Televisie: Door de Senaat

Leugens om bestwil

Uitgerekend nu voor het eerst de camera rond mocht kijken in de Eerste Kamer plus wandelgangen zal toestemmingverlener en hoofdrolspeler Fred de Graaf het resultaat, Door de Senaat, hooguit met pijn aanschouwen.

Als hij überhaupt kan kijken naar de gouden tijd waarin hij voorzitter was van een eerbiedwaardig gezelschap op het hoogtepunt van zijn invloed. Verdomde inhuldiging. En verdomde pvv. Die, zoals De Graaf tijdens vvd-fractieoverleg in de documentaire zegt, ‘alles op één hoop heeft gegooid in dit land, waardoor men bij het woord immigratie horden Afrikanen naar Nederland ziet komen’ – terwijl het toch vooral om Oost-Europeanen gaat die zich mogen vestigen ‘mits ze de handen uit de mouwen steken en die niet ophouden’.

Curieuze analyse. In een impressionistische film, met brokjes politiek in een saus van omgangsvormen, randzaken en sfeer. Met aandacht voor grappend volks personeel (‘dag pizzabakker’ fluistert iemand bij vertrek van de Italiaanse president), de wet die nertsenfokken verbiedt (triomf van pvda’er Joyce Sylvester, die voor de goede zaak een nerveuze pvv-senator als marionet inzet en souffleert), boze fokkers die beloven voortaan alleen nog maar hun hand op te houden, lekkende wc’s en een wanhopige Tof Thissen (GroenLinks) die met minister Kamp en zijn eigen Tweede-Kamerfractie overhoop ligt over verhoging van de aow-leeftijd, waarbij gvd’s en Limburgs accent steeds sterker doorkomen. En over het gevaar dat de Eerste Kamer kabinetsbeleid kan lamleggen (Han Noten, pvda, regeringspartij). Ook hier blijkt immigratie dus hoofdpijnzaak, en niet alleen voor de pvv. Voor elke partij, voor elke burger. Voor de één omdat de vreemdeling komt, voor de ander omdat die weggestuurd wordt. Vooral uitzetting van kinderen die jong kwamen of hier geboren werden en vernederlandsten leidt tot migraine.

De Vara wijdt aan hen een vierluik: hoe vergaat het ze in het land waar hun ouders vandaan kwamen, wegvluchtten en gedwongen met kleine financiële ondersteuning terugkeerden? Aflevering 1 gaat over Ahmed (‘ik kom uit Dronten’) die nu in Kirkuk, Irak woont. Over Ali uit Ter Aar in Kabul. En over Maryam uit Nijmegen: zij vluchtte met haar familie opnieuw Afghanistan uit, waar ze door Taliban bedreigd werden juist omdat ze in Nederland hebben gewoond. Wel schrijft ze een ontroerende brief uit Tadzjikistan. Maar ook Ahmed en Ali gaat het ronduit belazerd. Puber Ahmed vegeteert op de rand van depressie, zijn Arabisch of Koerdisch te slecht voor school. Kleine Ali is gewond en getraumatiseerd door geweld en aanslagen in Kabul. Dat uitgerekend pal naast zijn huis de Britse ambassade opgeblazen zou worden kon Buitenlandse Zaken niet weten. En dat de vader van Ahmed een dubieuze rol speelde onder Saddam valt niet uit te sluiten. Maar als deze reeks eenzijdig zou zijn in haar beeld van het lot van uitgezette kinderen (wat ik niet geloof) dan is het nog een belangrijk gebaar tegen het lachwekkend positieve beeld dat autoriteiten schetsen van de situatie en mogelijkheden na terugkeer. De gezagsgetrouwe juf van Ali is razend op de immigratiedienst die op uitnodiging Ali’s klasgenootjes een rooskleurig verhaal over zijn toekomst op de mouw speldde. Dit zijn schandalige ‘leugens om bestwil’.


Eugene Paashuis, Door de Senaat, VPRO Holland Doc, woensdag 26 juni, Nederland 2, 23 uur. Verslaggever Sinan Can met regisseurs Floris-Jan van Luyn, Arjanne Laan en Thomas Blom, Uitgezet, Vara, woensdagen 26 juni, 3, 10 en 17 juli, Nederland 2, 21.15 uur