De 20 boeken die ons denken veranderden

Les damnés de la terre: Spits je oren!

Woensdag 20 mei presenteerden wij ons boek De twintig boeken die ons denken veranderden in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Hassan Bahara legde uit waarom de Nederlandse antiracismebeweging een voorbeeld zou moeten nemen aan het compromisloze denken van Frantz Fanon.

Medium fanon

Frantz Fanon werd geboren in 1925 op Martinique, een Caribisch eiland en een integraal onderdeel van Frankrijk. In 1943 emigreerde hij naar Frankrijk om er psychiatrie en geneeskunde te studeren. Na zijn studie trok hij verder, naar Algerije waar een wrede onafhankelijkheidsstrijd gevochten werd tegen de Franse kolonisator. Frankrijk en Algerije hadden een sterke invloed op Fanons kijk op de wereld. In Frankrijk ervoer hij systematisch en onversneden racisme en in Algerije – waar hij werkte in een psychiatrische instelling – maakte hij de diep ontwrichtende werking van kolonialisme mee. Over deze ervaringen schreef hij twee boeken. Het eerste, Zwarte huid, witte maskers, was een psychologisch onderzoek naar de uitwerking van racisme. Het tweede boek, Verworpenen der aarde, uit 1961, dat ook meteen zijn bekendste werk werd, was een felle aanklacht tegen het koloniaal systeem.

In Nederland is Frantz Fanon nauwelijks een bekende naam. Ik vermoed dat dat komt doordat hij gekant was tegen een systeem dat nu niet meer bestaat, namelijk het kolonialisme. Fanon had uitgesproken ideeën over het kolonialisme en hoe dat bestreden diende te worden. Met geweld. In Verworpenen der aarde is hij daar expliciet over. Een citaat: ‘Kolonialisme is niet een machine die tot nadenken in staat is, niet een lichaam dat begiftigd is met ratio. Kolonialisme is naakt geweld en het is alleen te stoppen met nog groter geweld.’

Dat is nogal een uitspraak voor iemand die psychiatrie en geneeskunde had gestudeerd. Maar Fanon was er door zijn ervaringen in Algerije ervan overtuigd geraakt dat de psychologische verwoestingen van het kolonialisme alleen te herstellen waren als de kolonisator met louterend geweld werd verjaagd.

Het is een cliché, ik weet het, maar om die verheerlijking van geweld te begrijpen moeten we het boek in zijn tijd zien. Het koloniale systeem was van een onvoorstelbare onrechtvaardigheid. Het was bovendien sterk verstrengeld met politiek en economie. Men verdiende er goed aan. Je moest wel een idioot zijn om dit systeem zomaar op te geven. Iedereen die ertegen in opstand kwam werd dan ook uit de weg geruimd. Geweld als middel om beweging te krijgen in dit corrupte systeem was dan ook niet echt een totale ontsporing te noemen – het was een redelijk logische respons.

NU HEBBEN WE HET GOED , het kolonialisme is voorbij, we kunnen zonder een centje pijn geweld als middel verwerpen. Maar zouden we dat ook gedaan hebben als we tijdgenoten waren geweest van Fanon? Als ik voor mijzelf mag spreken: ik weet het eerlijk gezegd niet.

Afijn, het kolonialisme is niet meer, en Fanon heeft als antikoloniaal denker niet veel relevantie meer.

Maar helemaal vergeten is hij ook niet. Zijn invloed geldt nog altijd, al is die op het eerste gezicht niet direct te herkennen. Fanon heeft namelijk sporen nagelaten in de antiracismebeweging die de afgelopen jaren in Nederland een opleving heeft gekend. Ik ken nogal wat mensen uit dit milieu. Iemand als Quinsy Gario bijvoorbeeld, de Zwarte Piet-bestrijder. Hij heeft mij wel eens verteld dat hij sterk leunt op een generatie oudere academici die op hun beurt weer sterk leunen op het werk van Frantz Fanon. Zo iemand van die generatie academici is Philomena Essed. Essed heeft veel geschreven over racisme, over zwart zijn in een witte samenleving. Haar werk is ondenkbaar zonder het voorwerk dat verricht is door Fanon. Wat door deze academici in Fanon werd gewaardeerd was zijn intellectuele en psychologische ontleding van racisme en hoe hij dat denkwerk paarde aan militant en zelfbewust activisme. Fanons denkbeelden zijn via deze academici uiteindelijk in een bepaalde vorm terechtgekomen bij mensen zoals Quinsy Gario. Je ziet het terug in Gario’s felheid, zijn activisme, zijn retoriek. Er loopt kortom een directe lijn tussen Quinsy Gario en Frantz Fanon.

Maar is daarmee Frantz Fanons antiracistisch werk gelijkwaardig aan het werk van de huidige antiracismebeweging in Nederland? Toen Gario in 2011 zichtbaar werd met zijn anti-Zwarte-Piet-beweging had het iets fris, het stond voor iets groters. Zwarte Piet, hoe onbeduidend ook, was een mooi, concreet symbool om nog meer ervaren onrechtvaardigheid aan op te hangen. Het werk van Gario heeft in die zin de functie gehad dat het bewustzijn over racisme vergroot werd, en dat we maatschappelijke structuren gingen bevragen die ongelijkheid creëren en in stand houden. Of Gario’s analyses accuraat zijn, is een andere vraag – maar met zijn activisme heeft hij Nederland wel met ongemakkelijke vragen geconfronteerd, net zoals Fanon dat in zijn tijd deed, zonder daarmee meteen het racisme en kolonialisme uit die tijd op één lijn te stellen met de huidige Nederlandse realiteit.

Door academici werd Fanon gewaardeerd om zijn intellectuele en psychologische ontleding van racisme

MAAR DE ANTIRACISMEBEWEGING IN NEDERLAND begint nu iets karikaturaals te krijgen, de frisheid is er vanaf, er sluipt iets naargeestigs in. Dit is vooral te zien in dat andere boegbeeld van de beweging, de jongeman Abdulkasim Al Jaberi, beter bekend als de ‘fuck de koning-roeper’. Twee weken geleden schreef columnist Stephan Sanders een scherp stuk over deze Al Jaberi, die onder het mom van antiracisme nare, intolerante trekken vertoont. Volgens Al Jaberi is iemand als Ahmed Aboutaleb een huisallochtoon en moet de moord op de cartoonisten van Charlie Hebdo ‘in perspectief’ gezien worden, namelijk in het perspectief van het imperialisme.

Stephan Sanders was vernietigend over Al Jaberi. Volgens Sanders deed Al Jaberi de antiracismebeweging meer kwaad dan goed. En Al Jaberi is niet het enige warhoofd dat zich bij de antiracismebeweging heeft gevoegd. Een ander voorbeeld is de rapper Appa, die de beweging gebruikt om zijn rapcarrière een nieuwe impuls te geven en om ‘racisme!’ te krijsen terwijl hij zelf nog het nodige kan bijleren over gelijkheid en tolerantie. En zo zijn er nog meer twijfelachtige figuren in de antiracismebeweging opgedoken die ik hier verder ongenoemd zal laten.

Ik denk dat mensen van de antiracismebeweging, en Quinsy Gario voorop, de kritiek van Stephan Sanders ter harte moeten nemen. Laat ze terugkeren naar het werk van Frantz Fanon. Je kunt kritiek hebben op Fanons geweldsverheerlijking, maar racisme, in welke vorm dan ook, keurde hij resoluut af. Hij haalde vaak en graag een uitspraak van een van zijn leraren aan die hem als leidraad diende in zijn strijd tegen racisme. De uitspraak luidt als volgt: ‘Als je kwaad hoort spreken over joden, spits dan je oren, dan gaat het over jou.’

Als de huidige antiracismebeweging in Nederland echt in de traditie wil staan van Frantz Fanon, dan kan ze niet de ene intolerantie bestrijden en de andere toelaten – dan moet ze fel en compromisloos alle vormen van onverdraagzaamheid afwijzen.


Ingezonden reactie op dit artikel:

In Hassan Bahara’s bijdrage over de twintig boeken die ons denken veranderden schreef hij over Frantz Fanons Les damnés de la terre, Verworpenen der aarde. Een verpletterend boek over dekolonisatie. Terwijl Fanon eigenlijk moest rusten en zich laten behandelen voor leukemie besloot hij om het boek met zijn laatste restjes energie af te maken. Toen hij kort na het voltooien van het boek in 1961 stierf was het een nalatenschap van jewelste voor landen die zich klaarmaakten om het juk van Europese overheersing en onderdrukking van zich af te gooien. Wat Algerije, waar hij een psychiatrische instelling leidde, ook in 1962 deed.

Waar Bahara in zijn bijdrage aangeeft dat het kolonialisme voorbij is heeft hij het over de perceptie van onze omgang met de rest van de wereld en niet de werkelijke handelingen. Wij hebben het niet meer over kolonies, maar zetten als Nederland bijvoorbeeld wel expliciet ontwikkelingshulp in om Nederlandse bedrijven derdewereldlanden in te loodsen. We hebben er in deze kabinetsperiode zelfs een heel ministerie voor opgericht om te bedekken hoe hard er op ontwikkelingshulp is bezuinigd in vergelijking met andere delen van de nationale begroting. Nu hameren we erop dat we hen helpen door bedrijven de mogelijkheid te geven TTIP-achtige constructies op te stellen. Het idee van beschaving bijbrengen aan inheemsen, hulp, werd vierhonderd jaar geleden ook ingezet om onderdrukking, economische uitbuiting, goed te praten.

Dichterbij zien we het belang van Fanons boek terug in hoe het rijk in advertenties voor vacatures op Bonaire de beheersing van Papiamentu, de lokale voertaal, stelselmatig nalaat. Stel je voor dat je voor de provincie Friesland zou werken en niet geacht werd het Fries te kunnen spreken of schrijven. De legitimiteit van de voertaal van de lokale bevolking wordt terzijde geschoven en Europese rijksgenoten worden ingevlogen voor hoge posten alsof het 1953 is. In 1954 werden de Nederlandse Antillen officieel een op zichzelf staande entiteit binnen het Koninkrijk, hoewel we ze pas in 1975 in staatsstukken niet meer als kolonies zouden omschrijven.

Bonaire was overigens tot voor kort een speelparadijs voor CDA-politici die nauwe banden onderhielden met lokale politici, die nu door het Openbaar Ministerie vervolgd worden voor fraude. Het eiland dat sinds 2010 een speciale gemeente is geworden van Nederland heeft te kampen met een terugkeer naar koloniale tijden. En het lokale verzet wordt in Nederland niet erkend of afgedaan als groeipijnen. Dat men actief het huidige beleid als neokolonialisme typeert wordt niet aan ons doorgegeven.

Alleen met het gedachtegoed van antikoloniale denkers zoals Fanon kunnen we het huidige beleid ontleden en openbaren. Zoals Bahara schreef rest er niets anders dan Nederland met ongemakkelijke vragen en diep begraven feiten te confronteren. Zo ook is het noodzakelijk om te bevragen wie boegbeelden maakt en hoe dat gebeurt. We moeten onszelf ook afvragen wie door gatekeepers in de media ruimte wordt gegeven om een volledig beeld van zichzelf te presenteren.

Fanon schreef namelijk dat juist op het moment van dekolonisatie men een elite van voormalige gekoloniseerden zou aanstellen en daar afspraken mee proberen te maken. Toen ik verschillende keren aan tafel zat met onder anderen de burgemeester van Amsterdam, voormalig wethouder Van Es, het hoofd van de NTR, het hoofd diversiteit van de NTR, de intochtcommissie, de Amsterdamse Sinterklaas Jeroen Krabbé, vice-premier Lodewijk Asscher en een aantal juristen van de stad Amsterdam besefte ik dat men ook mij het gevoel van ‘behorend tot de elite’ wilde geven. Ze wilden mij neerzetten als vertegenwoordiger die namens alle tegenstanders van Zwarte Piet afspraken kon maken. De weigering van die rol irriteerde hen mateloos.

Zoals Andries Knevel mij toebeet in Knevel en Van den Brink, nadat ik uit het overleg was gestapt, moest ik dankbaar zijn voor wat ik had mogen bereiken. Door uit het overleg te stappen had ik gespuugd op de aanbieding om te behoren tot invloedrijke politieke en culturele netwerken van Nederland. Hierna is mijn imago in de media niet veel beter geworden met als dieptepunt dat De Telegraaf mij voor Mugabe-aanhanger uitmaakte. Dit naar aanleiding van een kritische tweet die ik stuurde over zijn aanstelling als het nieuwe hoofd van de Afrikaanse Unie. Zelfs nadat meerdere mensen hen meerdere keren op hun vertaalfout hebben gewezen staat het er nog steeds. Ik heb inmiddels aangifte gedaan van smaad en laster.

Wat we nu zien is dat men een negatief narratief probeert te construeren over de bestrijding van racisme in Nederland. Dit gebeurt op haast identieke wijze als met fascismebestrijding na de brandstichting bij een bijeenkomst van de Centrum Partij en de Centrum Democraten in Kedichem in 1986. Eén incident werd gebruikt om het nut van de actieve bestrijding van fascisme in Nederland in diskrediet te brengen. Het eerste wat wordt gedaan is dat men via de media boegbeelden opstelt die vervolgens een paar mensen moeten aanspreken op hun gedrag die volgens diezelfde media tot dezelfde groep behoren.

Door de manier waarop mensen over Appa, Al-Jaberi en mij spreken zou je denken dat we elkaar ook kennen. Ik heb daarnaast geen tijd gehad om me genoeg te verdiepen in wat ze allemaal hebben gezegd of hebben gedaan. Daarom ga ik ook niet aan de hand van de verhalen die nu over hen worden verspreid een uitspraak over hen doen. Uit ervaring weet ik hoe naar dat is. Bahara, die mij echt meermalen heeft gesproken, spreekt toch anders over mij dan Özcan Akyol of Fidan Ekiz, die ik allebei nog nooit heb ontmoet en van wie ik vermoed dat ze nog nooit iets van mijn hand hebben gelezen. Akyol noemde mij vorig najaar een ‘zelfingenomen kletskous’ en een ‘schertsfiguur’ en schreef: ‘Zwarte Piet is racisme, Quinsy Gario is narcisme’ in de Nieuwe Revu. Ekiz noemde mij een ‘narcistische drammer’ aan tafel bij De wereld draait door aan de vooravond van de uitspraak van de Raad van State.

In hetzelfde vertoog als die uitspraken gaven ze overigens beiden aan ook voor een herziening van Zwarte Piet te zijn. Waarschijnlijk om niet uit de gratie te vallen bij de gatekeepers in de mediawereld vanwege hun ‘voorhoede’-standpunt moesten ze eerst op een beschadigende wijze afstand van mij nemen. Stel je voor dat ze op mij zouden lijken nu we een standpunt deelden. Nu denk ik: gelukkig maar dat ze zich zo hebben opgesteld.

Dat ik samen met Appa en Al-Jaberi de voorhoede vorm van racismebestrijding in Nederland is vooral nieuws voor mij. Dat men liever naar mij en hen wijst en niet naar Stichting Sophiedela, Nummer 39 met Rijst, University of Color, Mad Mothers, Flavia Dzodan, Ramona Sno, Ctrl Alt Delete, We Are Here, boekhandel Spinzi, Hilbrand Westra, Inclusive Works, Sinan Cinkaya en tal van anderen toont dat men nog steeds geen idee heeft hoe grip te krijgen op de sociale en culturele kentering die nu gaande zijn. Om het begrijpelijk te maken wordt het hele gebeuren gereduceerd tot een paar mannen. Ik vind het een eer dat mensen naar mij opkijken, maar mijn project was voornamelijk een katalysator die andere mensen ertoe heeft aangespoord om zelf aan de slag te gaan. Men moet de drang weerstaan om in alle acties na mijn project een gezamenlijke lijn en een vastomlijnde beweging te willen lezen. Racismebestrijding wordt op zo’n wijze de dagtaak van een kleine groep in plaats van een gezamenlijke activiteit van de hele samenleving.

Het probleem is dat in de worsteling om te begrijpen wat er gaande is men leiders is gaan zoeken. Sommige mensen kunnen de verleiding niet weerstaan en zijn zich gaan gedragen naar het beeld dat anderen van hen hebben opgetekend. Stephan Sanders heeft zich inmiddels al dan niet bewust opgeworpen als zo’n intellectuele leider. Al jaren lezen we nu over zijn worsteling met de huidige sociale en culturele bewustwording omtrent ras en etniciteit in Nederland. Zijn reductie van de totaliteit van dat bewustwordingsproces tot Al-Jaberi-quotes doet dat bewustwordingsproces geweld aan omdat hij Al-Jaberi een leiderschapspositie heeft toebedeeld die alleen is gebaseerd op zijn huidige zichtbaarheid.

Hiermee dragen Sanders en nu ook Bahara actief bij aan de productie van een vertekend beeld van de grootte, de inhoud en de wijze van racismebestrijding in Nederland. We willen ‘goede antiracisten’ die zich tegen geweld uitspreken en hun eigen achterban in het gareel houden. We willen geloven dat racismebestrijding top-down, ordentelijk en tot de puntjes gecoördineerd is. We willen dat mensen op fatsoenlijke wijze hun ongenoegen over hun behandeling met ons delen. Maar, zoals Fanon ons leert: men verzet zich op verschillende manieren tegen koloniale denkpatronen en onderdrukking. Alsnog blijven verlangen naar een strak overzicht toont aan dat men de boodschap van Fanon toch niet zo goed heeft begrepen.

Quinsy Gario is dichter en programmamaker. In 2011 won hij de Hollandse Nieuwe Theatermakersprijs en stond hij in het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam. Op dit moment is hij bezig met de crowdfunding voor [een nieuwe talkshow](link: https://voordekunst.nl/projecten/3305-help-quinsy-gario-een-talkshow-maken-1) genaamd ROET IN HET ETEN met Quinsy Gario.

Medium groene banner denken veranderen 728x90 vs2