De wereld draait door

Leuk zijn is de lingua franca

De vijfde verjaardag van De wereld draait door valt samen met de 25ste van Amusing Ourselves to Death, Neil Postmans analyse van het publieke debat op televisie. Presentator Matthijs van Nieuwkerk heeft een nieuwe standaard gezet voor wat een goed gesprek is.

Op donderdag 19 november was Kees Jansma te gast bij De wereld draait door. Tegenover hem zaten presentator Matthijs van Nieuwkerk en ‘tafelheer’ Jort Kelder. Gespreksonderwerp was het WK voetbal - die week waren de laatste kwalificatiewedstrijden gespeeld en zodoende waren alle deelnemende landen bekend. Aan Jansma, éminence chauve van de voetbaljournalistiek en perschef van het Nederlands elftal, vroeg Van Nieuwkerk wat we in juni konden gaan verwachten. Het gesprek leek niet helemaal te vlotten. In zijn karakteristieke enthousiasme vertelde Van Nieuwkerk dat hij een wondergoal had gezien van een Braziliaanse spits (Nilmar) en hij vroeg of Jansma hem als potentiële speler van het toernooi zag. Niet bepaald, zei Jansma. Hij vond het een 'heel gewoon doelpunt van een heel normale speler’. Wat hem betreft zou de beste speler uit de gelederen van het Spaanse team komen, want Spanje zou volgens hem wereldkampioen worden.
Dit was het moment waarop Jort Kelder, die tot dan toe stil was geweest, wat begon te proesten en op principiële toon het gesprek onderbrak: 'Ik weet niets van voetbal en dat wil ik graag zo houden, maar de grappige stelligheid waarmee je dat stelt (zet zware stem op): “Spanje wordt naar mijn idee wereldkampioen.”’
Van Nieuwkerk, grijnzend: 'Dat heet voorbeschouwen, Jort.’
Dat snapte Kelder. Maar waar hij zich in toenemende mate over verbaasde was dat mensen zo zonder terughoudendheid een voorspelling durven te doen. Waar halen ze dat toch vandaan?
Het publiek moest lachen en meer woorden werden er niet aan vuilgemaakt, terug naar het WK. Toch werd de enorme ironie van het moment door niemand opgepikt, namelijk dat het Jort Kelder was die dit zei. Want De wereld draait door is de afgelopen jaren uitgegroeid tot hét publieke podium waar columnisten, politici, journalisten of gewoonweg 'Bekende Nederlanders’ hun mening komen geven, ongeacht hun expertise over het onderwerp. Precies een maand eerder had Kelder, voormalig hoofdredacteur van Quote (een blad over geld, niet over de economie - een aanzienlijk verschil), gedebatteerd over de teloorgang van de DSB Bank, het optreden van De Nederlandsche Bank en minister Bos en over overheidsregulering, met een ex-voetballer (Jan Mulder), een geschorste advocaat (Prem Radhakishun) en een actrice (Halina Reijn). Geen van de heren aan tafel bezigde een minder stellige toon dan Jansma had aangeslagen - Reijn kwam er niet tussen - met als verschil dat Jansma zich al dertig jaar professioneel met voetbal bezighoudt, terwijl Mulder, Radhakishun en Kelder op z'n best geïnformeerde amateurs zijn.
Dat hoeft de pret niet te drukken. En dat doet het ook niet. Hoewel de Vara DWDD in eerste instantie presenteerde als de populaire pendant van Pauw & Witteman (dat toen nog Woestijnruiters heette), een mix van high- en lowbrow, cultuur en politiek, kun je gerust stellen dat DWDD niet alleen is uitgegroeid tot de graadmeter van het culturele en politieke leven, maar ook dat nergens anders het publieke debat zo scherp vorm krijgt. Niet alleen worden de discussies continu aangehaald in andere media, het DWDD-format lijkt de toekomst van discussie op televisie te zijn. Pauw & Witteman (met een cabaretier als Bart Chabot, die wordt opgevoerd als kenner van de politieke campagne) is onmiskenbaar meer op DWDD gaan lijken dan andersom, en eerder deze maand vertelde Rick Nieman in RTL Boulevard dat rtl aan een dergelijk programma werkt, voor op de late avond, met politici, journalisten en 'BN'ers met een mening’.
Duidelijk is dat de verschillende meer highbrow discussieprogramma’s, waar de gasten doorgaans aanzienlijk beter gekwalificeerd zijn, het verloren terrein op DWDD niet zullen terugpakken. Volgens de kijkcijferrapporten van Stichting Kijk Onderzoek (sko) schommelt het programma nu rond de 1,2 à 1,3 miljoen kijkers per dag, en staat het maandelijks ergens in het midden van de top-honderd best bekeken programma’s (waarvan de eerste helft hoofdzakelijk uit voetbal en soaps bestaat). Wat zegt dat over het publieke debat? Of liever: welke invloed heeft dat op het publieke debat?

Om die vraag te beantwoorden is het goed om er een andere verjaardag bij te halen: het eerste lustrum van DWDD valt samen met de 25ste verjaardag van Amusing Ourselves to Death: Public Discourse in the Age of Show Business van Neil Postman, toen hoogleraar 'media-ecologie’ aan New York University. Het is een vrolijk, knipogend werk in de beste traditie van de beroemde mediasocioloog Marshall McLuhan dat tegelijk een haarscherpe analyse geeft van de invloed van televisie op de westerse cultuur - en bijna als een blauwdruk te lezen is van de werking van DWDD.
Postman begint met te benadrukken dat het gevaarlijk is televisie te benaderen vanuit 'achteruitkijkspiegel-denken’ (een term van McLuhan): denken dat een nieuw medium slechts een verbetering is van het oude, bijvoorbeeld dat de auto niets meer is dan een heel snel paard, of elektrisch licht een heel krachtige kaars.
De werkelijkheid is dat elk van deze 'verbeteringen’ een significante verandering in de cultuur betekent. 'Each medium has an agenda of its own’, schrijft hij. Elk medium heeft zijn eigen symbolen, eigen sociale setting, eigen culturele en politieke context. Hoe zit dat met televisie? Volgens de achteruitkijkspiegel zou televisie de opvolger zijn van radio, het gedrukte woord en fotografie - drie informerende media die zich in de negentiende en vroege twintigste eeuw ontwikkelden tot de fundamenten van het publieke debat. Maar de inherente voorkeuren van tv (de agenda) staan haaks op die van een goed geïnformeerd publiek debat.
Televisie brak door als massamedium in een liberale democratie, in een vrije markt, in de tijd van Vance Packards baanbrekende The Hidden Persuaders (1957), waarin voor het eerst gekeken werd naar hoe media het onderbewuste handelen van de mens probeerden aan te wenden voor commerciële doelen. Televisie moet vanuit dat perspectief bekeken worden, zegt Postman. Het doel is de aandacht van de kijker zo lang mogelijk vast te houden, door hem zo mooi mogelijk de beelden voor te schotelen. De gemiddelde duur van een shot op de commerciële televisie in de Verenigde Staten is (in 1985) 3,5 seconden, zodat de ogen constant geprikkeld worden. Dat succesvolle televisie vermakelijk is, is nauwelijks de moeite van het opschrijven waard, zegt Postman, maar 'het probleem is niet dat televisie ons vermakelijke inhoud geeft, maar dat alle inhoud als vermakelijk wordt gepresenteerd’.
'Entertainment is the supra-ideology of all discourse on television.’ Wat er ook te zien is, vanuit welk cultureel of ideologisch perspectief dan ook, de overkoepelende notie is dat het voor ons vermaak wordt. Postman werkt deze these uit aan de hand van het journaal (hij rekent hier ook nieuwsrubrieken toe, vergelijkbaar met Nova, Twee vandaag, Pauw & Witteman en De wereld draait door), dat weinig meer te maken heeft met hoe het nieuws ooit werd gebracht, op de radio en in de krant, maar juist in alles is gaan lijken op een variétéshow.

Om te beginnen is er de openingstune. Waarom is die er überhaupt? Muziek heeft niets met het nieuws te maken. De muziek is er, schrijft Postman, om dezelfde reden dat muziek ook in film en theater zit, om een atmosfeer te creëren en als Leitmotiv voor het vermaak. De functie ervan is het meest evident als het ontbreekt: wanneer het nieuws direct begint, zonder openingstune, is er bijna altijd iets écht alarmerends gebeurd, of mogelijk levensveranderend: de president is vermoord, een bom is ontploft. De muziek is er om het programma draaiende te houden, om het gevoel te geven dat het leven gewoon doorgaat, dat er geen paniek is, dat het nieuws in feite niets is om je op wat voor manier dan ook zorgen over te maken.
Dit wordt nog eens bevestigd door de rol van de nieuwslezers. Dat zijn mooie mensen, niet zo beeldschoon dat je wordt afgeleid, maar acceptabel, onbedreigend mooi (denk aan Sacha de Boer, Eva Jinek of Twan Huys). En als ze al eens ouder zijn, grijs of kaal, dan is dat om een gevoel van gravitas aan de kijker te geven (denk aan Philip Freriks). Maar wat hun rol zo pervers maakt is dat ze symbool staan voor wat Postman de 'Now… This’-cultuur noemt, naar de woorden waarmee de nieuwspresentator doorgaans een item afsluit en het volgende aankondigt. Hoe ingrijpend het nieuws ook kan zijn, de presentator zorgt ervoor dat de kijker de bijhorende emoties zo min mogelijk ondergaat. Zijn taak is om zo onaangedaan mogelijk de boodschap te brengen, zodat de kijker er niet langer over hoeft na te denken dan het item duurt (een gemiddeld nieuwsitem duurde in de VS in 1985 45 seconden) en het programma vlug door kan naar het volgende onderwerp.
Wat gecommuniceerd wordt, schrijft Postman, is volledig dissonant met hoe het gecommuniceerd wordt: 'Ik zou zo ver gaan als zeggen dat in het surrealistische frame van een televisienieuwsshow een theorie van anticommunicatie is ingebed, met een type discours dat logica, reden, volgorde en regels van contradictie verlaat. In esthetiek heet dit, geloof ik, dadaïsme; in filosofie nihilisme; in psychiatrie schizofrenie. In de taal van theater is het bekend als vaudeville.’
En wat het echt absurd maakt, schrijft Postman, is dat het bedrog met goedkeuring is. De tv-makers schotelen het kunststukje voor; het publiek is zo geconditioneerd dat het ’t de normaalste zaak ter wereld vindt.
Waar dit zich ook in uit is wat je de 'casting’ van het nieuws zou kunnen noemen. Postman verklaart dit aan de hand van het voorbeeld van ene Christine Craft, die werd aangenomen als anchor bij verschillende nieuwsrubrieken van een lokale zender in Kansas. Nog geen jaar later werd ze ontslagen omdat kijkonderzoek had uitgewezen dat ze leed aan 'hampered viewer acceptance’. Het komt erop neer dat kijkers haar ongeloofwaardig vonden. In het theater snappen we wat dat is: de acteur vertolkt zijn rol volgens het publiek niet goed genoeg. Maar welke rol moet een nieuwslezer vertolken? De conclusie is dat op televisie logica en kennis van zaken worden vervangen door geloofwaardigheid. We geloven talking heads niet om wat ze zeggen, maar omdat ze weten hoe ze het moeten zeggen.
De Amerikaanse socioloog en antropoloog Thomas de Zengotita schreef hier uitgebreid over in zijn boek Mediated: How the Media Shape Your World and How You Live in It (2006). Door film en televisie hebben we het idee hoe een intellectueel eruitziet en praat, met als gevolg dat we de autoriteit van mensen onderbewust accepteren zonder echt te horen wat ze precies zeggen. Postman spreekt over 'disinformation’, een term die hij bewust bij de kgb vandaan heeft gehaald: 'Misinformatie betekent niet valse informatie. Het betekent misleidende informatie - misplaatst, irrelevant, gefragmenteerd of oppervlakkig - informatie die de illusie creëert van kennis, terwijl het in feite alleen maar wegleidt van kennis.’
In de praktijk betekent dit dat Jan Mulder, iemand met ongetwijfeld kwaliteiten, het hoogste woord voert in een discussie waarin hij geen expert is, en toch de kijker aan zich weet te binden. Jort Kelder draagt bretels en praat enigszins kakkineus, dus lijkt hij een financiële whizzkid. Felix Rottenberg speelt de gepokt-en-gemazelde politieke junk die op alles kickt wat met media spinnen te maken heeft. Het debat is gerubriceerd en ieder blijft in zijn rol.
Het gevolg is dat de discussie nooit draait om informatie, kennis of nieuwe inzichten, maar juist om die status-quo, het is volkomen statisch. Het is een debat dat uitsluitend bestaat om zichzelf in stand te houden. Het is, kortom, vermaak.

Nu is er met vermaak niets mis. Maar. Wanneer een programma zich zo ontpopt als graadmeter van een cultuur is het toch interessant om je eens af te vragen wie de spelers zijn in deze meningencarrousel.
Dat is redelijk in kaart te brengen. Tussen de start van dit seizoen (31 augustus 2009) en vorige week vrijdag waren er 164 uitzendingen. Van Nieuwkerk stelde 948 keer een gast of tafelheer voor, en dit waren in totaal 587 verschillende mensen (zie kader 'Gasten’). Van de gasten waren er 161 vrouw. Er waren iets meer dan vijftig sporters te gast en iets meer dan veertig wetenschappers. Bijna twintig keer schoof een fictieschrijver aan. Wie DWDD (en de Vara) verwijt links te zijn - Wilders deed dat vorige week nog - lijkt een punt te hebben. Nog zonder dat oud-pvda-voorzitter Felix Rottenberg wordt meegeteld verschenen er 83 politici in de uitzending (zie kader 'Politiek’), waarvan er 44 bij de pvda, GroenLinks en de sp vandaan kwamen. Meer dan de helft. In vergelijking: van de rechtse partijen (vvd, ton, pvv en Leefbaar Rotterdam) waren er dertien gasten.
De meest geziene gast, tafelheren en -dames meegerekend, is Jan Mulder, met 37 optredens, gevolgd door komiek Marc-Marie Huijbregts (36) en Felix Rottenberg (31). Meer dan elf mensen waren meer dan tien keer te gast, meestal in de rol van tafelheer.
Wat opvalt wanneer je alle gasten turft is dat je steeds bij dezelfde namen uitkomt, een harde kern van pak ’m beet vijftien vaste gasten die het debat bepalen. Voor de kijker is dat ongetwijfeld fijn (want vertrouwd), dat clubje stamgasten geeft als het ware een familiegevoel. Ze gaan kameraadschappelijk met elkaar om, knipogen en lachen tijdens hun discussies, en waar hun verschillende meningen te veel opspelen worden die doorgaans gladgestreken door Matthijs van Nieuwkerk. Neem het debat tussen Jan Mulder, Felix Rottenberg en Femke Halsema over het vertrek van Wouter Bos en de komst van Job Cohen (15 februari); Mulder kwam één keer met een voor hem kenmerkende, belachelijke hyperbool, een paar keer onderbrak Van Nieuwkerk Halsema met scherpe vragen, Rottenberg legde Halsema tweemaal een gewetensvraag voor en toch kreeg je nooit het gevoel dat er ook maar iets op het spel stond (inderdaad, precies wat Postman over nieuwsshows schreef).
Het gevolg van dit familiegevoel is wel dat DWDD een merkwaardig homogeen beeld geeft van wie ertoe doen en welke onderwerpen belangrijk zijn. Steeds meer begint het programma een gesloten gemeenschap te worden van mensen die het met elkaar eens zijn - en alle muziek, boeken, films, tv-programma’s en politiek die ter tafel komen worden aan die gemiddeldheid van meningen getoetst. Wie dissonant kritisch of ongezellig is, is per definitie een outsider. Een van de meest schrijnende voorbeelden daarvan was toen vorig voorjaar NRC Handelsblad-criticus Arnold Heumakers in de uitzending was, samen met Herman Koch. De rolverdeling kon niet duidelijker: Koch behoorde tot de tv-wereld, door zijn verdiensten in Jiskefet, en Heumakers had het gewaagd Kochs bestseller Het diner negatief te bespreken. De eerste vraag van Van Nieuwkerk: 'Meneer Heumakers, het feestje was groot. Meer dan 150.000 exemplaren waren er in de winkel van Het diner verkocht, en u denkt: “Ik ga dat feestje 'ns verpesten”?’
In die vraag van Van Nieuwkerk zit het venijn: in het debat bij DWDD mag je een kritische houding aannemen (Jan Mulder, Jort Kelder en Prem Radhakishun zijn erin gespecialiseerd), maar wezenlijk kritisch zijn wordt niet op prijs gesteld. Dat veroorzaakt breuklijnen in het familieportret. Zo biedt DWDD geen venster op de wereld, maar stuurt het onze blik op de wereld.

Stephan Sanders schreef erover in zijn Vrij Nederland-column. Hij was te gast geweest om te praten over het boek dat hij samen met DWDD-stamgast Arie Boomsma (elf optredens) had geschreven over mannen en hun lichaam. Hij benoemde de interviewstijl van Van Nieuwkerk als 'instant camaraderie, die je, net als oploskoffie, ter plekke wordt bereid’. En aangezien schrijvers vaak wat ongezellige figuren zijn die die camaraderie dreigen te verstoren, worden ze gemeden als de pest: 'Boekenschrijvers zijn voor Matthijs wat voor een oudere generatie (“kritiese”) journalisten vvd'ers waren: slechte mensen die straf hebben verdiend en die je niet mag laten wegkomen met hun zogenaamde mooie praatjes. Ze mogen best vertellen over hun seksleven, maar veel gekker moet het natuurlijk niet worden.’
Een simpel overzicht onderbouwt dit. Harry Mulisch was het afgelopen jaar drie keer te gast, maar geen van die keren was hij uitgenodigd om over literatuur te praten. Joost Zwagerman was er twee keer: één keer naar aanleiding van zijn Boekenweekgeschenk en één keer over zijn 'meest opvallende tv-moment van de maand’. Maarten ’t Hart was er ook twee keer, en sprak respectievelijk over het feit dat hij 65 was geworden en over zijn grote passie voor varkens. Gerrit Komrij was er eenmaal, net als Reve-biograaf Nop Maas.
Op de avond van het Boekenbal waren Heleen van Royen, Susan Smit, Yasmine Allas, Marjan Berk en Naema Tahir te gast, maar dat gesprek ging meer over hoe glamoureus ze eruitzagen en wat een goed Boekenbal maakt ('een vuistgevecht’, zei Smit) dan over de boeken die ze hadden meegebracht die hen als jeugdige lezer ooit hadden beïnvloed. Robert Vuijsje was één keer te gast, om te praten over zijn reisje naar Suriname en zijn voorkeur voor zwarte vrouwen ('met grote billen en grote borsten’, voegde Van Nieuwkerk tot tweemaal toe, mocht u het zelf niet kunnen visualiseren).
Is er een term voor een debat waarin iedereen positief en bij voorkeur niet te veel met de anderen oneens moet zijn? Feit is dat Matthijs van Nieuwkerk een nieuwe standaard heeft gezet voor wat een goed gesprek is: de antwoorden moeten snel zijn, strak, bij voorkeur gevat en zonder angst voor superlatieven. Dat is niet eens zozeer kritiek op Van Nieuwkerk, die soms schoolvoorbeelden geeft van hoe je als interviewer snel en slim door voorverpakte riedeltjes van politici heen prikt. Maar de keerzijde hiervan is dat alleen mensen die net zo alert en ad rem zijn mee kunnen praten. Leuk zijn is de lingua franca voor wie wil meespelen in het discours van De wereld draait door. Je zou het de hysterisering van het debat kunnen noemen. Van mensen die even willen nadenken blijft niets over.


Politiek
De wereld draait door heeft aangekondigd van 31 mei tot aan de verkiezingen op 9 juni een speciale serie programma’s te maken, gepresenteerd door Matthijs van Nieuwkerk en Felix Rottenberg. Heeft DWDD in het afgelopen jaar politiek kleur bekend?
Een ding valt direct op: nog zonder dat Felix Rottenberg mee wordt gerekend (hij was immers ooit partijvoorzitter), gaat de pvda met stip aan kop. In totaal was er in het afgelopen tv-seizoen 31 keer iemand te gast die direct aan de partij verbonden was, als minister, Kamerlid of prominent. De meest frequente gasten waren Ronald Plasterk en Job Cohen (ieder vier keer); Bert Koenders was er drie keer; Lodewijk Asscher, John Leerdam en Diederik Samsom twee keer.
Die 31 keer is ruim drie keer meer dan cda, vvd en GroenLinks, die alle tien keer een gast mochten leveren. De sp leverde drie gasten, d66 vier (elke keer Alexander Pechtold), ChristenUnie twee en Trots op Nederland en pvv (Sietse Fritsma) één.
De populairste politicus was Femke Halsema van GroenLinks, die zes keer te gast was. Ze is daarmee na Halina Reijn en Yvon Jaspers de derde meest geziene vrouwelijke gast. In de politieke populariteitsmeter scoort voormalig staatssecretaris Jack de Vries van het cda de tweede plek (vijf keer).


Gasten
Hoe zag het afgelopen seizoen het publieke debat eruit bij De wereld draait door? Tussen 31 augustus en vorige week vrijdag waren er 164 uitzendingen. In totaal stelde Matthijs van Nieuwkerk 948 keer een gast of tafelheer voor, en dit waren dan weer in totaal 587 verschillende mensen. Dat getal hangt een beetje af van hoe je telt: in dit geval tellen onafscheidelijke combinaties als één. Dus het Rabo-wielerteam, of Nick & Simon, of de dames-zwemestafette tellen als één. Huisdichter Nico Dijkshoorn telt in deze berekening ook niet mee, net zo min als de muzikale gasten. Het gemiddelde aantal gasten per aflevering was 5,7.
74 gasten waren muzikant; 65 waren sporter, scheidsrechter of sportjournalist; 51 waren journalist; 51 waren acteur, actrice of regisseur; 42 waren hoogleraar en wetenschapper; 38 waren cabaretier; 36 waren politicus en 34 schrijver. Voorts waren er zestien kunstenaars of kunstkenners, veertien mode- en trendwatchers, negen advocaten waarvan vier uit de clerus, en twee zakenmensen. Tachtig mensen waren bekend omdat ze bekend zijn, van radio maar vooral televisie, oftewel BN’ers. Dan blijft er nog een restgroep over van ongeveer zeventig personen die in geen van de categorieën past. Vaak waren dit ‘normale’ mensen die iets hadden meegemaakt.
Jan Mulder was met 37 optredens, als gast en tafelheer, de meest geziene gast, op de voet gevolgd door Marc-Marie Huijbregts (36). Felix Rottenberg was er 31 keer, Jort Kelder zeventien keer, Giel Beelen en Beau van Erven Dorens vijftien keer, Prem Radhakishun veertien keer, Maurice de Hond en Yvon Jaspers twaalf keer, Arie Boomsma elf keer en Halina Reijn tien keer.
Het totaal aantal vrouwelijke gasten: 161. Het totaal aantal mannelijke gasten derhalve: 426. Bijna drie keer zo veel.

21 mei is op Nederland 3 de jubileumuitzending van De wereld draait door