Leo ries gerehabiliteerd

Op 24 mei 1936 keerde mr. L.A. Ries, thesauriër-generaal van H.M. Koningin Wilhelmina, dodelijk vermoeid terug uit Berlijn, alwaar hij een marathonvergadering had gehad met de Duitse minister van Financiën Hjalmar Schacht over achterstallige betalingen van nazi-Duitsland aan de Nederlandse schatkist. De volgende dag werd Ries in zijn woning in Den Haag gearresteerd door twee rechercheurs, op verdenking van ontuchtige handelingen met een zeventienjarige jongen. Ries verdween negen dagen in de Haagse gevangenis.

Zijn arrestatie was voorpaginanieuws. Vooral de NSB-pers roerde de trom. Die had in Ries - jood en homoseksueel, en gewezen ‘wonderkind’ uit de gelederen van de ARP - een ideale kop van jut. Alleen De Groene Amsterdammer nam het direct voor Ries op. Daar werd gesproken van 'een morele moord’ op een briljant ambtenaar.
De 42-jarige Ries hield vol dat de beschuldigingen tegen hem vals waren. Hij had nooit een geheim gemaakt van zijn voorkeur voor de herenliefde, maar hield vol dat hij deze nooit had gepraktizeerd. De knaap die hem beschuldigde, een zekere Wim Vermeulen, bleek bovendien een jongeman met een voorkeur voor pathologische verzinsels. Hij was een soort schandknaap voor de Haagse bohème, waar hij zich met telkens andere aangemeten identiteiten naar binnen praatte. Kort voor Ries’ arrestatie was Vermeulen erin geslaagd zich te laten introduceren bij ’s lands schatkistbewaarder. Ries was een man met een grote voorkeur voor de wereld der schone letteren (literatoren als Jan Greshoff, Hans Lodeizen, Adriaan van der Veen en Leo Vroman behoorden tot zijn naaste vriendenkring) en door zich uit te geven als een aanstormend literair talent had Vermeulen de juiste snaar bij Ries geraakt.
Vele decennia later, in de jaren zeventig, gaf Vermeulen het bedrog ook min of meer toe in een interview met Boudewijn Büch. Büch trof Vermeulen aan in de residentie, waar hij inmiddels was veranderd in een dikke souteneur. Volgens Ries was zijn contact met Vermeulen beperkt gebleven tot een enkele wandeling naar zijn huis, waarbij Vermeulen hem had begeleid omdat Ries zich onwel voelde.
Het mocht allemaal niet baten. De ministerraad ging na de arrestatie onmiddellijk tot schorsing van Ries over. Minister van Financiën P.J. Oud, voorman der liberalen, liet zijn ambtenaar vallen als een baksteen, weigerde zelfs een ontmoeting. Oud noemde Ries 'een verdorven man’ en kortte het salaris van de geschorste schatkistbewaarder met zestig procent. Ries verdedigde zich tot de laatste snik, maar zonder succes. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer presenteerde minister Van Schaik van Justitie nieuwe belastende verklaringen uit de politiearchieven. Als voornaamste 'aanvullend bewijs’ van Ries’ 'verdorven karakter’ fungeerde een politierapport uit 1923, waarin werd gememoreerd dat Ries in gezelschap van een korporaal was aangetroffen op de openbare weg, waarbij Ries 'geen geheim zou hebben gemaakt van zijn amoureuze bedoelingen’.
Ries werd ontslagen wegens 'gebleken ongeschiktheid’. Verbitterd nam hij de wijk naar New York, waar hij een nieuw leven begon in de bohème van Greenwich Village. Hij stortte zich daar wel met overgave in een bruisend seksleven. Nu maakte het toch niets meer uit.
Hoewel reeds in 1945 werd toegegeven dat de vervolging van Ries nergens op berustte, is er pas sinds kort sprake van een echte rehabilitatie. Minister Els Borst van Volksgezondheid onthulde verleden week donderdag in de Amsterdamse Vinkenstraat een plaquette ter herinnering aan Leo Ries. De gedenksteen is aangebracht bij ’s lands eerste aanleunwoningen voor oudere homo’s en lesbo’s bij bejaardentehuis De Rietvink. De herinnering aan Ries wordt levend gehouden met een tekst van Jan Greshoff: 'Leo Ries behoort tot het mensensoort dat mij boven alle andere ter harte gaat, en waartoe ik mij gaarne reken: dat der welmenende cynici.’
Minister Borst onthulde de plaquette. In haar toespraak ging ze in op het noodlot van Ries: 'Leo Ries mocht zichzelf niet zijn en werd ontslagen voor een vergrijp dat nooit bewezen is en dat op dit moment al helemaal geen vergrijp zou zijn. Ik sta hier dus eigenlijk ook om Leo Ries te rehabiliteren en ik doe dit graag namens het hele kabinet.’
Kennelijk is het eerherstel voor Ries een punt van bespreking geweest in het paarse kabinet. Navraag bij de diverse voorlichters van de RVD en het ministerie van Volksgezondheid levert echter niets op. Niemand weet wanneer de zaak-Ries in de ministerraad aan de orde is geweest, en al helemaal niet wat er dan besproken zou zijn.
De door Borst verkondigde rehabilitatie van Leo Ries is ongetwijfeld het gevolg van het boek Een welmenend cynicus, dat historicus E.W.A. Henssen eerder dit jaar over de zaak-Ries publiceerde. In dat boek opperde Henssen de al eerder gehoorde stelling dat Ries het slachtoffer werd van een Duits-Nederlands complot. Deutsche Bank-directeur Schacht, de architect van de economie van het Derde Rijk, had in Ries een keiharde onderhandelaar getroffen. Hitler-Duitsland kampte met gigantische betalingsachterstanden aan alle omringende landen, zo ook aan Nederland. Om de oorlogsindustrie op te bouwen weigerde Schacht daar waar mogelijk te betalen in harde, buitenlandse valuta. In plaats daarvan kwam hij met schuldbekentenissen en allerlei virtuele betalingsmiddelen, zoals coupons die recht gaven op een vakantie naar het nieuwe Duitsland. Schacht hield vol dat de Duitse schatkist leeg was. In werkelijkheid beschikte Schacht over harde valuta genoeg, maar die mochten exclusief worden uitgegeven aan de snelle opbouw van het Duitse leger. Blijkens een brief van Ries aan premier Colijn uit 1936 zag Ries de tactiek van Schacht al snel in. Als goed Hollands rentmeester weigerde hij akkoord te gaan met Schachts voorstellen en eiste hij betalingen met harde valuta. Indirect zou Hitlers oorlogsmachinerie op die manier enige averij oplopen. Ries was een keiharde onderhandelaar, die desnoods de grootste Duitse schepen aan de ketting liet leggen om tot incasso over te kunnen gaan. Historicus Henssen oppert dat deze halsstarrige houding Ries fataal zou kunnen zijn geworden. Om Ries de mond te snoeren, werd er een zedenschandaal in scène gezet.
Op min of meer dezelfde wijze hield nazi-Duitsland minister-president Hendricus Colijn in het gareel. Colijn had in Ries een soort anti-revolutionaire oogappel, maar kon niets tegen de val van Ries doen, omdat de premier zelf zou worden gechanteerd vanwege een buitenechtelijke verhouding met Hella Schultze, een geheim agente van de Gestapo te Berlijn. Henssen wijst erop dat minister Oud van Financiën net voor de val van Ries opeens persoonlijk ging onderhandelen met Schacht, hoewel de liberale voorman geen partij was voor de geslepen Duitse bankier. Oud gooide het op een akkoordje met Schacht, een voorteken voor de nazi-voorliefde die Oud tijdens de bezettingsjaren ontwikkelde voor Rijkscommissaris Seys-Inquart, aan wiens zijde hij ettelijke keren breed glimlachend kon worden gefotografeerd.
In zijn toneelstuk De zaak-L.A. Ries, dat verleden week donderdag in première ging in theater De Engelenbak te Amsterdam, maakt Dick van den Heuvel deze theorie tot leidmotief van de voorstelling. Ries groeit in het stuk van Van den Heuvel uit tot een pionier in het verzet tegen de nazi’s, die door economische uitholling van Hitlers oorlogseconomie nazi-Duitsland op de knieën had kunnen krijgen. Van den Heuvel: 'Ries doorzag het spel dat Schacht speelde. Door geen genoegen te nemen met de nep-marken die Schacht aan de lopende band verzon, maakte hij het Duitsland in die cruciale jaren erg moeilijk. Of Ries dat werkelijk alleen maar deed met het oog op het lot van de joden in het Derde Rijk, zoals ik in de voorstelling aangeef, is mijn interpretatie. In de geschriften en brieven die Ries heeft achtergelaten zie je daar zo hier en daar een verwijzing naar.
Vast staat dat Ries na de oorlog rondliep met een gigantisch schuldcomplex. Hij vond dat de Nederlandse overheid in de jaren dertig, net zoals de andere landen, veel meer had kunnen doen om Hitler tegen te houden. Hij nam het zichzelf kwalijk dat hij in de val was getrapt die voor hem was uitgezet.’