Lessen in Lyme

‘Hé, het is net of Jasper twee aarsjes heeft’, dacht ik toen ik mijn hond met zijn poot omhoog tegen een struik zag pissen. Nadere inspectie leerde dat hij onder zijn staart een teek had zitten.

Zo één die zich helemaal heeft volgezogen met bloed. Ik wilde hem eraf trekken, maar dat gaat niet met Jasper: die heeft een zeer gevoelig achterwerk. Toen we klaar waren met onze ronde zat het beest er niet meer, ik vermoed dat het eraf gevallen was toen Jasper druk gaf om te poepen. Het is weer die tijd van het jaar. Een deel van mijn dag gaat op aan het verwijderen van teken. Bij mijn hond én bij mezelf. Momenteel heb ik zo’n tien plekken op mijn lichaam die ik in de gaten moet houden op rode kringen of ronde vlekken. Dat is best vermoeiend. Bij mij zijn ze ook erg lastig te verwijderen: nooit heb ik zo’n grijs volgevreten diertje dat nauwelijks nog grip heeft. De teken zijn uitzonderlijk klein dit jaar. Ik kan mijn speciaal aangeschafte Deense tægefjerner – een soort hardplastic designkaart – niet eens gebruiken, zó klein zijn ze. Ik gebruik daarom simpelweg een pincet. Regelmatig blijft het kopje zitten, en dat doet vaak de plek ontsteken. Vorige week had ik korte tijd een rode vlek rondom een voormalige moederplek. Korte tijd, dus ga je dan wel of niet naar de huisarts voor een maand antibioticum? Of ga je er vanuit dat het een ontstekingsreactie was?

Een teek is een geleedpotige parasiet. Ik vind ze erg op schaamluis lijken, al zijn die in mijn herinnering (heeft iemand nog wel eens platjes?) roodbruin van kleur. Een teek is pikzwart, en als hij vol zit met bloed metaalgrijs. Een parasiet is een organisme dat zich ten koste van een ander organisme waarmee hij samenleeft (de gastheer) in stand houdt en vermenigvuldigt. Van vermenigvuldiging is bij een teek op de gastheer geen sprake, het is deze zogenaamde ectoparasiet om voeding te doen. Dat een teek zich vanuit de bomen op mensen en dieren zou laten vallen is trouwens je reinste onzin. Liever – en dat weet ik uit eigen ondervinding – springen ze vanuit gras en laag kreupelhout op je benen. Een teek merkt de gastheer op door de uitstoot van CO2 en door het temperatuurverschil weten ze dat ze zijn ‘geland’. Eigenlijk zou ik wel eens een experiment willen uitvoeren en een teek net zo lang laten zitten tot hij bolrond is en uit zichzelf van mijn lijf valt. Maar dat is best gevaarlijk. Ik heb al een keer of drie een antibioticumkuur moeten doen omdat ik een ‘foute’ teek had. De ellende van een foute teek is dat hij vol zit met de borrelia-bacterie. Die kan de ziekte van Lyme veroorzaken. een tweede probleem is dat als je eenmaal borreliose in je lichaam hebt, dat daar blijft. Het kan dus zijn dat je een antibioticumkuur moet doen op basis van ‘oude’ bacteriën die in je bloed worden geconstateerd. Daarbij komt ook nog eens dat de symptomen van Lyme zeer diffuus zijn en dat vrijwel elk mens anders reageert. Meer dan vijftig procent van de geïnfecteerde mensen geneest spontaan, meteen of na vele jaren.

Ook Jasper kan Lyme krijgen, en bij een hond, of welk ander dier dan ook, geldt eveneens: hoe eerder de teek wordt verwijderd, des te kleiner de kans dat er infectie optreedt. Het punt is natuurlijk dat Jasper mij niet kan vertellen dat hij pijnlijke gewrichten of koorts heeft. En nog eens iets vervelends: vaak heb je helemaal niet door dat er een teek op je rug of in je lies of op je balzak zit. Het jeukt, je krabt. Het jeukt nog meer, je krabt nog eens. Pas na een tijdje ontdek je een hard dingetje en dat harde dingetje blijkt dan de teek te zijn, die ondertussen mogelijk door al dat krabben al lang zijn maaginhoud geloosd heeft. Een jaar geleden lag ik ineens in het ziekenhuis van Bitburg, tussen Herr Bier en Herr Olm. Ik had een dag of anderhalf een vreemde koorts gehad en was heel erg moe. De dag erop kon ik nauwelijks lopen omdat ik een vreselijk zere knie had. Ik kon niet bedenken wat daar de oorzaak van was. Op de derde dag voelde ik me weer goed, maar er schoot me ook een scène met buurman Klaus te binnen. Ik met mijn arm in de lucht, buurman Klaus met een pincet een teek uit mijn oksel pulkend, tong uit de mond. Dat ging niet helemaal goed, het ontstak. Een week of twee eerder was dat geweest. Tuinmaat Han was hier in de Eifel en Tuinmaat Han heeft een auto, zou ’s avonds vertrekken. ‘Laten we toch even langs de eerste hulp in het ziekenhuis rijden’, zei ik tegen hem. Dat doe je hier als je geen huisarts hebt. Na een uur lag ik al aan een infuus. De fles antibioticum hing boven mijn hoofd aan een paal. Er werd niet eens iets aan me gevráágd, ik moest blijven. ‘Dat kan niet!’ riep ik. ‘Ik heb een hond! Ik kan niet zomaar hier blijven!’ ‘Sie sind sehr krank, Herr Bakker’, werd me verteld. Ik voelde me kiplekker. Tuinmaat Han bleef om op Jasper te passen. Ik onderging allerlei tests. De nacht was afgrijselijk. Herr Bier ging nog wel, die had alleen schwere Durchfall en was verder heel rustig, maar Herr Olm had een herseninfarct gehad. Hij kon alleen ‘Uuuhhh’ zeggen en trok om het uur alle slangen die in zijn lijf zaten eruit. Nee, ik lieg, hij kon ook ‘Warum?’ zeggen. Ik moest hem de hele tijd helpen omdat er negen van de tien keer niemand kwam na het drukken op een bel. ‘Bleiben Sie bitte ruhig, Herr Olm’, zei ik maar steeds. Om zes uur ’s ochtends werd mij een tweede fles antibioticum aangelegd, door een ontstellend knappe arts, die me om half vier ’s nachts al was komen vertellen dat die-en-die (onverstaanbaar) test negatief was. Dat was de ene van de tien keer dat Herr Olm geholpen werd. De knappe arts was razend op Herr Olm. Het was allemaal zo’n ellende dat ik mezelf de volgende middag ontslagen heb, na het ondertekenen van een formulier dat het ziekenhuis het daar niet mee eens was.

Uit de onderzoeksgegevens die later naar mijn Amsterdamse huisarts gestuurd werden, bleek dat de borrelia-bacterie in mijn lijf zat. Maar ja, dat zát-ie al. Dus wat er nu precies aan de hand was, zal ik nooit weten. Ik hou het maar op een zeer acute Lyme-aanval, die met twee flessen antibioticum onderdrukt is. Dat is Duitsland: hier zijn ze heel alert op Lyme, er wordt onmiddellijk ingegrepen en onderzocht. Ik weet ook dat Lyme-patiënten naar dit land komen om goed behandeld te worden, of om zelfs de bevestiging te krijgen dat ze – zoals ze al vermoedden – Lyme hebben. Er schijnen aardig wat Nederlandse huisartsen te zijn die nogal laks met deze ziekte omgaan. Ze zijn er niet op verdacht, of – erger nog – ze geloven er niet zo in omdat de symptomen zo diffuus en verscheiden zijn.