Economie

Lessen trekken

Wat hebben we geleerd van de eurocrisis, en wat te doen bij een volgende uitbarsting? De vraag is relevant: we hebben nu een pauze, maar de kans op hernieuwde turbulentie is groot.

Een duidelijk antwoord is er niet. Dat was ook het Centre for Economic Policy Research (CEPR), een Europees onderzoeksnetwerk, opgevallen. Ze stelden de vraag aan achttien gerenommeerde Europese economen die er een boek over schreven. Er blijkt consensus te zijn! De oude grap dat twaalf economen twaalf meningen hebben (en dertien als er één Keynes heet) gaat hier niet op.

Verklaringen van de eurocrisis zijn er in twee soorten. De uiteindelijke oorzaak wordt ofwel gezocht in liberalisering van financiële markten, ofwel in lage productiviteit in de getroffen landen door gebrek aan structurele hervormingen van belastingen, arbeidsmarkt en wetgeving. Dat leidde tot hoge importen en schulden.

De CEPR-studie wijst in de eerste richting. Het nieuws is dat de eurocrisis eigenlijk niets nieuws was. Het was, volgens de consensus van de Achttien, een zogeheten sudden stop-_crisis: een abrupte omkering van internationale kapitaalstromen. In de aanloop naar de crisis financierden onze banken en pensioenfondsen zeepbellen op huizenmarkten in de ‘PIIGS’-landen (Zuid-Europa en Ierland) en dreven er de consumptie en importen op. Toen de kredietcrisis hen in problemen bracht, haalden financiers tegelijk hun geld terug. Gevolg: omvallende en bijna omvallende banken, overheden die te hulp schoten en zich met schuld overlaadden en die dus moesten bezuinigen volgens de nefaste Maastricht-regels, waardoor hevige recessies onstonden.

Simpel eigenlijk, vooral als je bedenkt dat dit buiten Europa al tientallen keren gebeurd was. Sinds de jaren tachtig zijn sudden stop-crises schering en inslag in de wereldeconomie, zoals de Azië-crisis in 1997, de grootste tot dan toe. Het IMF speelde hier doorgaans de rol van de ‘trojka’ en dwong pijnlijke bezuinigingen en hervormingen af.

Het nieuws is dat de eurocrisis eigenlijk niets nieuws was

Het heeft even geduurd, maar de gevaren van kapitaalstromen worden nu zelfs verwoord in de hoogste echelons van financiële beleidsmakers. De Franse econome Hélène Rey hield er in 2013 een geruchtmakende toespraak over in Jackson Hole, Wyoming, waar centrale bankiers jaarlijks congresseren. Wat Thomas Piketty zegt over inkomensongelijkheid zegt Rey over kapitaalstromen: het is een schadelijke trend die ons boven het hoofd groeit, we moeten het inperken. Wordt dit inzicht gemeengoed, dan is dat een keerpunt in het neoliberalisme.

Deze effecten van kapitaalstromen waren de reden dat Keynes en andere architecten van het Bretton Woods-systeem er in 1944 van af wilden. Dat gebeurde ook: tot in de jaren zestig waren private kapitaalstromen zeer gering. De wereldeconomie maakte een periode van ongekende stabiliteit door. Niet zo gek dus dat post-keynesiaanse economen, die Keynes’ inzichten serieus nemen, altijd al wezen op de gevaren van vrije kapitaalstromen. Een van hen, voormalig chef-econoom van Unctad Jan Kregel schreef na de Aziatische crisis dat volgens de logica van het globale banksysteem en vrije kapitaalstromen ‘de volgende crisis groter en wereldwijd zal zijn’. Hij schreef dit in 1998 en kreeg tien jaar later gelijk. Andere economen van de post-keynesiaanse school waarschuwden met zoveel woorden voor een eurocrisis. In dit rapport zijn ze niet te vinden – pluriformiteit onder economen blijft nog werk in uitvoering.

Toch beginnen post-keynesiaanse inzichten langzaam gemeengoed te worden in Jackson Hole, bij het CEPR en andere invloedrijke plekken. Het interessante, zegt Rey namelijk (zoals destijds ook Keynes), is dat zulke crises weinig te maken hebben met fiscaal beleid of ander binnenlands beleid in het getroffen land. Het probleem zit in het globale financiële systeem waarvan zo’n land deel uitmaakt. Dat systeem en de ‘global financial cycle’, zoals Rey het noemt, overspoelt een land, ongeacht overheidstekorten of arbeidsmarktbeleid. In plaats van hierop te focussen, aldus Rey, kunnen we beter nadenken over de aard van financiële globalisering. Ze bepleit dan ook beperkingen op kapitaalstromen.

Terug naar de eurocrisis. Wij doen het tegenovergestelde. We denken dat binnenlandse hervormingen (bezuinigen en ‘structurele hervormingen’) in de PIIGS de oplossing zijn en willen meer, niet minder kapitaalstromen in onze net begonnen kapitaalunie. Het kapitaalverkeer moet immers worden vergemakkelijkt en geharmoniseerd. Dit is ons antwoord op de crisis, die volgens de Achttien juist veroorzaakt werd door vrij kapitaalverkeer. Volgt u het nog? In Europa zijn de kanttekeningen bij het neoliberalisme nog niet aangekomen, lijkt het.

De toekomst van de eurozone, schrijven de CEPR-experts, hangt af van het ontwikkelen van instituties die stabiliteit op euroniveau kunnen garanderen. Je moet zo’n zin twee keer lezen om te begrijpen dat het een noodkreet is. Want we bewegen de andere kant op.