Engeland adopteert het Chinese model

Lessen uit het Verre Oosten

Het Engelse staatsonderwijs verkeert in een crisis. Moet kennis centraal staan, of het emotionele welzijn van kinderen?

Medium alphabetbooklinen3

Londen – Gillian gelooft niet, maar is wel kerkgaand. Elke zondag zit de Brits-Chinese vrouw, met haar man en jonge dochtertje, in de rooms-katholieke kerk van Lee, een wijk in Zuidoost-Londen. ‘Ik verveel me rot, maar de muziek is wel mooi’, zegt ze lachend. De reden dat het gezin elke zondagochtend opoffert is weinig verheffend. ‘Als ik twee jaar naar de kerk ben geweest’, legt de 35-jarige moeder uit, ‘kan mijn dochter naar de katholieke basisschool. Particulier onderwijs kunnen we niet betalen en openbare scholen zijn niet best in deze buurt. Welke keuze hebben we dan nog?’

De voormalige stewardess is niet de enige die een nieuwe invulling geeft aan het begrip schijnheilig. Duizenden atheïstische en agnostische ouders vullen om deze pragmatische reden de banken in de Engelse kerken. De priester bepaalt immers of een kind naar een anglicaanse of rooms-katholieke school kan. In sommige kerken is meezingen niet genoeg en wordt corvee op prijs gesteld. Het poetsen van de kandelaren, het rondgaan met de collectebus of het zetten van thee. Hoe minder deugdelijke state schools er in een wijk zijn, hoe meer tijdelijke volgelingen het Lam Gods heeft.

De situatie is het gevolg van het verdeelde onderwijssysteem in Engeland. Het land telt uitmuntende privé-scholen, ietwat verwarrend public schools geheten, waarvan Eton, Harrow en Westminster de bekendste zijn. Zeven procent van de kinderen heeft ouders die rijk genoeg zijn om zich het schoolgeld te kunnen veroorloven, oplopend tot omgerekend veertigduizend euro per jaar. De rest is aangewezen op openbare of confessionele scholen. Laatstgenoemde staan doorgaans als goed te boek, vanwege de discipline, de kleinere klassen en de klassieke manier van doceren. En de christelijke ethiek.

De druk op ouders om hun kind naar een goede school te sturen is de laatste jaren alleen maar vergroot door de internationale concurrentie. Het Engelse onderwijs is in de afgelopen jaren naar de middenmoot teruggezakt. De privé-scholen kunnen nog met de wereldtop mee, maar het staatsonderwijs verkeert in een crisis. Ministers kijken met steeds meer interesse naar de wijzen uit het Verre Oosten.

Dat geldt zeker voor minister van Onderwijs Michael Gove. Sinds zijn aantreden vier jaar terug bestaat de missie van deze prominente Conservatief uit het terugbrengen van discipline, herwaardering van de klassieke vakken (Engels, wiskunde en geschiedenis) en het delegeren van macht aan ouders. Gove heeft ook bepaald dat die kernvakken weer op een traditionele wijze worden gedoceerd. Hoofdrekenen bij wiskunde, spelling bij Engels en chronologie bij geschiedenis zijn in oude glorie hersteld. Ten minste één vreemde taal zal weer verplicht worden.

De kerngedachte is dat kinderen van nature goed, creatief en leergierig zijn

Deze contrarevolutie wekt grote weerstand bij de onderwijsbonden, het onderwijsestablishment en progressieve intellectuelen. Gove voelt zich als Steve McQueen die in de film The Blob (1958) strijdt tegen een ruimte-amoebe die, eenmaal geland op aarde alles wat op zijn pad komt weet te verslinden en almaar sterker wordt. Gove’s Blob is een onderwijsfilosofie die stamt uit de laat-negentiende-eeuwse Romantiek en in de anti-autoritaire jaren zeventig tot volle wasdom kwam. De kerngedachte is dat kinderen van nature goed, creatief en leergierig zijn.

Om die reden ligt de nadruk niet op het opdoen van kennis maar op het oplossen van problemen. Alle kennis is immers subjectief en een sociale constructie. Zelfs wiskunde. De Amerikaanse onderwijskundige Jo Boaler doopte de term ‘ethnomathematics’. Wiskunde is in haar visie ‘blank’ en ‘bourgeois’. In de ogen van de Boalers van deze wereld is het niet de taak van de ‘learning facilitator’ om kennis door te geven, maar vaardigheden en competenties. Passief leren luidt het devies. Niet kennis, maar het emotionele welzijn van de leerling staat centraal. Het motto lijkt afkomstig te zijn van Pink Floyd: ‘We don’t need no education.’

Die uitgangspunten waren lang heilig in het Engelse staatsonderwijs, terwijl confessionele en particuliere scholen vasthielden aan de klassieke manier van doceren. In een rapport van denktank The Sutton Trust stond twee jaar terug dat het kennisgat tussen kinderen uit rijke en arme milieus sterk is gegroeid. In het pas verschenen pamflet Prisoners of the Blob wees journalist en onderwijsactivist Toby Young op de ironische gevolgen. ‘Deze modieuze onderwijsfilosofie moest zorgen voor “eerlijkheid” en “inclusiviteit”, maar heeft de kloof tussen armoede en privilege alleen maar dieper gemaakt.’

Verwijten uit Blob-kringen dat die kloof voortvloeit uit de sociale ongelijkheid in Engeland accepteerde Young niet. Hij wees erop dat de inkomensgelijkheid in het communistische China groter is, maar dat de armste scholieren in Sjanghai even goed presteren als de rijkste in Engeland. ‘De verklaring is eenvoudig: in Sjanghai wordt op klassieke wijze onderwezen.’

De successen in China worden nu ingezet bij het gevecht tegen de Blob-cultuur. ‘Onze scholen hebben een Chinese les nodig’, concludeerde staatssecretaris Elizabeth Truss na een bezoek aan Sjanghai. Klaslokalen aldaar waren geen stampfabrieken, had ze ontdekt, maar een plek waar zowel docenten als leerlingen plezier beleven aan de lessen, wiskunde voorop. Op tafel liggen boeken en geen morsige stencils. Scholieren zitten niet in groepjes bij elkaar, maar gewoon met hun gezicht naar voren. Aan goede wiskundeleraren is geen gebrek, zoals in Engeland.

Het idee is niet om het Chinese model klakkeloos te kopiëren, maar om er een Engelse invulling aan te geven, met aandacht voor geschiedenis, de klassieken, muziek en sport. De laatste jaren is er al succes geboekt. Steeds meer scholieren kiezen weer voor de kernvakken, wat ook te maken heeft met de grote concurrentie op de arbeidsmarkt. Door examens moeilijker te maken is er bovendien een einde gekomen aan diploma-inflatie. Het meegeven van huiswerk wordt niet langer gezien als zijnde in strijd met de Universele Rechten van het Kind.

Hoe populair Gove’s hervormingen zijn blijkt uit de belangstelling voor de zogeheten free schools, die met overheidsgeld door ouders, docenten of instellingen zelf kunnen worden opgezet. Het niveau op deze gratis scholen, waar er inmiddels enkele tientallen van zijn, is bijna even hoog als op de privé-scholen. Ouders staan dan ook in de rij om hun kroost aan te melden. Het veroveren van een plek betekent klassiek onderwijs voor de kinderen en een luie zondagochtend voor tijgerouders als Gillian.