Lenin in de wolken

Eerst stond er een kathedraal. Toen moest het Paleis der Sovjets er komen. Maar het werd een zwembad. Dat nu wordt gesloopt ten behoeve van - al weer - een kathedraal. De geschiedenis van Rusland op een paar vierkante meter.

IN HET CENTRUM van Moskou wordt op dit moment Bassejn Moskva, het grootste en drukst bezochte openluchtzwembad van Europa, afgebroken. Op deze plaats werd in 1939 op bevel van Stalin de kathedraal van Christus Verlosser opgeblazen. De enorme Byzantijns-Russische Kerk was gebouwd ter ere van de Russische overwinning op Napoleon, en was voor de orthodoxe gelovigen een bron van Russisch-nationalistische trots. Maar Josef Stalin wilde hier, ter meerdere eer en glorie van het onoverwinnelijke sovjetvolk, een paleis laten bouwen dat alle andere gebouwen ter wereld moest overvleugelen. Toen na Stalins dood duidelijk werd dat dit Paleis der Sovjets nooit van de grond zou komen, werden de fundamenten ‘tijdelijk’ tot openluchtzwembad verbouwd.
Nu, zo'n drie decennia later, mag het Russisch orthodoxe geloof weer vrij worden beleden en beleeft het een hevige renaissance. Onder de Moskouse bevolking hebben spijt en woede over de opgeblazen kathedraal de afgelopen jaren tot acties ter wederopbouw van de kerk geleid. Met succes: op 7 januari, het Russische Kerstfeest, zal de eerste steen van de nieuwe Kathedraal van Christus Verlosser worden gelegd. Aan de rand van het - nu gesloopte - zwembad is intussen al een houten noodkerk verrezen waarin binnenkort de eerste dienst zal worden gehouden.
Er is een probleem: de wederopbouw zal zo'n 400 miljoen gulden gaan kosten en dat geld heeft de Russische regering niet. Diverse Russische bankdirecteuren en andere zakenlieden, tuk op positieve publiciteit, hebben echter aangekondigd het project te zullen sponsoren. En ook de Moskouse burgemeester Loezjkov, die dolgraag president van Rusland wil worden, belooft de opbouw te zullen steunen met gelden uit de gemeentekas.
HET VERDWENEN zwembad was ongekend populair. De afgelopen dertig jaar kwamen hier elke dag 12.000 Moskovieten zwemmen, dat wil zeggen 'swinters. In de zomer was het bad namelijk, geheel volgens de absurdistische regels van het Russische bestaan, steevast gesloten 'in verband met herstelwerkzaamheden’. Maar daarom niet getreurd, want Bassejn Moskva was geheel ingesteld op het gebruik bij tientallen graden onder nul. Via een sluis zwommen de bezoekers vanuit de warme kleedkamer het nog warmere bad binnen, zodat niemand zijn lichaam aan de vrieskou hoefde bloot te stellen. Het zwemmen in warm water met het hoofd in de kou gaf een aparte verfrissende sensatie die door veel Russen als een probaat middel tegen verkoudheden en katers werd beschouwd.
Stoere jongetjes klommen op de besneeuwde kant en deden wedstrijden wie daar het langst durfde blijven, totdat de in bontjas en -muts verpakte badmeester scheldend ingreep. Door de enorme stoomontwikkeling was het zicht boven de waterspiegel niet meer dan een centimeter of vijftig, zodat de baders voortdurend onder grote hilariteit tegen elkaar opzwommen. Al met al een exotisch tafereel, dat zelfs cynische buitenlandse bezoekers vaak milder stemde jegens het sovjetregime. Zo'n enorm zwemparadijs midden in Moskou, zoveel fris en sportief vertier, goedkoop en gemakkelijk bereikbaar voor de stadse bleekneusjes!
Maar afgelopen winter bleef Bassejn Moskva gesloten, om nooit meer open te gaan. Het Moskouse stadsbestuur, hand in hand met kerk en kapitaal, achtte de tijd rijp om Stalins 'vergissing’, begaan in zijn onmetelijke grootheidswaan, voor eens en altijd goed te maken.
HET WAS 1931, de periode van het eerste vijfjarenplan. De revolutionaire overwinning van het proletariaat was een feit. 'Het leven is beter, vrolijker geworden’, vond Josef Stalin. Hij besloot dat dit ook tot uiting moest komen in de architectuur van de hoofdstad. Stalin schreef een wedstrijd uit, niet alleen voor professionele architecten maar voor het hele volk: er moest voor Moskou een 'Paleis der Sovjets’ worden ontworpen van een grootsheid waarbij alle belangrijke gebouwen over de hele wereld in het niet zouden vallen. Het moest dienen als huisvesting voor de Opperste Sovjet, maar ook als cultureel centrum voor concerten en theatervoorstellingen. De enige, zeer vage, esthetische richtlijnen waaraan de ontwerpers van deze Sovjet-Stopera zich hadden te houden, waren dat het paleis 'monumentaal’ moest zijn, dat het de kenmerken van de 'proletarische stijl’ moest dragen en dat het in het stadsplan van Moskou moest passen.
Er werd een groot aantal zeer diverse en merkwaardige ontwerpen ingezonden. Sommige leken op het Dogenpaleis in Venetie, andere gaven het gebouw de vorm van een gigantische futuristische ruimtehelm of van de omtrekken van de Sovjetunie. Niet zelden had de enthousiaste architect op de ontwerptekening alvast duizendkoppige parades van blije arbeiders met rode vlaggen afgebeeld, veelal vergezeld van vliegtuigen in V-formatie. Het totale aantal inzendingen was 160, waaronder schetsen van buitenlandse kopstukken als Le Corbusier en Gropius, maar ook van gewone Russische arbeiders en ambtenaren. Desondanks bevond de door Stalin inderhaast ingestelde Raad voor de Paleisconstructie niet een van de ontwerpen goed genoeg voor de eerste prijs.
De tweede prijs ging naar Boris Iofan, een Russische jood die in Italie was opgeleid, waar hij met Gramsci tussen de bedrijven door de Italiaanse Communistische Partij had opgericht. Zijn project werd aangenomen als 'basis voor verdere ontwikkeling’, wat inhield dat er heel wat aan moest worden veranderd. Zo was het, met zijn 220 meter hoogte, naar Stalins zin veel te klein. Een paleis dat de superioriteit van het sovjetsysteem moest aantonen, mocht natuurlijk niet kleiner zijn dan de grote gebouwen in het decadente Westen, zoals de Eiffeltoren en het Empire State Building. Bovendien moest het standbeeld van de anonieme 'verlichte proletarier’ dat het paleis van Iofan bekroonde, worden vervangen door dat van Lenin, in zijn bekende pose met geheven rechterarm en wapperende jaspanden.
Samen met collega-architecten Gelfreich en Sjtsjoeko werkte Iofan zijn ontwerp verder uit. Het eindresultaat werd bijna twee keer zo groot als het origineel. Het paleis was nu 420 meter hoog, waarvan zeventig meter in beslag werd genomen door het Leninstandbeeld, en had een totaalvolume van zeveneneenhalf miljoen kubieke meter. In de congreshal op de begane grond was alleen al plaats voor 121.000 mensen. Het geheel was zo kolossaal dat voorbijgangers slechts van grote afstand enige visuele impressie zouden kunnen krijgen. Om dit probleem op te vangen besloot de Raad voor de Paleisconstructie het paleis tot in de wijde omtrek te omringen met velden voor parades, lanen voor feestelijke demonstraties, triomfbogen en wat dies meer zij. Als locatie koos men de oever van de rivier Moskva, een paar honderd meter van de westelijke muur van het Kremlin.
Sommige deskundigen uitten aarzelend hun twijfel over de plannen. Een simpele berekening toonde bijvoorbeeld aan dat het Leninstandbeeld op bewolkte dagen tot aan zijn kruis in de wolken zou verdwijnen. De grond aan de rivieroever was trouwens misschien wel wat te drassig om zo'n kolos te kunnen dragen. En wat moest er eigenlijk gebeuren met de fraaie Kathedraal van Christus Verlosser, die toevallig precies daar stond waar het paleis was gepland? De indrukwekkende Byzantijns-Russische kathedraal was een belangrijk nationaal symbool. De bouw had bovendien meer dan een halve eeuw geduurd en de enorme kosten waren deels opgebracht door inzamelingen onder de Russische bevolking. Sovjet-kunsthistorici haastten zich echter de kathedraal af te doen als een zeldzaam staaltje van pompeuze en kleinburgerlijke kitsch, dat gemist kon worden als kiespijn. Bovendien was Stalin zeer over de plannen te spreken en keurde hij het ontwerp goed: de bouw van het Paleis der Sovjets kon beginnen.
In 1939 werd de kathedraal opgeblazen. Hierbij was een filmploeg aanwezig, want deze gebeurtenis werd bij uitstek geschikt geacht voor verwerking tot 'atheistische propaganda’. (Deze zelfde film wordt tegenwoordig overigens dankbaar gebruikt om de gruwelen van Stalins terreur aan te tonen.) Orthodoxe gelovigen moesten met lede ogen aanzien hoe de fresco’s met mokers werden verpulverd en het marmer uit de kerk werd hergebruikt voor de aanleg van metrostations. Het altaar zou overigens, volgens apocriefe overlevering, door Stalin als charmant souvenir cadeau zijn gedaan aan de vrouw van de Amerikaanse president Roosevelt. In de kranten verschenen de eerste foto’s van lachende, gespierde 'hemelbestormers’, druk bezig met de bouw van het paleis dat de trots der natie moest worden. De constructie van de fundamenten vorderde gestaag, maar moest in 1941 worden onderbroken toen bleek dat de Tweede Wereldoorlog ook de Sovjetunie niet ongemoeid liet. Staal, cement en mankracht waren hard nodig aan het front en de bouw van het paleis werd voor onbepaalde tijd opgeschort.
De oorlog eindigde in een glansrijke overwinning voor het sovjetvolk. Een mooie aanleiding om het paleis nog wat extra luister bij te zetten. Het leek Stalin een aardig idee om het pronkstuk te laten omlijsten door een krans van kleinere gebouwen in dezelfde stijl, waardoor het geheel de indruk zou geven van een ring die bekroond wordt door een diamant. Voor de toparchitecten van die tijd was dit tevens een mooie gelegenheid om te 'oefenen’ voor het paleis. Op strategische punten rondom het stadscentrum verrezen zeven inmiddels beroemd geworden 'bruidstaarten’, waaronder de Moskouse universiteit, het ministerie van Buitenlandse Zaken, Hotel Oekraina en een paar blokken woonappartementen. Vooral dit laatste kwam goed van pas, want er was intussen binnen de regering wat voorzichtige kritiek geuit op het financiele beleid. Kon het geld, dat na de oorlog schaars was, niet beter worden gebruikt om de woningnood op te lossen dan om gigantomane bouwwerken te financieren? De bouw van het paleis zelf was intussen nog niet veel verder gevorderd dan de fundamenten.
In 1953 stierf Stalin, en met de navrante onthullingen over zijn beleid op het twintigste partijcongres in 1956 kondigde opvolger Chroesjtsjov een algemene 'destalinisatie’ af. Dit had nogal wat consequenties, onder andere dat het bouwen van pompeuze, dure gebouwen voortaan niet meer gewenst was. De architect van een van de zeven bruidstaarten, door Stalin indertijd tot 'Held van de Arbeid’ geridderd, moest zijn medaille weer inleveren.
EN ZO VERANDERDE het Paleis der Sovjets van een utopisch concept in een pijnlijk probleem voor de poststalinistische regering. Er zou onvoorstelbaar veel geld moeten worden uitgegeven om het gebouw te voltooien, dat ook nog eens een inmiddels verworpen ideologie vertegenwoordigde. Maar de simpelste oplossing, het hele project ongedaan maken, was eigenlijk ook niet goed mogelijk. Al stonden er maar enkele muren, er zat te veel beschamende symboliek in het met de grond gelijk maken van een ontwerp dat de grootsheid van de Sovjetunie had moeten aantonen. De Moskouse bevolking, die ondanks decennialange atheistische propaganda toch nog heel wat stiekeme gelovigen telde, begreep intussen al lang wat er aan de hand was: God zelf had, uit wraak voor het vernietigen van de kathedraal, verhoed dat het paleis was verrezen.
Chroesjtsjov besloot bij gebrek aan beter de gigantische bouwput van het paleis dan maar 'tijdelijk’ om te laten bouwen tot openluchtzwembad. Een goedkope, snelle en niet eens zo onelegante oplossing, waarbij officieel in het midden werd gelaten wat officieus al voor iedereen duidelijk was: dat het Paleis der Sovjets er nooit zou komen.
JAREN GINGEN VOORBIJ en de herinnering aan de blamage van het nooit gebouwde paleis leek te vervagen. Het vervangende congrescentrum binnen de muren van het Kremlin was snel en zonder fanfare gebouwd en had, in vergelijking met het paleis, de afmetingen en allure van een luciferdoosje. Bassejn Moskva bleef bestaan, en er waren ook maar weinig mensen die geloofden in de 'tijdelijkheid’ ervan: 'Niets is eeuwiger dan het tijdelijke’, zoals de Russen plegen te zeggen.
Maar in 1985 kwam Gorbatsjov aan de macht, en daarmee kwam, zoals bekend, een einde aan de strenge richtlijnen en verboden voor de sovjetburgers. Onder andere het belijden van een religie werd weer toegestaan, en zo verscheen er opeens aan de rand van Bassejn Moskva een klein houten tempeltje met een paar boze oude vrouwtjes erin. Ze protesteerden tegen het zwembad, dat immers op heilige grond stond, en eisten onmiddellijke wederopbouw van de kathedraal van Christus Verlosser.
Aanvankelijk werden de moekes door voorbijgangers slechts met vertedering bekeken. Maar toen de Sovjetunie eenmaal voorgoed uit elkaar viel, groeide het Russisch-orthodoxe geloof steeds verder uit tot een nationalistisch symbool voor het nieuwe, onafhankeljke Rusland. Talloze Russen, die een leven helemaal zonder ideologie toch ook niet aankonden, ruilden hun lidmaatschap van de Communistische Partij grif in voor dat van de Russisch-orthodoxe Kerk. De aanhang van de vrouwtjes bij het zwembad groeide gestaag en priesters kregen steeds vaker te maken met 'zondaars’ die vol berouw een bezoek aan het godslasterlijke zwembad opbiechtten.
In de Russische pers verschenen artikelen die de schandalige historie van de opgeblazen kathedraal oprakelden. Zelfs president Jeltsin, in zijn jonge jaren als partijbons nog een fervent strijder voor het atheisme, begon in het openbaar kruisen te slaan en vertoonde zich steeds vaker op televisie tijdens belangrijke kerkdiensten, de handen vroom om een kaarsje gevouwen. Ook de Moskouse burgemeester Loezjkov, die ervan droomt Jeltsin op te volgen, begreep dat enig religieus vertoon zijn carriere zeker niet zou schaden. Hij liet een aantal kleine kerkjes die onder Stalin waren gesneuveld, herbouwen.
Ondanks het protest van diverse zwemclubs en sportcomites kregen de religieuze Moskovieten eindelijk hun zin. Afgelopen herfst sloot Loezjkov Bassejn Moskva en stelde de grond ter beschikking aan de kerkelijke gemeenschap voor heroprichting van de kathedraal. Een hele serie bankdirecteuren en andere zakenlieden namen de financiering van het project op zich: de kerk werd gesponsord door de Mammon.
En zo lijkt de cirkel rond. De kathedraal komt terug op zijn plaats aan de rivieroever en de 'beschamende fout van Stalin’ wordt voorgoed uitgewist. Toch zijn er gegronde redenen om aan te nemen dat de nieuwe kathedraal evenzeer verdoemd is als het Paleis der Sovjets en Bassejn Moskva. Voor de bouw van de oorspronkelijke, eerste kathedraal in 1812 was een nonnenklooster afgebroken, tot grote woede van de bewoonsters. De moeder- overste riep daarop een eeuwige vloek uit over de grond: 'Niets wat op deze grond gebouwd wordt, zal ooit beklijven.’
De vraag of ze met 'deze grond’ haar kloostertuin bedoelde of het hele grondgebied van de toekomstige Sovjetunie, doet niet eens zo veel ter zake. In beide gevallen heeft ze tot nu toe gelijk gekregen.