Commentaar: DEA

Leurende DEA-agenten

«De Amerikanen vinden onze wetgeving lastig. DEA-covers zijn gewend zelfstandig te opereren. Nederlanders moeten voor alles toestemming vragen», meende strafpleiter Cees Korvinus vorige week in De Groene Amsterdammer. Hij deed die uitlating naar aanleiding van een geheim justitierapport, waaruit deze krant vorige week publiceerde. Daaruit bleek dat verbindingsofficieren van buitenlandse opsporingsdiensten in Nederland te weinig aan banden worden gelegd. Met name agenten van de Amerikaanse Drug Enforcement Agency (DEA) kunnen vrijelijk hun gang gaan. Ze maken zelfstandig gebruik van informanten op Nederlandse bodem, leveren naar Nederlandse maatstaven onrechtmatig verkregen bewijs in gerechtelijke onderzoeken en misbruiken hun diplomatieke status om getuigenverhoor door de rechter te ontlopen. Advocaat Gerard Spong verhaalde in het artikel van officieren van justitie die briefjes onder hun neus kregen geschoven: «Don’t worry, it’s all legal», en vervolgens nergens meer naar vroegen.

Uit het zojuist vrijgegeven strategisch overzicht 2000 van het Bureau for Narcotics and Law Enforcement Affairs van het Amerikaanse State Department blijkt het gelijk van Korvinus en Spong. De Amerikanen schetsen een beeld van een Nederlandse overheid die het heus goed bedoelt, maar wel wat «hulp» behoeft. «Het is vaak moeilijk voor buitenlandse autoriteiten», staat in het strategisch overzicht, «een politieregio te vinden met een duidelijke verantwoordelijkheid op te treden in een specifieke zaak». Dus doen we het maar zelf, lees je tussen de regels. Het Amerikaanse rapport druipt van de War on Drugs-retoriek. Nederland wordt gebrandmerkt als XTC-mekka en de scheiding tussen soft- en harddrugs wordt zonder meer van de hand gewezen.

In het strategisch overzicht van vorig jaar stond onder het kopje «Law Enforcement Efforts» nog een minachtend verhaal over het falende Nederlandse opsporingsbeleid. Onverbloemd stelden de VS toen dat de verbindingsofficieren vaak genoodzaakt waren te gaan «shoppen» om een politieafdeling te vinden met de bereidheid en de middelen «to assist in a case». Dat zo’n «case» zich afspeelt op Nederlands grondgebied waar een andere opvatting heerst over recht, handhaving en drugsbeleid, werd onder het tapijt geveegd.

De huidige versie van het Amerikaanse strategische overzicht is rustiger van toon. Misschien heeft dat te maken met het geheime justitierapport. De aanbeveling daarin luidt dat Nederland buitenlandse verbindingsofficieren — waaronder de met hun cases leurende DEA-agenten — veel strakker aanlijnt, en ze de diplomatieke onschendbaarheid ontneemt bij het begaan van strafbare feiten. Zolang Korthals echter niets doet met die aanbeveling, kan de DEA haar gang blijven gaan. Ook al is men daarover in rapportages niet meer zo openlijk als vroeger.