Les in lezen

Er was weer een lieve juffrouw van een middelbare school die vroeg of ik aan leerlingen wilde vertellen waarom het lezen van literatuur zo belangrijk is.

Godzijdank kon ik niet.

Had ik wel gekund, dan had ik met een probleem gezeten: ik vind les in literatuur wel leuk, maar niet zo belangrijk.

Stel dat je een leerling hebt die van lezen houdt. Ze leest wel zestig Bouquetreeks-boekjes per jaar. (Ik ken zulke leerlingen.) Ze is zelfs verslaafd aan die boekjes. Wat moet ik dan zeggen?

‘Lees eens iets anders, Sandra.’

‘Heb ik gedaan, vond ik niets aan.’

Ik wist destijds ook niet goed welke kritiek ik op die boekjes moest hebben.

Waren ze slecht geschreven? Dat viel wel mee. Ik kwam er heel weinig slechte zinnen in tegen. Feitelijk niet één. (Maar ik kon het toch niet uitlezen.) Soms ontdekte ik een vertaalfout. Waren er niet veel clichés in die boekjes? (‘Het viel Angela op dat Edwin een scherp gesneden kaak had, modieus gekleed ging en zich tegenover iedereen vriendelijk gedroeg.’) Ja, maar niet meer dan in andere boeken.

De thema’s dan, de problematiek, was dat niet steeds hetzelfde?

Ja, meisje houdt van een jongen, jongen ziet haar eerst niet staan, daarna wel. Liefde overwint alles. Maar ja, dat thema kom ik ook bij Shakespeare tegen.

Het kan best zijn dat die boekjes tegenwoordig veranderd zijn, want de laatste keek ik dertig jaar geleden in. Maar ik geloof het niet.

De leerlinge las deze boekjes, en ze las geen moderne Nederlandse literatuur. Het bittere kruid, Alle dagen feest, De uitvreter, Het dagboek van Anne Frank, Camera obscura, De avonden, Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp – ik las uit die boeken voor, maar het sloeg niet aan. Ja, er was één boek dat ze in klas 4b lazen: Ik Jan Cremer.

Maar ze lazen het niet uit.

Niemand vond het een goed idee om zinnen en passages uit het hoofd te laten leren

Tegenwoordig kom ik jongeren tegen die niet lezen, maar hele dialogen van Frank Underwood (House of Cards) uit hun hoofd kennen.

Dat is pas literaire kennis. Net zo goed als een boek.

Toen mij twintig jaar geleden werd gevraagd hoe ik onderwijs in de Nederlandse literatuur zou geven, zei ik dat ik een boek wilde samenstellen met mooie zinnen. Geen aforismen, maar mooie passages.

Ik zal een voorbeeld geven. Uit Max Havelaar van Multatuli.

In het eerste hoofdstuk staat: ‘Alles leugens! Zo gaat dan de opvoeding voort. Het nieuwe zusje is van de groenvrouw gekomen in een grote kool. Alle Hollanders zijn dapper en edelmoedig. De Romeinen waren blij dat de Batavieren hen lieten leven. De Bey van Tunis kreeg een koliek als hij het wapperen hoorde van de Nederlandse vlag. De hertog van Alva was een ondier. De eb, in 1672 geloof ik, duurde wat langer dan gewoonlijk, expres om Nederland te beschermen. Leugens! Nederland is Nederland gebleven, omdat onze oudelui goed op hun zaken pasten, en omdat ze het ware geloof hadden. Dàt is de zaak!’

De mooiste zin is die van ‘de Bey van Tunis’. (Dat vond trouwens Karel van het Reve ook!) De bey was een prefect in het Ottomaanse Rijk. Waarom die zin nu precies zo mooi is… daar kan ik niets over zeggen. Er zullen ook lezers zijn die hier niets aan vinden. En over die passage kun je veel vertellen.

Ik zou hem de leerlingen uit het hoofd laten leren.

Niet leuk, wel nuttig. Voor later.

Dat leerboek ben ik begonnen te maken, maar geen onderwijsuitgever wilde eraan. En niemand vond het een goed idee om zinnen en passages uit het hoofd te laten leren, want je moest van de Nederlandse literatuur houden.

Dat heb ik altijd onzin gevonden. Literatuur moet juist niet leuk zijn.

Wat mij betreft schaffen ze het literatuuronderwijs af.

Het is zinloos.

Les in lezen