Kijken

Letterstilleven

De schoonheid van typografisch meesterschap en de robuustheid van Ardenner steen komen samen in het prachtig uitgemeten ontwerp van Walter Nikkels.

Ulrich Rückriem, Sandstein geteilt und zugeschnitten, 1976. 10 x 95 x 180 cm

In de zwijgzame stenen vloer van de Nieuwe Kerk in Amsterdam ligt sinds 30 januari 2019 een gedenksteen. Die datum herinnert ons eraan dat honderd jaar daarvoor Herfsttij der Middeleeuwen, het meesterwerk van de historicus Johan Huizinga, verscheen. Behalve eerbiedwaardige ruimtes voor de eredienst waren kerken bijzondere plekken van ernstig gedenken. Van oudsher worden in kerken, in de vloer en in kerkhoven eromheen, de doden begraven. Met het begraven van de doden, die we niet willen vergeten, begint de herinnering. Nu wordt de kerk alleen nog bij uitzonderlijke gelegenheden als kerk gebruikt. Juist daarom is het mooi dat er in de hoge gotische ruimte, waar het licht wat schemert, een bescheiden steen ligt om te gedenken aan, niet iets dramatisch als een zeeslag, maar aan een boek. Het is natuurlijk een schitterend boek van geschiedschrijving. Maar over Johan Huizinga wil ik het nu verder niet hebben maar wel over de steen zelf – over het typografisch ontwerp ervan dat vervolgens vlijmscherp in de grijze steen werd gehakt en gebeiteld.

Het ontwerp van de gedenksteen en de typografische vormgeving zijn van Walter Nikkels. Dat waren twee verschillende aspecten: wat moest er aan tekst op de steen staan en hoe moest dat worden gerealiseerd. Eén gegeven stond vast en dat was de maat van het vlak: 70 x 195 centimeter. Dat was in de Nieuwe Kerk de vaste maat van een graf in de vloer die ruwweg overeenkomt met de smalle breedte en de lengte van een volwassen dode. Weliswaar is een gedenksteen niet een steen op een graf maar zoals ik Walter Nikkels ken, was hij zich bij het ontwerpen zeer bewust van de stille statige stemming in de kerk. Het grijze licht komt van boven door hoge gotische ramen; het zakt dan langzaam op de grijze arduinen vloer; en die stenen vloer, zei ik al, wekt de indruk van zwijgzaamheid. Nikkels is gevoelig voor stemmingen. Als typograaf is hij een meester van beschouwelijke stilte. Sinds film en televisie is typografie een stuk ongeduriger geworden. Maar niemand krijgt de letters zo roerloos in het gelid als Walter. Toch is hij modern.

Steen van Huizinga in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, ontworpen door Walter Nikkels en gehakt door grafisch beeldhouwer Henk Welling
Het grijze licht zakt langzaam op de grijze arduinen vloer

Eerst deelde hij het vlak van de steen in twee gelijke rechthoeken. Die tweedeling werd het schema van zijn vormgeving – de mise-en-scène van groepen letters. Alles kapitalen, dat spreekt voor zich: bij het gebruikte lettertype, de sierlijke Lexicon (ontwerp: Bram den Does), lijkt het of de kapitalen in een smal vierkant passen. Zo op het oog dan: dat geeft stevigheid. In de rechthoek kwamen de titel van het boek, de naam van de schrijver en de nodige jaartallen te staan die horen bij het gedenken. Dat zijn, als ik goed tel, op zes regels 68 letters en cijfers en nog wat spaties en leestekens. Die groepering past met feilloos evenwicht in de ene rechthoekige helft.

Daar tegenover, maar omgekeerd, plaatste Nikkels de eerste regel van het voorbericht bij de eerste druk van Herfsttij. Over dat denken van Huizinga gaat de gedenksteen: Het is meestal de oorsprong van het nieuwe, dat onze geest in het verleden zoekt. In zes regels zijn dat 65 letters. Met spaties erbij hebben de twee helften van de steen ongeveer hetzelfde typografisch volume. Links en rechts zijn gelijk want afhankelijk van welke kant je over de kerkvloer komt aanlopen.

Om de zijkanten (de omtrek) ook in het beeld te betrekken zijn daar, ook omgekeerd ten opzichte van elkaar, de twee data van toen en nu vermerkt: 1919 en 2019. Nikkels noemt die handvatten. Dit prachtig uitgemeten ontwerp is vervolgens met geduldige precisie in Ardenner steen gehakt en gesneden door de grafisch beeldhouwer Henk Welling. De vlakke steen is grijs maar de groeven van de letters glanzen in het licht en zijn scherp als in een gravure. Zo ligt de steen roerloos daar te passen tussen andere stenen. Eigenlijk is het een stilleven van letters.

Ik kom daarop omdat ik mij herinner hoe Walter en ik ooit, eind 1976, lang en zwijgend stonden te kijken naar een stenen sculptuur van Ulrich Rückriem. We waren bij een tentoonstelling in Eindhoven een catalogus aan het verzinnen die hij moest maken. Er was een platte sculptuur van geelgrijze zandsteen – dat wil zeggen twee lagen van vijf centimeter van die steen op elkaar. De onderste laag liet de onregelmatige vorm zien zoals de dikke schijf zandsteen uit de steengroeve was gebroken: een wat scheve rechthoek van om en nabij één bij twee meter. Vervolgens is dat volume over de volle lengte plat doorgezaagd. Daarna is de bovenste laag zo bijgezaagd en gesneden om de grootst mogelijke rechthoek te maken binnen de vier hoekpunten van het scheve grondvlak. Die was 95 bij 180 centimeter. Het werk heet: geteilt und zugeschnitten. De beide lagen zijn ook nog in de breedte en in de lengte gedeeld. Dat is ook gebeurd omdat anders de stukken zandsteen te zwaar en onhandelbaar zouden zijn. De operatie van snijden en delen en dan het op elkaar passen hoort artistiek thuis in de omgeving van minimal art. Wij keken ernaar, Nikkels en ik, en zagen in de strakke samenvatting van vorm een roerloos stilleven. Zo enorm stil als de gedenksteen met letters.


PS. De gedenksteen ligt dus permanent in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, in het noord-transept. Onder het glas-in-loodraam van de stad Amsterdam van Van Bronckhorst. Of anders gezegd: bij de wapenschilden van de Oranjes