Rembrandt & Degas tot 23 oktober te zien in de Philipsvleugel, Rijksmuseum

Leren etsen

James McNeill Whistler, schilder en etser, gaf in februari 1885 een lezing, nu bekend als Ten O'Clock, over de toestand van de kunst in zijn tijd. Daarin duikt Rembrandt een paar maal op.

Eerst als bewonderde ‘high priest’ van een kunst die schoonheid vindt in alle omstandigheden en tijden - in Rembrandts geval toen hij ‘picturesque grandeur and noble dignity’ zag in de Jodenbuurt van Amsterdam. Daarna als etser - een superieure kunstvorm, voor Whistler. Het was te begrijpen, zei hij, dat de gewone burgerman de voorkeur gaf aan de ‘popular print’ boven ‘the scratch of Rembrandt’s needle’. Die burger hield nu eenmaal ook meer van meezingers in een bierhal dan van Beethovens Symfonie in C-klein. Op dat niveau zaten Rembrandts etsen ook.

Invloed is een vaag begrip, en het wordt makkelijk van stal gehaald als in de kunsten iets op iets anders lijkt te lijken. Dat gebeurt ook in de delicate tentoonstelling Rembrandt en Degas in het Rijksmuseum. De premisse is interessant. De jonge kunstenaar Edgar Degas (1834-1917) verliet in 1855 na één jaar studie de École des Beaux-Arts in Parijs en reisde daarna drie jaar door Italië. In die jaren schilderde hij een aantal kleine intieme zelfportretten, beelden van een jonge, wat lijzige man, waarvan het gezicht gedeeltelijk met schaduw bedekt is. Die portretten lijken wel wat op de zelfportretten van Rembrandt op dezelfde leeftijd. Ook die zijn klein van formaat, maar vol eigenzinnige branie; ook daar waaien de schaduwen over het gezicht. Het is leuk om ze naast elkaar te zien, de leeftijdgenoten, en de tentoonstelling nodigt je uit gewoon eens goed te kijken: waar bestaat die gelijkenis uit? Is er echt sprake van ‘invloed’? Heeft Degas gedacht: sapristi! Zó wil ik ook schilderen!? Ik denk van niet; ik denk dat dit op z'n best een parallel is, een gelijkaardige fase in de vorming van een kunstenaar die (dus) tot een ongeveer vergelijkbaar resultaat leidt. Een rembrandteske schilder werd Degas uiteindelijk helemaal niet. Toen hij later fortuin verwierf en ging verzamelen kocht hij Delacroix, Ingres, Daumier, El Greco - geen Rembrandts.

Medium degas

De stelling van de tentoonstelling gaat wel op voor Degas’ geëtste zelfportretten. Daar is de invloed onmiskenbaar. Rembrandts etsen kwamen in die jaren in Frankrijk in facsimile op de markt. Degas kende ze en maakte een handvol eigen etsen in Rembrandt-stijl. Eén daarvan, een zelfportret, gebruikte hij als geschenk voor vrienden en kennissen. Maar ook daar zit de relatie ‘m niet zozeer in de absorptie van Rembrandts artistieke opvattingen over licht en schaduw, of zoiets. Hier gaat het veel meer om de etstechniek zelf. Juist in Degas’ studiejaren werd die herontdekt (aan de École werd etsen niet onderwezen). Degas’ tijdgenoten herkenden de ets als een ‘ware’ kunstvorm, een techniek waarvan bovendien de volledige keten door de kunstenaar werd beheerst, van schets tot reproductie. Dat contrasteerde met de moderne druktechniek (en de fotografie), waarin de kunstenaar maar een schakel was geworden. De authenticiteit van de ‘scratch of the needle’ maakte de ets ongekend populair. In 1862 ontstond er in Frankrijk een Société des Aquafortistes, die wekelijks prenten publiceerde. Kunstenaars als Regamey, Buhot, Gaucherel, Guérard, Courtry ‘leenden’ daarin zonder omhaal van het werk van de grote Nederlander, als openlijk eerbewijs.

Ergo: heeft Rembrandt grote invloed gehad op het werk van Franse (grafische) kunstenaars uit de tweede helft van de negentiende eeuw? Jazeker. Kun je dat ook zien bij Degas? Nou, ja, goed, maar dan héél even, in maar een handvol werkjes. Had de tentoonstelling dan misschien beter over Rembrandt en, zeg, Félix-Hilaire Buhot kunnen gaan? Misschien wel.

Rembrandt en Degas. Rijksmuseum Amsterdam, t/m 23 oktober

Beeld: Edgar Degas, Zelfportret, 1857-1858, Olieverf op papier op doek, The Sterling and Francine Clark Art Institute