Lenteadem

Het nieuwe CDA-geluid moet de oppositie op punten als muziek in de oren klinken. Maar de dubbelpositie van de regeringspartij maakt het politieke spel wel erg ingewikkeld.

ALS JE VOORZITTER bent van wat ooit een brede volkspartij was, een regeringspartij die als gevolg van een forse verkiezingsnederlaag en de gedoogconstructie met de PVV intern donkere tijden doormaakt, dan moet het een verademing zijn als de lente vroeg is en de krokussen al half januari de grond uitkomen. Dan kun je op je nieuwjaarscongres die vroege lente en krokussen fijn gebruiken als teken van hoop.
Maar ook als je als voorzitter afscheid neemt van een eveneens in het verleden brede volkspartij, een oppositiepartij ditmaal, die door slechte peilingen en gemor over de politiek leider ook donkere tijden doormaakt, is een vroege lente een verademing. Ook dan is de lente een mooie metafoor. Waar CDA-partijvoorzitter Ruth Peetoom daar zaterdag op het partijcongres dankbaar gebruik van maakte omdat ze nieuw leven ziet voor haar CDA, zag haar afscheid nemende PVDA-collega Lilianne Ploumen een dag later de lente gloren voor de progressieve samenwerking. Over hoe bloemrijk haar eigen PVDA daarin zal zijn, sprak ze niet.
Die progressieve samenwerking had zich in de personen van PVDA-leider Job Cohen, SP-leider Emile Roemer en GroenLinks-fractievoorzitter Jolande Sap een week eerder al samen op een podium laten zien op een manifestatie voor Een Ander Nederland.
Ook het CDA zette haar nieuwe hoop op een podium. Het bleek goedgebekt talent, dat liet zien van deze tijd en tegelijkertijd op en top CDA te zijn. De boodschap was duidelijk: het CDA is niet de partij van het terugverlangen naar de spruitjesgeur uit de jaren vijftig. Ingenieur bij een Brabantse chipmachinefabrikant, Mustafa Amhaouch, hield het congres een welhaast dichterlijke levensles van zijn uit Marokko afkomstige vader voor: stel je niet te hard op, dan zullen ze je breken, stel je niet te soft op, dan wringen ze je uit. Het paste naadloos bij een partij die volgens de vorige week gepresenteerde voorstellen van het Strategisch Beraad in het versnipperde politieke landschap radicaal moet kiezen voor de positie van middenpartij.
De term radicale midden bestaat al sinds Aristoteles, de Griekse filosoof volgens wie de mens gelukkig wordt als hij zich oefent in de deugd, die volgens deze filosoof altijd in het midden ligt. Een directe verwijzing naar de deugdenethiek van Aristoteles doet het Strategisch Beraad overigens niet. Met het woord radicaal wil het beraad duidelijk maken dat het CDA herkenbare keuzes moet maken. Het woordje midden verwijst naar het midden tussen andere politieke partijen die op de ene flank kiezen voor meer overheid en op de andere flank voor meer markt.
Het CDA moet volgens het beraad juist kiezen voor de samenleving en stimuleren dat mensen zelf initiatief tonen. Eigenlijk is dat geen nieuws, het past in de partijtraditie. Toch is het gewaagd. Want hoe voorkom je het verwijt dat de nadruk op eigen verantwoordelijkheid slechts wordt gezien als een manier om te bezuinigen? En hoe stimuleer je eigen initiatief van groepen burgers in een geïndividualiseerde samenleving? Vroeger hoefde het CDA slechts te verwijzen naar het georganiseerde ‘maatschappelijk middenveld’ om haar middenpositie te verduidelijken, maar die combinatie van woorden komt in de nieuwe koers van het Strategisch Beraad nog maar één keer voor. Niet verwonderlijk, want het oude middenveld is net zo zoekende naar rol, koers, vorm en voeding vanuit de samenleving als middenpartij CDA. Kijk naar de onrust bij de vakcentrales FNV en CNV.
De radicale keuzes die het Strategisch Beraad voorstaat, zijn bedoeld als richtlijnen, pas concreet in te vullen bij het opstellen van een volgend verkiezingsprogramma. Er zit er echter één bij die nu al voor spanningen kan zorgen: het pleidooi voor een hervorming van de hypotheekrenteaftrek. De woningmarkt zit dusdanig op slot dat duidelijkheid over de aftrek nú gewenst is en niet pas bij het aantreden van een volgend kabinet, zeker nu heel Nederland weet dat er een ruime Kamermeerderheid vóór hervorming is. Bovendien moeten de regeringspartijen VVD en CDA samen met gedoogpartner PVV gaan onderhandelen over miljarden aan nieuwe bezuinigingen, waarbij iedereen weet dat een hervorming van de hypotheekrenteaftrek veel geld oplevert voor de staat. Maar omdat de partners VVD en PVV, inmiddels als enige overigens, de aftrek willen handhaven, mag duidelijk zijn dat dit flinke politieke spanningen kan veroorzaken.
Een vroege lente heeft dan ook altijd het gevaar in zich dat het jonge groen door nachtvorst wordt geknakt. Daar zijn ze zich bij het CDA terdege van bewust zijn. Partijvoorzitter Peetoom liet niet na te benadrukken dat zij niet van plan is olie op het vuur te gooien: 'Wij staan voor onze handtekening onder het regeerakkoord.’ Dat geeft CDA-vice-premier Maxime Verhagen enerzijds de mogelijkheid om met argumenten omkleed bij de onderhandelingen met VVD en PVV te pleiten voor de aanpak van de hypotheekrenteaftrek en anderzijds binnen de eigen partij de ruimte om zonder gezichtsverlies te verdedigen dat hij daar bij de komende bezuinigingsonderhandelingen nog niet in is geslaagd.
Maar de oppositiepartijen, progressief samenwerkend, maar ook D66 en ChristenUnie, zullen proberen het CDA juist vanwege die dubbelpositie in het nauw te drijven. Dat dwingt hen tot een ingewikkeld politiek spel: een regeringspartij aanvallen op een punt waar die partij het eindelijk op hoofdlijnen met ze eens is, met als doel het kabinet te laten vallen, terwijl ze er tegelijkertijd rekening mee moeten houden dat ze daarna juist die partij nodig hebben bij de vorming van een volgende regering.
Want het nieuwe CDA-lentegeluid moet hun op een aantal punten als muziek in de oren klinken. Hoewel het CDA daardoor ook weer een bedreiging wordt, als concurrent op de kiezersmarkt, als echte middenpartij dus.