Lessen in anticommunicatie (10)

Mijn vader en ik fietsen over de weg. We hebben nauwelijks contact met elkaar - wat tot aan het begin van het eind van zijn leven zo zou blijven.
‘Pap, hoe lang duurt het nog?’ vraag ik.
‘Tot het eind van de weg’, antwoordt mijn vader geirriteerd.

Op dat moment leer ik een les: tijd kan worden uitgedrukt in afstand. Daar had ik nooit bij stil gestaan. Ik keek op mijn horloge en ontdekte dat er tussen de cijfers onderling ook een weggetje afgelegd moest worden. Opeens begreep ik alles over kilometers en auto’s; en na dat antwoord van mijn vader zou ik een van de besten in rekenen worden op school. Tijd en afstand. Tijd is afstand. Je kon in een minuut tien meter afleggen, je kon ook twintig meter afleggen. Alles werd in mijn multoband opgeschreven en omgezet in tijd: mijn looptijd naar school, mijn fietstijd naar school, mijn fietstijd naar het voetbal, de hoeveelheid meters die ik rende in twee keer 45 minuten. Niemand kende de tijd zo goed als ik. Mijn horloge werd mijn lievelingspop.
Alleen bleek ik allergisch voor metaal. Mijn arm begon eerst onder het horloge, daarna over mijn hele lichaam te jeuken en zwart uit te slaan. Waar ik mijn horloge ook had, die plek werd zwart. Borst ter hoogte van borstzak. Hals. Andere pols. Been bij mijn broekzakken. Alles werd zwart en rood en jeukte. Het was of ik niet mocht weten van tijd en afstand. Het horloge brandde in mijn hand.
Ik kocht een jeugduitgave van De tijdmachine - van H. G. Wells - en daar las ik iets wat ik ook al had bedacht: als je naar de toekomst kan reizen, en je ziet daar iets wat niet hoort te gebeuren, dan moet je terugreizen naar nu en hier de dingen rechtzetten, opdat je een andere toekomst krijgt. De problemen die dat met zich mee bracht, bouwde ik niet uit - jammer. Later heeft Steven Spielberg dat namelijk wel gedaan en hij maakte met die gedachten Back to the Future 1, 2, en 3.
Mij ging het om het maken van tijd. Ik werd tijdalchemist. Hoe meer afstand ik zou maken, hoe meer tijd ik zou hebben, want tijd gaat sneller naarmate de afstand korter is.
Communicatie: hoe snel vliegt niet de tijd als je verliefd bent en dicht bij elkaar verkeert. Hoe snel vliegt niet de tijd als je naar een spannende wedstrijd aan het kijken bent. Hoe snel vliegt niet de tijd op de eerste dag van je vakantie. Maar hoe lang ben ik niet onderweg naar New York? Je zit in het vliegtuig waar je niks kunt doen, waar geen afstand is. Je passeert tijdzones, maar je merkt het niet eens. Maar in New York zelf is het na een uur of je er al weken bent.
Ik leerde tijd maken met afstand.
Als ik maar afstand hield… Als ik maar niet communiceerde, dan hield ik tijd over. Afstand houden, afstand nemen, niet communiceren… Hoe groter de af stand tussen de mensen, hoe meer tijd je hebt.
Waarom duren de dingen zo lang? Ze duren lang vanwege de grote afstand.
Onderhandelingen tussen politici - niemand die iets van elkaar begrijpt. De zinnen die zij uitspreken, zijn als heet asfalt dat zij uitbraken om een weg naar elkaar aan te leggen. Woorden zijn lianen waaraan men naar elkaar toe slingert, als mensapen. Gebruik afstandelijke woorden als ‘breed draagvlak’, 'onderuitputting’, 'studeerbaarheid’ - en je schept tijd. Elk nieuw woord heeft tot doel tijd te winnen. Het woord 'eeuwig’ is te kort om ooit eeuwig te kunnen zijn, en dat is een tekortkoming van de taal.
Maar ik kan uit het niets weer tijd maken.
Wie van geen uren weet, weet niet hoe laat het is, wie van geen dagen weet, weet niet hoe oud hij is.
Mijn vader en ik fietsen op een weg, en ik zet aan.
'Waar ga je heen?’ roept mijn vader.
'Naar het eind van de weg’, zeg ik.