…lemming… 367

Het is de wet van het petje. Het dragen van een pet is niet strikt noodzakelijk maar kan soms bar noodzakelijk zijn. Zoals het nodig hebben van een klep, niet eens zozeer een petje, om het invallende zonlicht te keren.

In dat geval is het afwaaien van een petje het ergste wat je kan gebeuren. Zelfs als erachteraan hollen nog zin zou hebben, wil je zo niet in de herinnering van een voorbijganger voortleven. Als zondagse gek die achter een triviaal alhoewel wegwaaiend kledingstuk aanhuppelt.
Ik wandelde op de Levantkade. Alls was goed, ik bevond mij precies in het weldadige midden van een dag zonder kleerscheuren. Opeens petje weg. Via een westenwindse voorzet, behendig opgevangen in de nog warme holte. Heel handig de heilzame klep gebruikend als veerkrachtig middel om over kleine oneffenheden te jumpen, kende het petje maar één bestemming. De waterkant. Sprong als een jonge lemming van de kade en was niet meer. Zelfs een stevige jonge schipper met rubber klompjes aan, gekocht op een boot vol bootbenodigdheden in de Houthaven, kon hem met zijn scherpe schippersblik niet meer gewaar worden.
Snel deed een troostend ‘nou ja’ zijn intrede. Wellicht kon de pet nu als nest dienen voor een acuut en onhandig eendemoedertje. Zoiets als een briefje van tien verliezen. Als het maar bij iemand terecht komt die het echt nodig heeft.
Ter ere van de gebeurtenis kocht ik de maandag erop een stuk kabeljauw en legde dat met peper en zout erop in de hete oven. Gelijktijdig een paprika geroosterd, drie tenen knoflook en twee tomaten van schil ontdaan en gesopt en gesabbeld in veel olijfolie en witte wijn en drie laurierbladeren en zeven gare olijven. Dat als saus over de kabeljauw zaliger en je hebt de lekkerste kabeljauw van de Levant. Misschien leven kabeljauwen wel stiekem van soms wel, soms niet strikt noodzakelijke lekkere en voor altijd afgewaaide petjes.