Lessen in anticommunicatie (7)

Was ik maar een waterdruppel.
Dat wilde ik nog even zeggen tegen lezer W. van Hoorn uit Utrecht die mij schrijft: ‘U hebt het simpele idee dat de menselijke geest een Apple MacIntosh is.’

De computer als metafoor gebruik ik wel, maar dan andersom: ik wil dat de menselijke geest werkt als een Apple. Ik zou net zo goed als metafoor voor de menselijke geest een huis, een winkelcentrum, een auto, een piano, een landschap of een waterdruppel kunnen nemen. Dat doen goeroes altijd. Hoe dommer de mens, hoe eenvoudiger de metafoor. Daarom is het Geloof ook voor heel domme mensen.
Ik neem de computer uit didactische overwegingen; mensen weten niet hoe een computer werkt, omdat ze niet weten hoe de mens werkt. Als ik ze nu iets uitleg over zichzelf in computertermen, begrijpen ze zichzelf en de computer beter. Dan hebben we communicatie! Het grappige is dat ik daarmee de anticommunicatie bevorder.
Daar leent de computer zich ook uitstekend voor. De computer is namelijk de auto van deze tijd - en om de lus rond te maken (de term ‘dubbel bind’ kom je tegenwoordig in recensies tegen, dat is weer iets nieuws) - om de lus rond te maken zei ik dus: de auto is als een mens: probeer maar eens een goede parkeerplaats voor hem te vinden, en bij kou start hij niet.
Maar goed, ik wil de volgende stelling poneren: wie altijd maar communiceert of wil communiceren, wordt zijn eigen kitsch.
Kitsch is een map (directory) waarop bijvoorbeeld staat 'mooi’, maar waarin een heleboel lege mappen zitten waarop ook 'mooi’ of 'interessant’ of 'boeiend’ staat. Kitsch is de consequentie van voortdurende communicatie. Voortdurende communicatie geeft 'legen’. (U kent toch de zin van Bloem: 'Natuur is voor tevredenen of legen.’ Nooit geweten wat een lege is. Maar nu wel. Dat zijn mensen die altijd maar praten, kletsen, communiceren.)
De Tweede Wereld oorlog en de tweede generatie in de literatuur is daarvan een mooi voorbeeld. Die tweede generatie heeft ouders die overvolle mappen hebben, zeg maar tassen, koffers zelfs, met indrukken, ervaringen, studies, bedenkingen, noem maar op. Hun kinderen hebben ze daarvan iets gegeven, maar niet te veel, want als je map te vol is, krijg je allemaal ziektes als depressie, migraine en workaholisme; en soms dat alles tegelijk. Maar omdat die ouders toch willen laten weten wat oorlog is, geven ze die kinderen lege mappen en zeggen ze: 'Het was verschrikkelijk.’ (Leeg mapje 'verschrikkelijk’.) 'We hadden honger.’ (Leeg mapje 'honger’.) 'We hebben veel leed meegemaakt en leed gezien.’ (Twee lege mapjes 'leed’.) De kindermap raakt vol andere lege mappen en de tweede-generatieschoffies raken de draad kwijt. Ze gaan andere mappen stelen, ze gaan ervaringen stelen uit films en ervaringen van anderen en proberen daarmee hun eigen map te vullen. Er komen allemaal valse mappen. En wanneer ze dan gaan schrijven, komt er iets vals uit: kitsch. Alles even inhoudloos. Zoals het boekenweekgeschenk van Leon de Winter, voor wie de oorlog een lege doos is waarin hij uit armoede aan eigen ervaringen maar een filmblik van een soap van RTL5 heeft gestopt.
Het boek is verschrikkelijk slecht; het communiceert als de ziekte: 800.000 scholieren krijgen het van de CPNB cadeau, het bureau dat zich bezighoudt met de collectieve propaganda van het Nederlandse boek.
Dat hadden ze met het dagboek van Anne Frank moeten doen!
Dat is een boek van een meisje in de puberteit dat noodgedwongen niet mag communiceren en in een achterhuis verstopt zit. Geen kitsch dus.
Japanners - ja, u leest het goed!- jappen gaan daar een tekenfilm van maken! Dat communiceert beter met kinderen zegt de Japtekenaar.