Hoe film de werkelijkheid kan creëren

Leni’s dienstmaagd

Kathryn Bigelows film Zero Dark Thirty, over de jacht op Osama bin Laden, heeft een wereldwijd debat ontketend over moraliteit en martelen. Maar meer nog rijzen vragen over cinema als propagandamiddel.

Op mijn bureau ligt een folder vol knipsels over de controverse rond Zero Dark Thirty, Kathryn Bigelows film over de jacht van de cia op Osama bin Laden en zijn liquidatie door Navy Seal-commando’s op 2 mei 2011 in Abbottabad, Pakistan. Stapels artikelen van politici, journalisten en wetenschappers die schande spreken van de wijze waarop Bigelow laat zien dat informatie verkregen dankzij het martelen van gevangenen heeft geleid tot de dood van Bin Laden. Een stuk in The Guardian van Naomi Klein gaat het verst. Ze noemt Bigelow de opvolger van Leni Riefenstahl. Zoals Riefenstahl als pionier op het gebied van de filmkunst haar ziel aan het Derde Rijk verkocht, zo transformeert Bigelow zichzelf nu van een briljante vrouwelijke regisseur tot een propagandist. Klein richt zich rechtstreeks tot de Amerikaanse cineaste en schrijft: ‘Net als Riefenstahl ben jij een groot artiest. Maar nu zul jij voor altijd worden herinnerd als de dienstmaagd van het martelen.’

Wie dit allemaal leest kan zich niet aan de indruk onttrekken dat schrijvers en analisten als Klein weinig tot geen aandacht hebben voor Zero Dark Thirty als pure fictie. Ze gaan er instinctmatig van uit dat de film een kopie van de werkelijkheid is. Misschien klopt dat. Films lijken inderdaad steeds urgenter te worden, steeds soepeler in de wijze waarop ze de werkelijkheid weerspiegelen of er zelfs vorm aan geven. Onwillekeurig rijst de vraag: hoe is het gebeurd dat wij een brok fictie zo één op één zijn gaan lezen als was het een greep uit het leven zelf? Misschien komt dat juist door Leni Riefenstahl. Haar werk bezit een ­verschrikkelijke schoonheid, juist omdat ze Hitlers leugen presenteert als waarheid. Geen man kan in het echt zo goddelijk zijn als Adolf Hitler – tenzij hij voor Riefenstahls camera komt. Door haar lens gezien was hij een bovennatuurlijke heerser die in september 1934 uit de hemelen boven Neurenberg neerdaalde om eigenhandig een volk in crisis te redden. Riefenstahl ontdekte zonder dat ze het meteen door had dat de cinema een fascistische kunstvorm kan zijn, iets wat critica Pauline Kael later zo benoemde in een spraakmakende analyse van de geweldsfilms van Sam Peckinpah.

Iets soortgelijks doet Bigelow, en in die zin is zij wel een nieuwe Riefenstahl. Ze manipuleert het cinematografische beeld innovatief ten behoeve van een duidelijke boodschap, níet over de legitimiteit van het martelen, maar over het collectief rouwen en de zucht naar historische vergelding. Dat zit al gebakken in de titel en eerste minuten van haar film. Over een zwart beeld heen klinken authentieke telefoongesprekken van slachtoffers die vlak na de aanslagen in de Twin Towers vastzitten. De angst is onmiskenbaar. En echt. Een trillende stem die iets over de ondraaglijke hitte zegt. De shock is groot. Het was namelijk toen ‘zero dark thirty’ – voor Amerika. Deze militaire term verwijst naar het beste moment om tot de aanval over te gaan, namelijk het eerste half uur na middernacht, het tijdstip waarop de mens het meest kwetsbaar is.

Op dat uur zou je ook het best kunnen martelen. Maar in de eerste, langgerekte martelscène die volgt op de titelsequens in Zero Dark Thirty schijnt de zon. Een vieze ruimte ergens in de woestijn. Een halfnaakte man met zijn armen gestrekt vastgeketend aan het plafond. Ammar. Tussenpersoon voor al-Qaeda. Neefje van Khalid Sheik Mohammad, een van de architecten van 11 september. Ook aanwezig zijn in het zwart geklede, gemaskerde figuren. Wanneer ze buiten in de zon pauzeren blijkt een van hen een vrouw te zijn, de heldin van de film: cia-agent Maja (Jessica Chastain). Ze overlegt over de vraag of Ammar informatie zou kunnen geven over ophanden zijnde aanslagen in Saoedi-Arabië. Voordat de agenten de ruimte opnieuw betreden vraagt de leider van het groepje, Dan (Jason Clarke), of ze niet liever het martelen buiten op een monitor zou willen volgen. Want ‘dat is geen schande, hoor’. Maja vindt het niet erg; ze gaat weer naar binnen om het martelen van dichtbij mee te maken en om zelf vragen te stellen.

Het is verleidelijk om opnieuw Riefenstahl in de herinnering te roepen, een fysiek én mentaal sterke vrouw die aan het begin van haar carrière als actrice stoere bergfilms maakte samen met de macho Arnold Fanck en de iets meer humane G.W. Pabst. Ook hierin volgt Bigelow haar, door haar eigen vrouwelijke hoofdpersoon met de mannen te laten meedoen. In de eerste martelscène blijkt Bigelows heldin bereid om mee te gaan in een specifiek discours van mannelijkheid, en zelfs om vorm te geven aan dat discours op een eigen, vrouwelijke manier. Tijdens het martelen is het juist Maja die op het idee komt Ammar in een val te lokken door te liegen over de effectiviteit van de aanslagen in Saoedi-Arabië. Dit is het beginpunt van de belangrijkste narratieve lijn in Zero Dark Thirty: door de obsessie van Maja dat men vooral iets moet doen, gecombineerd met de kracht en mannelijkheid van de Seals, kan Osama bin Laden worden opgespoord en vermoord. Overduidelijk is dat Bigelow het beeld gebruikt om de daadkracht van Maja en de militaire precisie van de Seals te bewonderen. Dit maakt haar niet tot de dienstmaagd van het martelen, maar wel tot de dienstmaagd van Leni Riefenstahl.

Lang heeft Kathryn Bigelow zich onthouden van commentaar op kritiek zoals die van Naomi Klein. Dat was verrassend. Immers, voordat er een stroom artikelen werd gepubliceerd waarin zij samen met scenarist Mark Boal, zoals in het betoog van Klein, met de grond gelijk wordt gemaakt, heeft Bigelow geen gelegenheid onbenut gelaat om Zero Dark Thirty als ‘authentiek’ en zelfs ‘journalistiek’ te bestempelen. Maar nu heeft de vrouw die een paar jaar geleden de Oscar voor beste film in ontvangst mocht nemen voor The Hurt Locker, over de ervaringen van de militaire explosieven-opruimingsdienst in Irak, weer van zich laten horen. Ze verklaarde dat ze haar ‘leven lang een pacifist’ is geweest en een fervent voorstander is van de vrijheid van meningsuiting. En voor de duidelijkheid: ‘Ik sta achter alle protesten tegen het martelen en ik ben tegen álle soorten onmenselijk optreden.’ Het mocht weinig baten. Als de film dan authentiek is, zeggen de tegenstanders, dan had Bigelow nadrukkelijker afstand moeten nemen van het martelen van terreurverdachten.

Zo is Zero Dark Thirty een besmette film – te meer doordat twee prominente linkse Hollywood-acteurs, Martin Sheen en Ad Asner, hebben opgeroepen tot een boycot van de Oscars. De film is namelijk vijf keer genomineerd. Daar komt bij dat de Amerikaanse Senaat een onderzoek is gestart naar de vraag of Bigelow en Boal onrechtmatig in bezit zijn gekomen van geheime informatie over Bin Laden. De vraag of Zero Dark Thirty waarheidsgetrouw is vergroot evenwel de dubbelzinnigheid van het debat rond het werk alleen maar. Ook al gingen Bigelow en Boal journalistiek accuraat te werk, de vragen over de effectiviteit van het martelen blijven.

Steve Coll, die in 2005 de Pulitzerprijs voor non-fictie won voor zijn boek Ghost Wars: The Secret History of the CIA, Afghanistan, and Bin Laden, stelt in The New York Review of Books dat het ‘journalistiek falen’ van Zero Dark Thirty belangrijk is, omdat de film het nog altijd onbesliste publieke debat over het martelen zou kunnen beïnvloeden. Hij wijst erop dat president Obama het martelen weliswaar in een beleidswijziging onwettig heeft gemaakt, maar dat het Witte Huis nog altijd tegen een diepgaand onderzoek naar martelpraktijken tijdens het Bush-regime gekant is. Bovendien heeft Mitt Romney tijdens de verkiezingscampagne verklaard van plan te zijn de enhanced interrogation techniques, het eufemisme voor martelen, in ere te herstellen. Coll: ‘Het officieel martelen is in de Verenigde Staten geen anathema, maar een geloofwaardige beleidskeuze. Slechts een kleine meerderheid van de Amerikanen is tegen het martelen van terreurverdachten gekant terwijl de publieke steun ervoor in de laatste jaren significant gegroeid is.’

Dat laatste is toe te schrijven aan een explosieve stijging in de populariteit van vermaak met spionage als thema, volgens onderzoeker Amy Zegart van Stanford University. In het blad Foreign Policy beschrijft zij hoe shows als 24 en Homeland niet alleen het denken van het publiek over kwesties rond veiligheid en spionage sturen, maar ook die van de professionals werkzaam in beide terreinen. Volgens Zegart zouden juist politieke wetenschappers zichzelf deze kaping van het thema nationale veiligheid door Hollywood moeten aanrekenen. Deze machtsovername van film wordt onderstreept door Zero Dark Thirty. Film is niet langer alleen maar een tak van de populaire verbeelding, film is nu ertoe in staat de werkelijkheid te creëren. Dat heeft inderdaad iets verschrikkelijks, zoals iedereen die naar Riefenstahls Triumph des Willens kijkt kan aanvoelen. Door cinema kunnen nationale of collectieve trauma’s even goed worden gecreëerd als worden verwerkt en kunnen oplossingen ervoor in de echte wereld naar voren worden geschoven. Dat we er steeds minder toe in staat zijn te zeggen ‘het is maar een film’ bewijst het debat rond Zero Dark Thirty.

Hieraan is ook de nieuwe tijdgeest debet. Ruimte voor het vrijblijvend verbeelden van motieven zonder naar de ‘waarheid’ erachter te zoeken, is er bijna niet meer. Film is dwingend geworden, the new serious, tussen cinema en waarheid is er geen licht meer. Dat maakt Zero Dark Thirty zo sterk: je kunt de film ook zien als een requiem ter ere van alles wat we door 11 september zijn kwijtgeraakt. Misschien valt vooral ‘menselijkheid’ hieronder, aan beide kanten.

Het slot, de aanslag op Bin Laden in het huis in Abbottabad, is angstwekkend. Bigelow kiest bewust voor het perspectief van de Seals. Haar camera kijkt over hun schouder mee waardoor wij medeplichtig worden aan hun daden. Ze schieten eerst. En stellen géén vragen. Onschuldige mensen komen om alsof het erbij hoort. Er heerst een doodse stilte in het huis. Angst hangt als een deken over alles. Misschien is er zelfs sprake van schaamte over de naakte realiteit van de vergeldingsactie. Misschien niet. Gemanipuleerd door de beelden verplaatsen we onze sympathie snel naar de mannen, naar wat ze in onze naam hier uitvoeren. Prachtig om te zien.

Te zien vanaf 24 januari