Lessen in anticommunicatie (2)

Was het Picasso? Of Andy Warhol? Of toch Duchamp? Ik hou het op Picasso. Hij was volgens mij de eerste die, zij het niet zo geformuleerd, de wet hanteerde: kunst (K) + media (M) = geld (G). te: ‘Hebt u de Guernica gemaakt, mijnheer Picasso?’ ‘Nee, dat heeft u gedaan.’ Hiermee werd Picasso wereldberoemd.

Aan kunst alleen verdien je niets. Je moet de media erbij hebben om geld te maken. ‘Media’ betekent dat je als kunstenaar moet communiceren. Communiceren betekent niet alleen dat je een verhaal moet hebben over je kunst, maar ook een verhaal over jou als kunstenaar. Dat laatste klinkt wonderlijk, maar is ontstaan door de open deur: kunst is communicatie. Rudi Fuchs mag dat graag roepen, maar hij zegt er nooit bij welke kunst nu precies communiceert met wie of wat, hij laat dat graag aan ons over. Zodra je niet vertelt met wie of wat je communiceert, gaan mensen interpreteren. Toen ze God niet zagen en niemand iets aan Hem kon vragen, bedacht men wat hij bedoeld kon hebben. Als men een gedicht niet snapt, gaat men zoeken naar de verborgen bedoeling. Zolang God zich gedeisd houdt, mogen we met Hem doen wat we willen. Zolang er dichters zijn, zul je interpreten hebben. Interpretatie is dus datgene wat je krijgt als iets of iemand zegt te communiceren, maar dat niet doet. Aangezien kunst per definitie zwijgt omdat het geen mond heeft, maar er mensen zijn die er toch een betekenis aan willen geven, gaat men te rade bij de kunstenaar. Die heeft tenslotte wel een mond om mee te communiceren. De kunstenaar, die weet dat K + M = G, waarbij de waarde van M bepaald wordt door C (communicatie), gaat nu verhalen vertellen dat het een aard heeft. Hoe meer C des te meer M, denkt hij, en des te meer G. En zo gebeurde het dat het verhaal over de kunstenaar belangrijker werd dat het verhaal van de kunstenaar. Rob Scholtes granaat brengt hem meer wereldroem dan zijn schilderijen. Het verhaal van de vader van Van der Heijden, door Van der Heijden zelf verteld, genereert een hogere oplage dan het geschreven verhaal Asbestemming.
Hoe hoger je eigen C- gehalte (ik zal hierna het woord gehalte niet meer gebruiken, ik haat het), des te hoger scoor je op de ladder van de media. (Ook het woord 'scoren’ zweer ik hierbij af.)
Wat kunstenaars nu zijn gaan doen, is het volgende: wie geen echte K kon maken, maar toch veel G wilde verdienen, moest dus heel veel aan C doen. En o, wat gingen kunstenaars C'en. Het verhaal over henzelf was bijna altijd leuker dan het verhaal dat ze hadden geschreven of geschilderd. Noem mij een interview met een kunstenaar van de laatste tijd dat gaat over zijn werk. Zulke interviews worden niet meer gemaakt. Door de C hadden kunstenaars ook niet meer de tijd om K te maken. U moet nu ook begrijpen waarom plagiaat tegenwoordig zo in is geraakt. Als je plagieert heb je tijd over om aan C (M) te doen. Daarbij genereert een plagiaataffaire op zichzelf ook weer media-aandacht, en dus geld. Wie veel geld wil verdienen, moet dus wel plagieren.
De theorie die ik hier ventileer is - voor de goede orde - ook niet van mezelf. Vul waar ik de C van communicatie heb staan, de C van commercie in, en je ziet hoe wij er twintig jaar geleden over dachten. Wie niet communiceert, maar wel kunst maakt, heeft dus nog altijd de kans het beste werk te maken. Hij zal daar echter nooit rijk mee worden. Wie zwijgt en alleen wil communiceren met zijn kunst, zal op den duur altijd iets moois maken, omdat hij iets maakt waarmee hijzelf het beste communiceert. En communicatie is iets heel moois. Misschien wel het mooiste wat er is.
Volgende week: Elke vorm van communicatie is een vorm van onbegrip. Huiswerk: opzoeken wat het woordje 'paradox’ betekent. En bedenk de logica achter de zin: 'Ik hou van jou, mag ik je slaan?’