Opheffer

Lessen trekken

Waarom trekken we geen lessen uit de geschiedenis? Omdat we denken dat de conclusies die je uit de geschiedenis hebt getrokken niet gelden voor het heden.

Je weet bijvoorbeeld dat je niet mag discrimineren, maar op een gegeven moment heb je het toch over kut-Marokkanen, omdat er nu eenmaal kut-Marokkanen zijn. Je beschermt jezelf en anderen beter door met die gedachte door het leven te stappen en bij de ontmoeting met een Marokkaan een hand op je tas of je zak te houden. Daarnaast spoor je de oorzaken op waarom het kut-Marokkanen zijn, je doet daar iets aan, en vervolgens heb je het weer over Nederlanders. Ooit moeten joden en negers en blauwen voor de gemeenschap eng en bedreigend zijn geweest. Als je die stap van het iets doen aan de oorzaken niet neemt, blijven kut-Marokkanen kut-Marokkanen, joden smouzen, negers dom en blauwen bonen.

Melkert (PvdA) maakte onlangs een denkfout door te stellen dat sommige woorden en uitdrukkingen in een beschaving taboe moesten blijven. Je hebt het niet over rot-joden, kut-Marokkanen, achterlijke islamieten, Nederland is vol, et cetera. «Das tut mann nicht.» Melkerts ongelijk schuilt hierin: je bent pas beschaafd als de noodzaak ontbreekt om deze woorden te gebruiken. Dan wordt het namelijk idioot. Het is nu absurd (en dus discriminerend) om bijvoorbeeld Cohen en Oudkerk een stelletje «rotjoden» te noemen omdat hun eventuele joodse afkomst nergens refereert aan een negatieve betekenis. Het kan zijn dat ze politiek bedrijven omdat hun eventuele joodse achtergrond een politieke interesse of motivatie heeft gekweekt, maar de slechte eigenschappen die je joden eventueel zou willen toedichten, spelen hier in onze samenleving geen enkele rol die van toepassing is op de hele groep. Over welke joden hebben we het dan?

Palestijnen daarentegen — niet hier in Nederland maar in het Midden-Oosten — hebben er baat bij elke jood die ze tegenkomen te wantrouwen en te vrezen, zoals omgekeerd elke jood op het ogenblik terecht bang is voor een Palestijn. Het is voor joden en Palestijnen beter elkaar daar te discrimineren, tenzij er iets wordt gedaan aan de oorzaken van die discriminatie. Als er sprake is van een hartelijke samenwerking, wederzijdse economische belangen, gedeeld leed en gedeelde vreugde, dan is een zelfmoordenaar of een fundamentalist weer gewoon een gevaarlijke gek.

Met oorlog ligt het iets anders. Een les die de geschiedenis ons leert, is dat oorlog onnodige slachtoffers maakt. Het is beter diplomatieke druk uit te oefenen, een land economisch te isoleren, et cetera. Maar dat doen we niet. We gaan toch oorlog voeren. Hiervoor zijn twee oorzaken. Als er oorlog is, verliest elk woord, elk begrip zijn waarde. Je begint als het ware opnieuw. Wie geen persoonlijkheid is, kan er dan een worden. Anders gezegd: wie in tijden van vrede geen held is, kan gedurende oorlogstijd een held worden met alle emolumenten van dien. Hij kan lekkere wijven krijgen, hij mag verkrachten, stelen, macht uitoefenen, in grote huizen wonen, en wat hem niet bevalt, schiet hij neer. Oorlog geeft een mislukt leven zin.

Stel je voor: je vader is een redelijk intelligente president van Amerika. Jij bent een alcoholische niks. Je kunt niet denken, niet praten, je begrijpt veel niet, je kinderen zijn ook alcoholist. Door je vader word jij president van Amerika — aan het democratisch gehalte van je verkiezingen wordt ernstig getwijfeld. Waar haal je nu méér voordelen voor jezelf uit: uit een oorlog, of uit vrede? Als je vrede hebt, ziet men jou als die alcoholische niks, maar als je oorlog maakt, krijg je de kans om een held te worden, geschiedenis te maken, iemand te zijn. Marilyn Monroe ligt binnen handbereik.

Ik zou het wel weten.

En daarom trekken we dus geen lessen uit de geschiedenis.