Roos Rebergen, Roosbeef © Felix Baumsteiger

Roosbeef behoort met onder anderen Aafke Romeijn en Eefje de Visser tot de Nederlandse artiesten die in eigen land veel spelen, maar in Vlaanderen inmiddels een nóg groter publiek hebben opgebouwd, waardoor dat hun tweede vaderland is geworden.

Het zeg iets over de verfijnde smaak van onze buren, waar Nederlandstalige popmuziek die tekstueel poëtischer en ongrijpbaarder is en meer aan de verbeelding overlaat teruggrijpt op een even lange als rijke traditie. Het laatste album van Roosbeef, Lucky, verscheen in 2020, maar zoals zoveel albums uit 2020 en 2021 viel het ondanks alle lof in een diep gat: na één try-out van de begeleidende tournee ging het Nederlandse clubcircuit op slot.

De opvolger van Lucky, Zomer in Nederland, klinkt minder af geproduceerd (ondanks dezelfde producer en dezelfde studio, met de fantastische naam Studio Jezus), een geluid dat Roos Rebergen zelf toeschrijft aan haar liefde voor PJ Harvey. Die klinkt er inderdaad in door, net als haar oer-invloeden André Manuel en Daniel Johnston en in tekstueel opzicht Luc De Vos, Frank Vander linden en Stijn Meuris (die nog even opduikt), de Vlaamse voormannen van respectievelijk Gorki, De Mens en Noordkaap/Monza. Arme slechterik, een van de eerste singles van Zomer in Nederland, past alleen vanwege de titel al in de canon van hun klassiekers Mijn dierbare vijand, Goed nieuws voor slechte mensen en Mooie verliezers.

Roosbeef zelf begon in 2008 met haar debuutalbum Ze willen wel je hond aaien maar niet met je praten ook rauwer en rommeliger dan op Lucky, maar een terugkeer naar dat geluid is dit zeker niet: de sfeer is inmiddels dromeriger, de beats zijn vaak nadrukkelijker, en Rebergen zingt ook anders dan toen ze begon. Meer naturel, waarbij haar stem, teksten en muziek als vanzelf in elkaar overvloeien, en haar band vervolgens spannende afslagen neemt en hoekigheid in de rondingen plaatst. Zoals de gitaar die door Ik heb je rug (in al zijn letterlijkheid een heerlijke vertaalvondst) heen snijdt, of de gesampelde herhaling van Rebergens stem in het mooi kalme, fluisterend gezongen troostnummer Mandola. Spannend is het titelnummer, waar haar stem dobbert op een geluid dat tegelijk kalmeert als verontrust, vanwege het licht onheilspellende donker erin.

Waar ze altijd al goed in was en onverminderd in blijft: alledaagse zinnen zo plaatsen in een songtekst dat ze opeens een andere lading krijgen, of de schijn daarvan wekken. ‘Schone lakens en dubbel glas/ Let niet op de rommel/ Want we wonen er pas’ (in Vergeten groenten). Of in het slotnummer, met opnieuw die ondertoon van onheil: ‘Niemand weet ervan/ Niemand klopt nog aan’.

Roosbeef, Zomer in Nederland. Roosbeef speelt onder meer 10 februari in TivoliVredenburg Utrecht, 18 februari in Maassilo Rotterdam en 2 april in Paradiso Amsterdam