Jeugdtheater: Magie en ontregeling bij Jetse Batelaan

‘Lessen in vertrouwen aan een wereld in paniek’

De jeugdvoorstellingen van Jetse Batelaan zijn filosofische slapstick. Binnenkort krijgt hij de Zilveren Leeuw uitgereikt op de Biënnale van Venetië.

René van ’t Hof, Tjebbe Roelofs en Keimpe de Jong in ‘De man die alles weet’ © Phile Deprez

Het wachten is op De man die alles weet. Die is zich aan het voorbereiden. Een muzikant roemt zijn kennis en zijn geheugen in een enthousiast lied. Een assistent helpt de Man in keurig colbertje. Geeft hem een interessante zendmicrofoon met zo’n bolletje bij zijn mond. Legt op de vloer een kruisje neer waar De man die alles weet straks moet gaan staan. Die schraapt zijn keel, test de microfoon, schudt zijn schouders los.

Acteur René van ’t Hof doet daarbij reuze belangrijk, wat de verwachtingen verhoogt. Bij de kinderen vanaf drie, de doelgroep van deze ‘voorstelling met encyclopedische pretentie’, en bij de meegekomen volwassenen. Wat gaat een alwetende vertellen? Overspoelt hij de aanwezigen met een lading inzichten en feiten waar de kleintjes bewonderend naar zullen luisteren?Nou, nee. De man die deze voorstelling heeft bedacht en geregisseerd is meester-ontregelaar Jetse Batelaan. Het blijft dus niet lang stil op de tribune. Als de Man die Alles Weet eindelijk spreekt, geeft hij een kennisdemonstratie op kleuterniveau. Dikdoenerig begint hij te tellen, van één tot tien en verder. Na ‘zes’ slaat hij een cijfer over, waarop de jongste toeschouwertjes hem luid corrigeren. Tot grote irritatie van de spreker. Hij maant het publiek tot stilte: zo kan hij zich niet concentreren en hij weet het heus wel. Na de getallen volgen moeilijkere categorieën: ‘kleuren’ en ‘melkproducten’. Maar omdat hij steeds fouten maakt, veel te lang nadenkt, en hij voorgezegde suggesties herhaalt alsof hij die net zélf bedenkt, ontketent hij een luidruchtig kennisgevecht met de kinderen in de zaal.

De assistent schiet te hulp; hij duikt op vanachter het gordijn in kleding met nog niet genoemde kleuren of vermomd als een levensgroot pak karnemelk. Hoe hard de kinderen deze hinten ook uitschreeuwen, de Man die Alles Weet lijkt steeds minder te weten. Op het laatst weet hij niet eens meer waar een stoel voor dient en hoe je daar op moet zitten.

De jeugdvoorstellingen die Batelaan (1978) de afgelopen twaalf jaar op de planken heeft gebracht vormen met elkaar een oeuvre van volstrekt originele en dwarse creaties. Filosofische slapstick maakt hij, die zowel gewaagd minimalistisch is als dromerig absurdistisch. Het is performance-achtig theater dat een jong publiek nooit omarmt of verwent met visuele overdaad en een makkelijk te volgen verhaal. Er gebeuren verbazingwekkende dingen op het toneel; zelf zegt hij altijd bezig te zijn met het ‘showniveau’ van zijn creaties. Tegelijk benadrukt Batelaan het hier en nu van het theater. Hij creëert meer situaties dan scènes, en buit de aanwezigheid van toeschouwers uit om het thema van de voorstelling op scherp te zetten.

In Het geheven vingertje uit 2008 krijgen de kinderen (van 10+) eerst een lange preek van een strenge mevrouw die ‘hun’ misdragingen bij eerdere voorstellingen opsomt – gefluister! gekraak met snoeppapiertjes! – maar daarna vertonen de gespeelde volwassenen op het podium zulk amoreel gedrag dat zij uiteindelijk door de toeschouwertjes van het podium af worden gejouwd. Een lichtkrant boven het toneel geeft hun daarvoor de woorden. Ingenieus is de georganiseerde publieksbijdrage in De dag dat de papegaai zelf iets wilde zeggen (2014). Bij deze jongerenvoorstelling over het paradoxale puberverlangen om origineel te zijn zonder buiten de groep te vallen, werden in de zaal buzzers uitgereikt. Met instructie: of degene bij wie deze zoemer afging de laatste zin die op de speelvloer was uitgesproken, hardop wilde herhalen. ‘Ik ga een piercing nemen’, sprak een van de puberpersonages op het toneel uitdagend. ‘Ik ook!’ ondermijnde een tweede acteur deze poging om bijzonder te zijn. ‘Ik ook, ik ook’, echoode vervolgens een meerstemmig koor vanaf de tribune.

Hoe bewust Batelaan de interactie opzoekt met een jeugdig publiek blijkt uit een onlangs uitgebracht boekje in de serie Gesprekken met makers van de Nieuwe Toneelbibliotheek, waarvoor schrijfster Hester van Hasselt hem uitgebreid interviewde. Na zijn regie-opleiding was hij een carrière aan het opbouwen in het volwassenentheater, maar na een paar jaar in het artistieke team van een groot gezelschap, het toenmalige Ro Theater, verruilde hij de beleefde, ervaren kijkers voor een publiek dat zich niet zomaar gewonnen geeft: ‘Dat kinderen zo kunnen storen vind ik echt héérlijk. Mijn basishouding ten opzichte van theater, zeker voor een jong publiek en zeker voor een jongerenpubliek, is dat theater iets is waartegen je je verzet.’

‘Mijn basis­houding ten opzichte van theater is dat theater iets is waartegen je je verzet’

Batelaans acteurs, vaak afkomstig van de fysieke mime-opleiding, excelleren in een weerbarstige speelstijl die drijft op vakmatig uitgespeeld ongemak. Alsof ze op het toneel terecht zijn gekomen zonder zelf precies te weten wat ze daar moeten doen. De onbestemdheid van de voorstelling ondermijnt het houvast van het kinderpubliek. ‘Van beide kanten komen we in eerste instantie op oncomfortabel terrein’, zegt hij in het interviewboekje. ‘Dat vind ik een mooi gebied, daar waar we van beide kanten wankel zijn, dat geeft een mooie energie om elkaar te ontmoeten.’ Kunst is voor hem ‘overwonnen gêne’. Doelgericht brengt hij zijn jonge toeschouwers sámen met de acteurs in onzekerheid. Om het belang te onderstrepen van het onbekende, en van de noodzaak om risico’s te durven nemen.Voor zijn eigen gezelschap Artemis formuleerde hij hun missie als: ‘Lessen in vertrouwen aan een wereld in paniek’. Het rumoer van de kinderen bij De man die alles weet komt voort uit een zekere paniek: ‘Kleuters klimmen net op de rand van het weten, en ineens hebben ze te maken met een man die daar vanaf kukelt.’ Maar de bevrijding van de voorstelling schuilt erin ‘dat we elkaar vinden in het wederzijdse niet-weten’.

Wegens succes is deze veel geprezen en bekroonde kleutervoorstelling uit 2014 momenteel op een derde reprisetournee. Dat gebeurde vorig seizoen ook al met Een voorstelling waarin hopelijk niets gebeurt, Batelaans allereerste jeugdproductie uit 2005. Een hilarisch slapstickgevecht tussen Martin Hofstra als een barse bewaker die het toneel aan drie kanten heeft dichtgetimmerd om te voorkomen dat er ook maar één gebeurtenis plaatsvindt, en René Geerlings als een buitengesloten acteur die uit alle macht zijn entree probeert te maken. In Londen speelt in het Unicorn Theater nog tot eind april een Engelse remake van deze voorstelling, ingestudeerd door Batelaan en de oorspronkelijke acteurs.

In het Nederlandse jeugdtheater is Batelaan al lang een niet weg te denken grootheid, maar ook in het buitenland is er toenemend vraag naar zijn dwarse oeuvre. Twee jaar geleden presenteerde het Unicorn Theater ook al een remake van De man die alles weet. En in mei staat Artemis op het internationaal vermaarde Childrens Festival van Edinburgh met een Engelstalige versie van De onzichtbare man, Batelaans nieuwste, naar ouderwets variété lonkende kleuterproductie. Met in de hoofdrol een onzichtbaar, maar zeer aanwezig personage, dat – door middel van een keur van theatertrucs – piano speelt en voorwerpen manipuleert. En met in de bijrol het publiek dat er door de (zichtbare) spelers van wordt overtuigd dat het óók onzichtbaar is.

De kroon op de buitenlandse erkenning voor Batelaans werk is de Zilveren Leeuw die jaarlijks aan een talentvolle theatermaker wordt toegekend op de Biënnale van Venetië, en die hij als eerste Nederlander ontvangt. De jury noemt hem een innovatief kunstenaar, die op het toneel ‘een magie weet te creëren waar zelfs de meest sceptische toeschouwer door wordt verleid’. Eind juli wordt de Zilveren Leeuw op het theaterfestival van de Biënnale aan Batelaan uitgereikt. Daar worden dan ook twee van zijn recente producties in een Engelstalige versie gepresenteerd: Oorlog voor de kleine zaal en de schouwburgvoorstelling Het verhaal van het verhaal.

De nieuwste grotezalenregie van Jetse Batelaan ging in Frankfurt in première. Het is een coproductie van Artemis, het Frankfurtse Künstlerhaus Mausonturm en de prestigieuze Ruhrtriennale. In het kader van de Ruhrtriennale staat de voorstelling in augustus en september tien avonden in Essen. ‘Onmiddellijk kaarten reserveren!’ was het advies in een van de enthousiaste Duitse recensies. (…..) Een voorstelling die schijt heeft aan zijn eigen titel heet deze splinternieuwe Batelaan, die begin april eenmalig in Utrecht te zien was en volgend seizoen op tournee gaat door Nederland, België en Duitsland.

Het ruime budget waar zo’n internationale coproductie in voorziet, was niet bepaald vertaald in visueel spektakel. De voorstelling voor jongeren van 12+ begint met provocatief vaag gedoe. Afwisselend gaat het licht op het volkomen lege schouwburgtoneel en in de zaal aan en dan best lang weer uit. Na een donkerslag staan er ineens personen op het toneel, na de volgende zijn ze weer verdwenen. De drie acteurs vertolken jongeren die op hun vaste pleintje een voorstelling nabespreken die zij zojuist met school hebben bijgewoond. Met raak getypeerd sloom pubersarcasme fileren Willemijn van Zevenhuizen, Carola Bärtschiger en Elias de Bruyne dit theatergebeuren. Het stomvervelende ‘Licht aan, licht uit’ waarmee het begon. De drie suffe personages die maar wat op het toneel stonden. Wat zij van commentaar voorzien is dus de voorstelling waar zij op dat moment zelf in staan. En ze verwoorden hoogstwaarschijnlijk de (negatieve) gedachten van de jeugd die ernaar zit te kijken. Een Droste-effect waar je hoofd van duizelt.

Behalve ongemakkelijk kaal is dit metatheater geheimzinnig, wat een sinistere soundscape van het Duitse producersduo Les Trucs onderstreept. Bij een interview in Utrecht vertelde Batelaan dat vooral opgroeiende pubers heftig bezig kunnen zijn met de vraag hoe ‘echt’ hun bestaan is. ‘Is this the real life, or is this fantasy’ – dit zinnetje uit Queens Bohemian Rhapsody was bij het maken van de voorstelling een startpunt. Objecten op het pleintje die de jongeren beschrijven, verschijnen en verdwijnen in de donkerslagen. Als De Bruyne probeert dingen op te pakken, grijpen zijn handen in de lucht eromheen, alsof ze er toch niet zijn. En de plek waar de drie toneelfiguren zich bevinden, switcht vervreemdend van hun fictieve pleintje naar het hier en nu van de schouwburgzaal. Daar komt geen trucage aan te pas. Het is de magie van de theatrale verbeelding. En daar maakt minimalist Jetse Batelaan maximaal gebruik van.


De man die alles weet is t/m 5 mei op tournee: artemis.nl.De interviewbundel Dit boekje was er bijna niet geweest is uitgegeven door De Nieuwe Toneelbibliotheek in de serie Gesprekken met makers