Hoe tech-miljonairs een paspoort aan de armsten beloven

‘Let’s enroll everybody!’

Een legale identiteit voor elke wereldburger is een lang gekoesterde wens. Een alliantie van banken, multinationals, de Verenigde Naties en nationale overheden brengt het binnen handbereik met blockchaintechnologie. De grote vraag is: wie helpt wie?

Yusufiyah, Irak, 24 april 2008. Het Amerikaanse leger maakt een irisscan © Guus Dubbelman / HH

Een woeste blonde snor, scherpe blik en een dikke bontjas waar natte sneeuw op rust. Wie foto’s ziet van Fridtjof Nansen zal niet direct een Nobelprijswinnaar in hem ontwaren. Deze Noorse avonturier met grensverleggende Noordpoolexpedities op zijn naam werd in 1922 de eerste ‘High Commissioner for Refugees’. Destijds was dat nog voor de Volkenbond, tegenwoordig wordt hij gezien als de eerste man die voor vluchtelingen en statelozen opkwam namens de Verenigde Naties.

Een decennium eerder was het hebben van een paspoort nog zeldzaam en in de regel onnodig. Grenzen konden naar hartelust worden overgestoken. Vrijwel geen land vroeg om papieren of deelde ze uit aan zijn bewoners. Rusland en het Ottomaanse Rijk deden dat misschien wel, maar daar werd in de regel lacherig over gedaan. Dat lachen verstomde met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Mensen raakten op drift en kwamen klem te zitten tussen nieuw getrokken grenslijnen en uit elkaar gevallen landen. Toen Lenin halsoverkop besloot de paspoorten van achthonderdduizend landgenoten in te trekken en vele andere Russen op de vlucht sloegen door hongersnood moest er iets gebeuren.

Fridtjof Nansen kwam met een oplossing: een internationaal paspoort voor statelozen. Een stukje papier waarmee je overal geholpen kon worden en erkend werd als lid van de internationale gemeenschap. De meer dan een miljoen statelozen die het ‘Nansenpaspoort’ kregen, hadden plots een legale identiteit en konden weer legaal reizen. De naamgever zelf, altijd in dezelfde verweerde pooljas, kreeg de Nobelprijs voor de vrede.

‘Je kunt in Europa niet meer ervaring hebben in high frequency trading dan ik’, zegt John Edge, staand op een podium. Op ted-achtige wijze begeestert hij de studenten in de zaal met een mengeling van businessjargon en kosmopolitisch idealisme. ‘Je kunt nou eenmaal niet meer weten omdat ik er ooit mee begonnen ben.’ De vlot pratende Brit ontbeert misschien bescheidenheid, maar hij was naar eigen zeggen de man die in 1998 de Londense City opschudde met een innovatie die de beurshandel wezenlijk zou veranderen: flitshandel. ‘Vandaag de dag hebben we een nieuwe opkomende technologie: de blockchain.’ Doe er je voordeel mee, wil hij maar zeggen tegen de gretige studenten in de zaal. Inmiddels heeft hij zelf al bijna twee jaar een aan de Verenigde Naties gelieerde start-up genaamd ID2020, een samenwerkingsverband van multinationals, filantropen en ngo’s die samen een internationaal paspoort willen organiseren voor alle statelozen in de wereld. Dat alles met de blockchain; de technologie waar cryptovaluta als bitcoin en ethereum op draaien.

John Edge spreken is ingewikkelder dan hij doet voorkomen. Eerst reageert hij via LinkedIn joviaal en enthousiast op een interviewverzoek waarna hij je doorverwijst naar Amy, zijn virtuele assistent. Een algoritme. Met haar onderhandel je een week voor het opzetten van een conference call die een aantal keer wordt verzet. Als het moment eenmaal is aangebroken klinkt – afgewisseld met wachtmuziek – de onheilspellende tekst ‘you are the only one in this conference call’.

Vanaf dat moment blijft Edge onbereikbaar, maar de uitvoerend directeur van ID2020, Dakota Gruener, wil na lang aandringen vragen per mail beantwoorden. ‘Zowel Nansen als wij vertrekken vanuit hetzelfde ideaal. Het grote verschil is dat wij ons niet alleen op vluchtelingen richten maar op alle ongeregistreerden in de wereld.’ Daarnaast, zo vertelt ze, opereert zij in een complexere wereld die is opgebouwd uit vele ‘credentials’, zoals geboortecertificaten, schooldiploma’s, zorgdocumenten en meer. ‘Een mens bestaat niet uit één identiteit maar uit een opeenstapeling van vele documenten die allemaal iets zeggen over je herkomst, toestand of verwezenlijkingen.’ Al die geloofsbewijzen wil ID2020 samenbrengen in een ‘digitaal paspoort’ dat elke wereldburger met zich meedraagt en zelf beheert.

Het sleutelwoord dat daarbij keer op keer terugkomt is de ‘self-sovereign identity’, een populaire term uit de blockchainbeweging. Het idee van die zelf-soevereine identiteit is dat de eigenaar ervan zich online alleen maar identificeert wanneer en aan wie hij dat wil en niet langer dan noodzakelijk. Een bekend voorbeeld is dat van de pakjeskoerier: de webshop waar jij iets koopt hoeft eigenlijk helemaal niet jouw adres in zijn database te hebben. Alleen de koerier hoeft dat te weten. Bij een goed werkende digitale identiteit deel je je adres alleen met de koerier die het pakje komt brengen en slechts voor één dag.

Ook Gruener en Edge zien de snel opkomende blockchaintechnologie als de meest waarschijnlijke technologie om deze ‘zelf-soevereine identiteit’ te realiseren. ‘Als iemand mij zou vertellen over een andere technologie die alle privacygaranties had, dan zou dat volledig acceptabel zijn. Voor nu is die technologie blockchain’, zegt Gruener tijdens een podiumoptreden bij Business for Social Responsibility in New York.

Een blockchain is een door de massa beheerde database; niemand is eigenaar en een netwerk van aan elkaar geschakelde computers zorgt middels een algoritme voor de correctheid ervan. Wie informatie overdraagt naar iemand anders via de blockchain stuurt een order het systeem in. Die orders komen terecht in zogenaamde ‘blocks’. Elke zoveel minuten controleert een netwerk van computers die blokken en na goedkeuring worden ze toegevoegd aan de ketting. Vanaf dat moment is de order onomkeerbaar. Blockchain creëert zo een lange keten waarbij individuen die elkaar niet kennen informatie kunnen delen zonder tussenkomst van een derde partij.

Nu nog zijn databases grote bakken met informatie die vaak centraal door één partij worden beheerd of gecontroleerd. Denk bijvoorbeeld aan de notaris die een veilige overdracht van een huis regelt en contact houdt met het kadaster. Of de bankier die garandeert dat bij een afschrijving het geld van de ene rekening verdwijnt en op de andere rekening terechtkomt. Die talloze ‘tussenpersonen’ zijn in onze huidige samenleving alom aanwezig om fouten en fraude te voorkomen.

De wereldwijd snel groeiende groep van blockchainpioniers wil juist die machtige tussenpersonen wegsnijden uit processen en hun taken overlaten aan een algoritme. Edge en zijn team zien hier de kans om de lang gekoesterde wens van Nansen in vervulling te laten gaan: een internationaal paspoort voor iedereen die niet langer op zijn eigen overheid kan vertrouwen. Maar dan groter, veelomvattender en volledig digitaal. Experts zijn sceptisch.

‘Een systeem als Aadhaar had je nooit willen hebben in een land als Rwanda. Het zou de meest effectieve manier zijn om mensen te vermoorden’

Hoewel de naam ID2020 doet vermoeden dat dit alles over twee jaar af moet zijn mikken ze eigenlijk op 2030. ‘Twintig’ verwijst slechts naar een tussentijds doel om een eerste grootschalige test uit te voeren, schrijft Gruener in een e-mail. ‘Daarnaast creëert de naam extra urgentie en genereert het bewijs dat beleidsmakers hiermee aan de slag moeten als we 2030 willen halen.’

Sinds Fridtjof Nansen is de identiteitscrisis waar statelozen mee kampen alleen maar groter geworden. De wereld is nu juridischer terwijl in een geglobaliseerde wereld het belangrijker dan ooit is om je te kunnen verplaatsen. Niet voor niets is het hebben van ‘een legale identiteit, inclusief geboorteregistratie’ opgenomen in de Sustainable Development Goals van de VN (doelstelling 16.9). De wereld telt volgens de Wereldbank meer dan een miljard ongeregistreerden, met name inwoners van Aziatische en Afrikaanse landen. ‘Lange tijd hebben we geprobeerd dit op te lossen met papierwerk, maar dat is niet langer een optie. Mensen organiseren zichzelf online’, zegt Dakota Gruener. Net zoals de vaste telefoon in grote delen van Afrika nooit een massaproduct is geworden – en ook nooit meer zal worden door mobiele telefonie – verwachten mensen als Gruener dat hetzelfde zal gebeuren met het ouderwetse papieren statenpaspoort. In plaats daarvan moeten zij een digitale identiteit krijgen die ze met vingerafdrukken, irisscans of andere biometrische kenmerken kunnen openen. Alleen de eigenaar bepaalt zo met wie de persoonlijke data worden gedeeld.

‘Wanneer je geen geboortecertificaat, geen paspoort, geen rijbewijs en geen toegang tot eventuele diploma’s hebt, is het onmogelijk om mee te doen aan de moderne economie’, zegt Gruener vanaf een podium op een van de vele congressen die ze aandoet. ‘Het betekent dat je niet kunt stemmen, niet kunt werken en zeker niet kunt reizen. Alles wat wij vanzelfsprekend vinden is onmogelijk.’ ID2020 bestaat pas twee jaar, maar het kleine team loopt alle belangrijke congressen in de wereld af. Samen met de VN organiseert het workshops, en gesponsord door consultancybedrijf Accenture had Gruener een podiumplaats op het World Economic Forum in Davos, waar jaarlijks de wereldelite besloten vergadert over wereldproblematiek.

‘Dit is mogelijk de grootste poverty killer die we ooit hebben gezien’, zegt president van de Wereldbank Jim Yong Kim over het initiatief. Dat uitgerekend de Wereldbank en de VN blockchainoplossingen omarmen is opmerkelijk. De afgelopen jaren waarschuwden ze nog voor de disruptieve werking van deze technologie. Munten zoals de bitcoin werden herhaaldelijk een ‘piramidespel’ genoemd en in 2016 beschreven de VN in een lijvig rapport hoe ‘blockchainmissionarissen’ Afrika overspoelden om daar, onder de vlag van hulp en innovatie, marktoplossingen aan te reiken. Oplossingen waar die landen veelal weinig aan hebben. Nu, twee jaar na dat rapport, lopen er verschillende pilotprojecten met blockchaintechnologie bij de VN. ID2020 organiseert samen met de VN-vluchtelingenorganisatie unhcrevenementen en workshops en mag inmiddels het VN-International Computing Centre tot officiële partner rekenen. Andere VN-organisaties overwegen ook om zich achter het initiatief van Edge en Gruener te scharen.

Het ideaal om iedereen een eigen legale, digitale identiteit te geven is natuurlijk prachtig, beaamt Dennis Broeders, universitair hoofddocent technologie en veiligheid aan het Institute for Security and Global Affairs, zittend in de kantine van de Leidse Universiteitsfaculteit in Den Haag. ‘Het probleem is echter dat dit soort problemen in de kern geen technologische problemen zijn. Identiteit is ten diepste een politiek vraagstuk’, vertelt hij. ‘Het is het basiskenmerk van elk politiek systeem: “Wie hoort erbij en wie niet? En wat krijgen de mensen die erbij horen?”’ Hij wijst op het feit dat die wirwar van legale identiteiten ooit is opgetuigd om mensen buiten systemen te houden.

Begrijp mij niet verkeerd, benadrukt Broeders: ik snap dat je in bijvoorbeeld een vluchtelingenkamp goede registratiemiddelen wil hebben. ‘Uiteindelijk moet iedereen een bord eten hebben en niet één persoon drie en anderen niet. Zo’n systeem hoeft niet nodeloos complex te zijn. Als je binnenkomt en je identificeert je met een andere naam is dat op zich geen probleem. In een gesloten context maakt dat niemand uit.’ Het wordt pas problematisch zodra je al die verschillende databases op het traject van een migrant op elkaar wil aansluiten. ‘Je ziet hier het oude naïeve internetgeloof terug dat technologie per definitie bevrijdend is en openheid een deugd. Veel mensen willen helemaal niet dat al hun verschillende registraties aan elkaar worden gekoppeld.’

‘Pas geleden ontmoette ik een Koerdische vluchteling die zijn vingertoppen had verbrand zodat hij biometrische registratie kon omzeilen’, vertelt de Britse onderzoeker Margie Cheesman. Zij doet aan het Oxford Internet Institute onderzoek naar hoe mensen in vluchtelingenkampen omgaan met de introductie van nieuwe technologie. ‘Ik kijk vooral of er nog sprake is van betekenisvolle keuzevrijheid. Stel dat je voor het krijgen van voedsel en hulp afhankelijk bent van een systeem waarbij je vingerafdrukken en andere biometrische kenmerken moet achterlaten, kun je je dan nog echt verzetten? Is er voor vluchtelingen een mogelijkheid tot werkelijk verzet tegen opgedrongen machtsstructuren?’

Een groot verschil tussen bekende mondiale blockchaininitiatieven en projecten als ID2020 is dat mensen zich bij een internetmunt als bitcoin makkelijk kunnen afkeren van het systeem. Je kunt meedoen maar ook niet meedoen zonder dat je leven drastisch verandert. Een identiteitssysteem daarentegen geeft recht op iets, toegang tot bepaalde diensten of goederen. Een belangrijke vraag, die ID2020 nog niet heeft beantwoord, is of het mogelijk is om de decentrale database weer te verlaten. Juist voor vluchtelingen en migranten onderweg naar Europa is dat een zeer relevante vraag. Alle bezoekers van het Schengengebied zijn vanaf 2020 al verplicht hun biometrische gegevens achter te laten en dan is er nog de Eurodac-database, waar sinds 2003 de vingerafdrukken van Europese asielzoekers worden opgenomen. Broeders: ‘ID2020 is bedoeld als inclusie, maar het is makkelijk voorstelbaar dat iemand die zich in de toekomst meldt aan een Europese grens zich moet identificeren via zo’n gestandaardiseerd systeem.’

aiderabad, India. Gandaiah (95) wordt gefotografeerd, zijn vingerafdruk wordt afgenomen en zijn iris wordt gescand voor het Aadhaar-project © Sanjit Das / Panos / HH

Q ua omvang is ID2020 nog het best te vergelijken met het Aadhaar-project in India, waarbij de irissen en vingerafdrukken van 1,22 miljard burgers zijn gescand, vastgelegd en gekoppeld aan een identificatienummer. Aanvankelijk gebeurde dat vrijwillig, inmiddels is er geen ontkomen meer aan. Wie een bankrekening opent, zich inschrijft bij de universiteit of een mobieltje koopt, moet het identificatienummer overhandigen – wie dat kan overhandigen maakt deel uit van de machine, wie dat niet kan valt buiten de samenleving. Niet voor niets is ‘Aadhaar’ Hindi voor ‘fundament’. ‘Het perfecte voorbeeld van het ontbreken van een werkelijk vrije keuze’, zegt Cheesman.

Ook Aadhaar werd onthaald als een grote stap in de strijd tegen armoede en corruptie. Inmiddels zijn de problemen rond het project talloos. In vele dorpen worden mensen niet herkend bij het ophalen van voedselpakketten waar ze recht op hebben, en wie om welke reden dan ook buiten het systeem is geplaatst komt er moeilijk weer in. In de regio Assam, waar een grote moslimminderheid woont, leidde juist de emanciperende belofte van het systeem tot een politieke discussie. De regerende hindoenationalisten willen wel het systeem maar niet voor de lang geleden uit Bangladesh gevluchte bevolking. Door slim uitstel vallen zij nu buiten het systeem. De biometrische gegevens die de moslims al hadden laten registeren worden nu tegen hen gebruikt wanneer ze binnen India naar andere regio’s willen reizen. In 2017 sloot de overheidsdienst die verantwoordelijk is voor het identificatiesysteem zich als partner aan bij de ID2020-alliantie.

‘Het Aadhaar-project scares the daylight out of me’, zei John Edge een jaar eerder nog tegen Apolitical, een Britse nieuwswebsite voor bestuurders en ambtenaren. ‘Een systeem als Aadhaar had je een paar jaar geleden nooit willen hebben in een land als Rwanda. Het zou de meest effectieve manier zijn om mensen te vermoorden.’ Het grootste probleem volgens Edge? Het Indiase systeem wordt nog altijd centraal beheerd door één partij. ‘Als dat in de verkeerde handen valt wordt het een wapen.’ Uitgerekend dit soort dramatische voorbeelden zijn voor Edge en zijn team geen argumenten om het niet te doen maar om het anders te doen. ID2020 is veiliger juist omdat staten – en hun potentiële agressie – zijn weggelaten uit het ontwerp.

Het is maar de vraag hoe haalbaar dat is. Informatie is macht en onontbeerlijk voor politieke systemen. ‘De eerste basisadministraties werden als staatsgeheimen gezien. Ze bieden inzicht in hoe groot een volk is en het aandeel van mannen die kunnen worden opgeroepen voor het leger. Of wie wat bezit en waarover belasting geheven kan worden’, vertelt Dennis Broeders. ‘In de Amerikaanse context spreken we zelfs bij een regering over “an administration”. De overheid is in de kern een administratie. Waarom zouden ze die macht uit handen geven?’ In Nederland is de basisadministratie – naam, adres en woonplaats – een mooi voorbeeld van een database waar de overheid bovenop zit. ‘Ze zijn zeer huiverig om een knopje aan het systeem toe te voegen waarmee je je gegevens zelf kunt aanpassen’, zegt Broeders. ‘Dat willen ze niet, die macht over wat zich waar bevindt willen ze zelf houden.’

‘De nauwe betrokkenheid van softwarebedrijven maakt het mogelijk dat zij steeds meer invloed krijgen op de agenda van de humanitaire sector’

Voor ontwikkelingslanden is dat niet anders. ‘Vergeet niet dat veel statelozen bewust stateloos zijn gemaakt. Zoals de Rohingya in Myanmar. Denken ze bij ID2020 echt dat ze na jarenlang te hebben geweigerd die mensen te erkennen dat opeens wél gaan doen als er een groepje Amerikaanse bedrijven en ngo’s aanklopt met een blockchainoplossing?’

‘Zelf-soevereiniteit bestaat niet. Wat betekent dat nou eigenlijk?’ is de vraag die antropoloog Dilek Genc opwerpt in een telefoongesprek. ‘Soeverein ben je pas als dat door anderen erkend wordt. Je kunt roepen “ik ben deze persoon”, maar zolang een overheid dat ontkent ben je officieel niet die persoon. En krijg je ook niet de rechten waar je aanspraak op maakt.’ Aan de Universiteit van Edinburgh promoveert Genc op de vraag hoe de humanitaire sector blockchainoplossingen omarmt en de samenwerking met commerciële bedrijven daarbij. Dat initiatieven als ID2020 omgeven zijn door verkeerde aannames heeft volgens haar te maken met de vermenging van publieke en private belangen. ‘De industrie brengt misschien de innovatie en kennis die nodig zijn om iets met blockchain te doen, ze weten niets van de humanitaire sector en de lokale context en de vele menselijke aspecten die daarbij komen kijken.’

ID2020 lijkt daarmee een schoolvoorbeeld te zijn van wat filosoof en internetscepticus Evgeny Morozov ‘solutionism’ noemt. Het idee dat je met technologie alles kunt oplossen, leidt tot een situatie waarin een oplossing op zoek gaat naar problemen in plaats van andersom. Genc ziet het terug in haar onderzoek. Vraagstukken worden volledig van hun context ontdaan en één allesomvattende oplossing wordt losgelaten op een lappendeken van problemen die veel complexer is. Dat contextloze systeemdenken is wellicht het best verwoord door oprichter John Edge zelf die het creëren van identiteiten in een interview met Apolitical vergelijkt met het inrichten van een financieel systeem. ‘Wanneer je een nieuw derivatencontract maakt is dat hetzelfde als een mens die geboren wordt. Het is een ding dat nog niet bestond maar nu wel bestaat en geaccepteerd moet worden in een systeem. Het handelssysteem verwerkt biljoenen derivaten, aandelen, obligaties en opties. Daarnaast heb je systemen die de vele individuele identiteiten op deze wereld moeten managen.’

De interesse voor blockchainoplossingen ontstond bij Margie Cheesman twee jaar geleden, toen ze als onderzoeker de lancering van ID2020 bijwoonde in New York. ‘Het was de eerste keer dat ik zag hoe blockchain gepresenteerd werd als de silver-bullet solution voor tal van wereldproblemen.’ De eerste artikelen die Cheesman als academicus schreef over dit soort plannen waren aanvankelijk enthousiast en optimistisch, maar na een jaar onderzoek werd ze kritisch. ‘Sinds mijn eerste artikel hierover ben ik gaan zien hoe er een totaal gebrek is aan kritische bestudering van blockchainoplossingen. In tal van sectoren wordt het onthaald als de oplosser van grote problemen terwijl het barst van de verkeerde aannames en hypes.’

Een belangrijke aanname is het idee dat een blockchainproject als dit apolitiek zou zijn, vrij van de invloed van mensen. ‘Er is een sterk geloof dat je juist mensen uit het proces moet weghalen en het vertrouwen tussen mensen kunt vervangen door een algoritme’, zegt Cheesman. De Britse onderzoekster onderstreept dat de vertrouwensvraag in feite niet verdwijnt maar zich verplaatst: het vertrouwen in een centrale autoriteit wordt simpelweg vervangen door het vertrouwen in programmeurs die aan codes sleutelen. In dat proces verweven ze hun eigen aannames en ideologische denkbeelden.

‘Je kunt niet zomaar afscheid nemen van mensen en één alomvattende algoritmische oplossing kopiëren’, zegt Cheesman beslist. ‘Als deze manier van denken de kop opsteekt in de humanitaire sector is dat desastreus.’ Ook Dilek Genc is gealarmeerd: ‘De humanitaire wereld heeft geen idee waar ze in stapt en moet sterk leunen op mensen die zeer sterke denkbeelden projecteren op de oplossingen die ze creëren.’

Karl Steinacker, de man die bij unhcr een team leidt dat onderzoek doet naar de mogelijkheden van digitale identiteiten, bestrijdt dat ze een hype volgen: ‘Niets is nog in steen gebeiteld, maar niets doen is ook geen optie.’

Drie maanden geleden zat Dilek Genc in New York bij Consenus, een van de grootste blockchainconferenties, te luisteren naar ID2020-directeur Dakota Gruener. ‘Ze vertelde daar dat ze elke dag op weg naar haar werk een bedelende veteraan passeert, die daar terecht is gekomen omdat hij niet kan bewijzen dat hij als soldaat in het Amerikaanse leger heeft gediend’, herinnert de antropoloog zich. ‘Voor Gruener is dat een mooi voorbeeld van waarom een legale digitale identiteit nodig is, terwijl ik me afvraag: “Waarom help je niet eerst die man en zijn vele lotgenoten voor je naar ontwikkelingslanden gaat?”’ Het antwoord ligt volgens Genc voor de hand: een ingrijpend systeem met de omvang van ID2020 zou in de Verenigde Staten nooit geaccepteerd worden. ‘Het zou stuklopen op bestaande regelgeving en een storm van protest opwekken.’

Ook data-onderzoeker Ben Hayes schetst een beeld van ontwikkelingslanden als laboratorium. ‘Toen het biometrische paspoort werd ingevoerd in Europa, los van wat je hiervan vindt, ging dat in ieder geval gepaard met een uitgebreide maatschappelijke discussie over de implicaties ervan en de noodzakelijke waarborgen: eerst door burgerrechtenactivisten, toen breder in de media en uiteindelijk ook in het Europees Parlement en in de nationale parlementen. In veel ontwikkelingslanden ontbreekt gewoonweg de infrastructuur voor zo’n breed gevoerd debat.’

Hayes ziet dat het debat over het exporteren van digitale identiteiten naar ontwikkelingslanden wel plaatsvindt, zij het alleen intern. ‘Op z’n best bespreken ze dit soort vragen met elkaar. De brede gemeenschap van onderzoekers die zich met deze vragen bezighouden én de mensen om wie het gaat worden te weinig betrokken. Het enige wat het brede publiek te horen krijgt is een enthousiast: “Let’s enroll everybody!”.’

De gretigheid waarmee bedrijven inspringen op initiatieven als ID2020 baart hem zorgen. ‘De nauwe betrokkenheid van consultancy- en softwarebedrijven maakt het mogelijk dat zij steeds meer invloed krijgen op de agenda van de humanitaire sector’, zegt Hayes. VN-medewerker Steinacker ziet dit probleem niet: ‘Wij werken op tal van terreinen samen met private partners. Ik ga altijd naar de ID2020-vergaderingen omdat we simpelweg hetzelfde doel delen: een identiteit voor iedereen.’ Als dat al zo is, zegt Hayes, dan moeten we ons afvragen wat de neveneffecten zijn van zulke samenwerkingen. Hij verwijst naar het bekende rapport Aiding Surveillance uit 2013 waarin wordt gewaarschuwd dat bij het aanschaffen van identificatiesystemen veel ontwikkelingsgeld verdwijnt naar westerse bedrijven. ‘Anders dan in andere ontwikkelingssectoren is er geen aansporing om lokaal aan te besteden. Met biometrische programma’s is veel ontwikkelingsgeld gemoeid, geld dat nu terechtkomt bij westerse hightechbedrijven.’

Fridtjof Nansen won zijn Nobelprijs niet omdat het door hem bedachte Nansenpaspoort technologisch zo vernuftig was, of vanwege het design ervan. Nansen kreeg de prijs – net als vele winnaars na hem – voor de politieke en diplomatieke prestatie die hij had geleverd. De werkelijke innovatie zat erin dat hij het reis- en verblijfsrecht van elkaar had weten los te koppelen, schrijft de Amerikaanse hoogleraar Claudena Skran in haar artikel Profiles of the First Two High Commissioners. Om dat te kunnen doen was overtuigingskracht nodig en door die overtuigingskracht kon de door Lenin op gang gebrachte vluchtelingenstroom verder reizen dan de al zwaar belaste buurlanden van Rusland.

‘Er is een belangrijk gezegde in de wereld van humanitaire hulp dat inmiddels al bijna als een cliché klinkt’, zegt Dilek Genc aan het einde van het telefoongesprek: ‘Er zijn geen humanitaire of technologische oplossingen voor politieke problemen.’


Beeldend kunstenaar Robert Glas rondt momenteel een film af, gebaseerd op gesprekken met ingenieurs van biometrische identiteitssystemen. De film, getiteld 20 20, verschijnt begin 2019