Annemarie van Haeringen

Lepeltje-vorkje liggen

In ‘Blootpad & Co’ van Annemarie van Haeringen wonen opmerkelijke, grappige en wijze dieren.


Al bijna twintig jaar bepaalt Annemarie van Haeringen mede het gezicht van het Nederlandse kinderboek. Zij is een gedegen illustrator die past in de vaderlandse traditie van Bert Bouman, Jenny Dalenoord en Carl Hollander. Het zijn de zwierige lijnvoering, de vaart en beweging die ze op de pagina weet te creëren en haar oog voor humoristische details waaraan Van Haeringens handschrift te herkennen is. Ze illustreerde onder meer Hanna Kraans verhalen over de Boze heks, diverse onderwijsmethoden en in 1994 de hernieuwde uitgave van Cramer-Schaaps Bijbelse verhalen voor jonge kinderen, die ze voorzag van ruim tweehonderd fraaie kleurenprenten. Sinds 1985 produceert ze ook met regelmaat een prentenboek, afwisselend met eigen dan wel andermans tekst. Voor het laatste, Malmok, ontving ze vorig jaar het Gouden Penseel.


Onder de titel Blootpad & Co verscheen onlangs in een mooi formaat een bundeling van vier prentenboeken: De koning bakt een huis (1996), Op hoge poten (1994), De notenkraker (1996) en Onder water, boven water (1997). Steeds vaker voegen uitgevers afzonderlijke titels van één auteur samen in dikke, opgepoetste en vooral dure bundels. Het nut daarvan voor de lezer ontgaat mij veelal, maar in dit geval levert de bundeling een geheel op dat meer is dan de som der delen. De vier prentenboeken worden uitsluitend bevolkt door dieren, een favoriet onderwerp voor Van Haeringen en door de samenvoeging is nu een kleine, overdadig geïllustreerde bundel dierenverhalen ontstaan.


Twee daarvan wortelen in de orale traditie van de verklaringen over hoe een bepaald beest aan zijn uiterlijk of eigenschappen is gekomen. Koning Olifant bijvoorbeeld bakt een schild voor Blootpad uit het titelverhaal, die zich zó schaamt voor zijn kale nakie dat hij de straat niet op durft. De andere verhalen zijn meer een fabel met een wijze les, waarbij de wintervoorraadperikelen van Aap en Eekhoorn zelfs een variant op Fontaines De krekel en de mier vormen. Zorgeloze Aap heeft alle door Eekhoorn verzamelde noten gepikt en opgegeten en ligt zo opgeblazen voor pampus dat hij zijn huis niet meer uit kan. Om de tijd waarin hij weer dun wordt te korten, krijgt hij Eekhoorns lievelingsboek te leen: Fabels van Aesopus.


In de rustig vertelde tekst blinkt hier en daar een apart zinnetje — ‘Het hele huis was vol met Aap en gejammer’ — en sommige prenten verdienen een plaats aan de muur, zoals die van de flapperende reigers bij de Amsterdamse Magere brug of van de luciferdunne eekhoorns in de sneeuw tijdens hun onvrijwillige hongerwinter. Van Haeringen trakteert ook op kleine grappen.


Zo is er Eekhoorn die door de honger zo sterk vermagerd is dat hij als een brief door de bus in Aaps huis naar binnen glijdt. Vilein zijn Hyena en Reiger die elkaar op de vissoep nodigen, waarbij Hyena op borden en Reiger in flessen serveert, zodat geen van beide gasten een hap naar binnen krijgt. En als illustratie bij het wijze slot van het gulzige-Aapverhaal — ‘Beter een dikke vriend dan een dikke buik’ — staat er zo’n knus ledikant, waarin Aap en Eekhoorn heerlijk ‘lepeltje-vorkje’ bijeen liggen. Dat wordt ongetwijfeld rustig slapen voor de kleine voorgelezene.



Annemarie van Haeringen, Blootpad & Co. Uitg. Leopold, 106 blz., ƒ4,90