Lente en chaos

Een paar dagen na de aanval op het WTC verscheen in de International Herald Tribune een column van William Pfaff waarin hij schreef dat de door Arabieren uitgeoefende terreur zou voortduren zolang het conflict tussen Palestina en Israël niet was opgelost.

Dat was geen rechtvaardiging van die gruweldaad, hij wilde daarmee niet zeggen dat de terroristen gelijk hadden. Het was een beschrijving van oorzaak en gevolg. Bijna tien jaar later is Osama bin Laden buiten gevecht gesteld. Dat bevredigt ons rechtsgevoel of onze wraaklust of beide. En onafhankelijk daarvan begint intussen het Midden-Oosten radicaal te veranderen. Dit laatste is niet het gevolg van de oorlogen die het Westen daar heeft gevoerd maar van de revoluties van de Arabieren zelf, de drang naar vrijheid, democratie en welvaart, de beweging die we nu hun ‘lente’ noemen. Misschien is die wel mede geïnspireerd door het voorbeeld van het Westen, maar in ieder geval niet door militaire ingrepen. Integendeel. Door de ervaringen in Irak en Afghanistan hebben we geleerd dat de oorlog contraproductief werkt. Zelfs in Libië, waar steun op de grond voor de hand zou liggen, bepaalt de Navo zich tot bombardementen en houdt Amerika zich op afstand. Obama heeft van Bush geleerd.

De enige constante factor in dit tumultueuze panorama van verandering is de verhouding tussen Israël en Palestina. Obama beseft het. Vorige week heeft hij in zijn rede over het Midden-Oosten verklaard dat 'de droom van een joodse democratische staat niet kan worden verwezenlijkt met een permanente bezetting van Palestijnse gebieden’. Israël moet zich verzoenen met de grenzen zoals die in 1967 zijn vastgesteld. Obama’s woorden werden door fanatieke partijgangers onmiddellijk verdraaid, zodat hij afgelopen zondag in een toespraak voor een pro-Israël-lobby zijn standpunt nog eens nauwkeurig heeft herhaald.

Zijn belangrijkste tegenstander is premier Netanyahu. Hoe volstrekt anders deze erover denkt zal hij deze week in een toespraak tot het Amerikaanse Congres laten weten. En hij weet dat hij ook buiten Amerika, vooral in Europa, belangrijke bondgenoten heeft die kritiekloos zijn als het over Israël gaat. Op dit punt is in ieder Arabisch en westers land de buitenlandse politiek in een diep binnenlands conflict veranderd.
De kwestie wordt nu met de dag urgenter. In het Palestijnse kamp hebben Fatah, Hamas en onderscheidene democratische krachten zich verenigd. Mahmoud Abbas, voorzitter van de PLO, heeft verklaard dat in september bij de Verenigde Naties het officiële verzoek zal worden ingediend om Palestina tot zelfstandige staat te verklaren. Gebeurt dit, dan is dat de volgende onherroepelijke stap, die de oplossing van het Palestijnse vraagstuk volgens het plan van Obama nog moeilijker zal maken, want Israël heeft Hamas tot terroristische organisatie uitgeroepen en daarmee als gesprekspartner uitgesloten.
Deze moeizame ontwikkeling met twijfelachtige uitkomst speelt zich af in een regio die met de dag chaotischer wordt. Het uitbreken van de lente in Tunesië en Egypte blijkt nog niet de resultaten te hebben die daarvan in eerste aanleg werden verwacht. De vorige keer dat we van een zo ingrijpende revolutie getuige waren was in 1989, toen na de val van de Muur het sovjetrijk instortte waarna de satellieten binnen een betrekkelijk korte tijd in ordelijke democratieën veranderden. Dat was mogelijk doordat het communisme niet in staat was geweest de burgerlijke structuur van deze maatschappijen aan te tasten.
Heel anders blijkt het nu in Noord-Afrika te zijn. Het verdwenen dictatoriale gezag is niet geleidelijk vervangen door politieke groeperingen met een verschil in inzicht over de organisatie van de maatschappij, een ruzie desnoods die op een democratische manier in een parlement wordt uitgevochten. Onder de nieuwe omstandigheden komen er godsdienstige tegenstellingen te voorschijn, de vijandschap tussen de stammen, etnische tegenstellingen. In Egypte vechten Koptische christenen en moslims met elkaar. In Syrië vermoorden de troepen van Assad de opstandelingen, maar binnen die groep hebben de alevieten en de soennieten het weer met elkaar aan de stok. In Tunesië neemt de tegenstelling tussen de meer ontwikkelde kuststrook en het achtergebleven binnenland gevaarlijke vormen aan.

Zo dreigt de Arabische lente uit te groeien tot een gevaarlijke chaos. Aan het vraagstuk dat daaraan ten grondslag ligt, zal op afzienbare termijn geen macht ter wereld iets kunnen veranderen. Misschien is het een kwestie van generaties. De jongeren hebben wel met behulp van de digitale apparatuur uit het Westen de vrijheidsdrang verspreid, maar met Facebook onderneem je niets tegen de trouw aan een stam of een godsdienstige overtuiging.
In deze chaos wordt Israël gevraagd een belangrijke beslissing tot oplossing van het Palestijnse vraagstuk te nemen. Het valt te begrijpen dat Netanyahu dit voorstel afwijst. Maar het prolongeren van de onoplosbaarheid brengt andere risico’s met zich mee, zoals William Pfaff destijds heeft vastgesteld.