Leuk slecht

Dirk Ayelt Kooiman, Uit de memoires van een mensenredder. Uitg. Querido. Ÿ3,95 bij De Slegte. ..LE Papa, vertel nog eens over Jeroen en Dirk Ayelt… ..LE Over wie? ..LE Jeroen en Dirk Ayelt, pap.

Wel, kind, het was in het begin van de jaren tachtig dat Jeroen Brouwers, op dat moment een belangrijk schrijver, een van de beste en scherpste polemieken voerde die de Nederlandse literatuur ooit heeft gekend. Terugkijkend op het voorgaande decennium evalueerde Brouwers wat de jaren zeventig aan literatuur hadden opgeleverd. En toen werd hij boos. Heel boos. Twee dingen waren het die onze letterkunde grondig hadden verziekt, vond Brouwers: de zogenaamde jongetjesliteratuur en het doorgeschoten academisme. Waar Brouwers bloed, zweet en tranen wilde zien, kreeg hij slechts zielloos vormproza, dat nergens ontroerde, dat niets te maken had met des schrijvers innerlijk leven, wat voor Brouwers juist de inspiratiebron bij uitstek was.
Twee auteurs moesten het vooral ontgelden: Dirk Ayelt Kooiman en Guus Luijters. De laatste was het prototype van de jongetjesschrijver, die bij jongetjesuitgeverijen jongetjesflutboeken publiceerde. De eerste representeerde min of meer het academisme, en alles wat daar verkeerd, voos en lelijk aan was. En Brouwers had niet ongelijk. Als je nu die literatuur leest die toen werd geschreven, dan valt het met de literatuur van dit moment wel mee.
Een van de gevolgen van Brouwers’ polemiek is dat ik nooit meer Kooiman kan lezen zonder te grinniken. Steeds hoor ik Brouwers’ stem op de achtergrond, de bloedeloze regels van Kooiman begeleidend als een vileine stoorzender. Lees ik: ‘Boven het bed hangt een groot, niet onbekwaam vervaardigd schilderij van een paard’, dan hoor ik Brouwers sneren: 'Ja, de gouaches van een keeshond zijn veel kleiner.’ Lees ik: 'Het interieur wordt gedomineerd door een in de loop der tijden dof geworden vleugel’, dan groet Brouwers bulderend: 'Dag dominee!’
Kooiman lezen is aan Brouwers denken. En dat is goed. Want de verhalen van Kooiman die zijn samengebracht in Uit de memoires van een mensenredder - dat zijn verhalen uit Souvenirs (1974), De schrijver droomt (1976) en CarriŠre (1979) - zijn zo vaal, zo bleek, zo levenloos, zo typisch jaren zeventig dat het lezen ervan alleen vol te houden is met het gemeen-grappige maar o zo terechte commentaar van opperbooshoofd Jeroen 'Er Kome Schoonheid’ Brouwers.
Jeroen wie, pap?
Jeroen Brouwers, jongen.