Leugens en leegte

Het ene stukje tekst dat Big Eyes bijna redt, komt als de charlatan Walter Keane (Christoph Waltz) woedend stelt dat híj en niet Andy Warhol als eerste een factory voor popart heeft opgericht.

Medium film

De scène werkt zo goed omdat Walters gekte een moment van waarheid reflecteert. Walter heeft zich jarenlang voorgedaan als de kunstenaar die de wereldberoemde schilderijen en litho’s van kinderen met verdrietige, grote ogen heeft gemaakt, terwijl zijn vrouw Margaret (Amy Adams) de stukken in werkelijkheid had geschilderd. Om de illusie in stand te houden heeft hij de Keane-huishouding omgetoverd tot een fabriek waarin Margaret in kelders en op zolders de kunstwerken aan de lopende band produceerde. Zo bezien ís Walter de vader van de Amerikaanse popart. Wat zou betekenen dat popart geen echte kunst is, maar een gimmick.

Verlossend is dit moment van genialiteit evenwel niet. Big Eyes, geregisseerd door Tim Burton, kampt met het klassieke probleem van de biopic: feiten zijn dikwijls minder interessant dan fictie. Dat geldt hier eens te meer: alles draait om het moment waarop de fraude van Walter en Margaret aan het licht komt en zij verlost is van de tirannie van haar man. Maar die ‘tirannie’ is interessanter dan zowel het losjes door het verhaal heen geweven gender-thema – onderdrukte vrouw in het conservatieve Amerika van de jaren vijftig en zestig – als het kunstenaarschap van Margaret. Big Eyes gaat niet over háár, maar over hém.

Walter Keane, een vastgoedmakelaar, is Ed Wood ten voeten uit, een man die nog altijd bekendstaat als de ‘slechtste regisseur aller tijden’ en over wie Burton in de jaren negentig de schitterende biopic Ed Wood met Johnny Depp in de hoofdrol maakte. Zowel Keane als Wood leeft in een eigen wereldje; allebei zijn ze megalomaan, allebei hebben ze geen talent behalve de gave hun eigen waanzin te omarmen en te leven alsof de werkelijkheid irrelevant is. Prachtig is hoe Burton dit verhaal om de fictie van Ed Wood heen bouwt. De film zelf ziet eruit als een Ed Wood-film. Vermoedelijk heeft Burton iets soortgelijks geprobeerd met Big Eyes: personages als karikaturen, kleurvormgeving die aansluit bij de schilderijen van Keane, enscenering die de platte vlakken van haar stukken reflecteert. Maar het oppervlakkige aan Keane’s werk keert ook terug in de film. Beide hebben uiteindelijk geen substantie.

De clash tussen waarheid en leugen culmineert in een rechtszaak waarin de onverbeterlijke Walter, fabuleus gespeeld door Waltz, en Margaret moeten bewijzen wie de schilderen werkelijk heeft gemaakt. Walter weet van geen stoppen, zelfs niet als zijn advocaten hem aan zijn lot overlaten. Hij neemt zijn eigen verdediging waar door scènes uit een aflevering van de rechtbankserie Perry Mason na te spelen. Hier belichaamt Walter zowel een triomf van de verbeelding als de ultieme corruptie van popart én populaire cultuur. Burton ontmaskert de leugens en leegte terwijl hij de morele overwinning van Margaret viert. Maar tegelijkertijd kun je iets doen wat Burton nalaat, en dat is vanaf dit punt extrapoleren: wie was nu eigenlijk de echte kunstenaar in dit verhaal, Margaret met haar kitsch-schilderijen, of Walter met zijn tomeloze verbeelding, misschien zelfs aangevuurd door een slimme visie op een maatschappij die je dus zo makkelijk een rad voor ogen kunt draaien als het gaat om de vraag wat ‘Kunst’ is?

Voor een antwoord op deze vraag valt het aan te raden nog een keer naar Ed Wood te kijken. Tijdens het draaien wil een acteur van de regisseur weten hoe het kan dat het een minuut geleden nog stikdonker was, en nu de zon schijnt. Ed Wood zegt: ‘What do you know? Haven’t you heard of suspension of disbelief?’


Te zien vanaf 5 februari


Beeld: Big Eyes, Christoph Waltz als Walter Keane en Amy Adams als zijn vrouw Margaret (Cinéart)