer.
EN DAN IS er nu opeens een nieuw boekje van Hugo Claus, Het laatste bed, dat in pathetiek en tranentrekkende ellende nauwelijks onderdoet voor de smartelijke romans uit de donkere dagen waarin de verkeerde liefde een taboe was. Alle ingrediënten die de lesbische romans uit het Interbellum en de jaren vijftig bevatten, zijn ook te vinden bij Claus: de maatschappelijke weerstand en weerzin, het isolement en ten slotte de zelfgekozen dood. Alleen speelt Het laatste bed niet in die vervlogen dagen van onderdrukking - of is dat heel anders in Vlaanderen? - maar in een onmiskenbaar heden. De lesbische geliefden maken gebruik van een gestroomlijnde dildo van aluminium, een van hen draagt een zwart T-shirt met in glinsterende letters Black Sabbath erop, haar zoontje doodt zijn tijd met Nintendo. De theatrale thematiek uit het warenhuis van het verleden en de situering in het heden maken dat het verhaal van Claus iets potsierlijks heeft.
Het laatste bed begint als een brief van de ik-figuur, Emily, aan haar moeder die na een hersenbloeding aan een ziekenhuisbed ligt gekluisterd. Haar laatste bed, zou je kunnen denken, maar het gaat Claus vooral om een ander laatste bed: dat van Emily en haar vriendin Anna. De brief is haar lamento, staat aan het begin van het verhaal, een 'vergiftigd cadeautje’ voor een moeder met wie zij altijd een hatelijke relatie heeft gehad. Zo'n soort relatie als wordt beschreven in Mommie dearest, het boek dat de dochter van Joan Crawford over haar moeder schreef.
De brief bevat een fragmentarisch verslag, kriskras springend door de tijd, van de liefde tussen Emily en Anna. Emily, een voormalig wonderkind op de piano, werkt als pianolerares op een middelbare school. Ze leert daar Anna kennen als deze invalt voor haar moeder die er als schoonmaakster en koffiejuffrouw werkzaam is.
Waarom die moeder er niet is? Zelfs tot in de details geeft Claus een even dramatische als onwaarschijnlijke verklaring: ze is in Australië waar alletwee haar zoons in coma liggen, nadat ze zijn geëlektrocuteerd op hun werk.
Het is liefde, of misschien moet je zeggen: aantrekkingskracht op het eerste gezicht tussen Emily en Anna. Nadat ze elkaar een paar keer vluchtig hebben gezien raken ze in de lift van school, zo rond de zesde verdieping, in een heftige kus verwikkeld. Het is de 'aanvang van hun catastrofe’. Het vervolg: ze worden van school verwijderd omdat hun gedrag te provocatief is. 'Wij waren schaamteloos uitdagend’, laat Claus Emily noteren, 'en Anna’s familie met haar moeder op kop, de leraren, de priesters, de boekhouders, de directie, de sportleraar waren gekwetst, geërgerd, riepen om politie, om boete.’
En daar blijft het niet bij. Ze leven niet alleen verder zonder vrienden en verwanten, op een gegeven moment gaat Anna’s zoontje Ward ook nog dood. Er rest dan nog maar één oplossing: Waardig Sterven. Emily vertelt over de Duitse dichter die samen met zijn geliefde Henriëtte uit het leven is gestapt en daarna wil Anna niets anders dan Emily’s Henriëtte zijn. Op het moment dat Emily in haar schriftje schrijft om de tijd te doden - 'Ook zo'n uitdrukking. Wel passend in ons geval’ - verblijven de twee gelieven in een luxe suite van Hotel Luxor, ergens aan de Vlaamse kust. Daar zal hun laatste bed staan. Voordat ze sterft wil Emily haar schrift vol hebben - 'Langer dan mijn schrift wil ik niet leven.’
CLAUS HEEFT een klucht geschreven over een thema dat ooit beladen was. Daar zijn genoeg aanwijzingen voor. Tijdens het verblijf in Hotel Luxor duikt een ranzige journalist van het Nieuwsblad van de Kust op die Emily wil interviewen. De geliefden zijn namelijk Bekende Vlamingen - vandaar dat een kamermeisje bedelt om een handtekening - nadat Anna in het televisieprogramma 'De Andere Kant’ verteld heeft over haar liefdesrelatie en de dood van haar zoontje. De journalist ziet de krantekoppen al voor zich: 'ZONDERLING LIEFDESNEST IN HET HOTEL LUXOR’ en 'DE TWEE VERMALEDIJDE VRIENDINNEN’.
Claus heeft Het laatste bed kluchtig en kunstig in elkaar gezet. Zijn verhaal is een illustratie bij de bekende uitspraak van Marx dat alles in de geschiedenis twee keer plaatsvindt: de eerste keer als tragedie, de tweede keer als klucht. En al is Het laatste bed dan niet direct een hoogtepunt in Claus’ oeuvre, hij is in het verhaal wel aanstekelijk stout.