Leve de antidemocratie!

De democratie begint steeds vervelender trekjes te vertonen. Dat merk je aan zo'n IJburg-referendum.

Hoe je ook over IJburg denkt en wat de uitkomst ook moge zijn (ik schrijf dit artikel op dinsdagmorgen), er zijn twee nadelige effecten geweest: het democratische referendum blijkt een nog niet doordacht politiek instrument, en een aardige, idealistische vereniging als Natuurmonumenten is in een dubieus daglicht komen te staan. Want juist Natuurmonumenten heeft, door een referendum uit te lokken, opeens pure macht kunnen uitoefenen. Het is zoals Annemarie Grewel ongeveer zei: ‘Ik geloof niet dat mensen die contributie hebben betaald aan Natuurmonumenten beseften dat ze dat in wezen deden aan een politieke partij.’
De redenering van Natuurmonumenten is duidelijk: 'Als de beslissing of een natuurmonument wel of niet mag blijven voortbestaan afhankelijk is van de politieke besluitvorming, dan zullen wij trachten onze macht te gebruiken om dat besluit te beïnvloeden.’
Het gevoelige deel van deze zin zit uiteraard in de staart: het beïnvloeden van een besluit door een referendum. Een referendum dat je op zijn beurt weer kunt beïnvloeden met geld.
Je merkt dat het ideaal van het referendum gaat schuren met alle middelen van voorlichting die we hebben (radio- en televisiereclame, etcetera) en die we, bij wijze van spreken, gewoon in een winkel kunnen kopen. Burgemeester Patijn had gelijk toen hij suggereerde dat de drugsbaronnen politieke macht zouden kunnen krijgen indien zij het zouden laten aankomen op een referendum over drugs.
Een barstje in de democratie.
Tegelijkertijd merk je ook dat democratische processen steeds vertragender gaan werken, ondanks computerisering en efficiëntie. Iedereen kan maar voortdurend bij een hogere instantie in beroep gaan. Dat is mooi en biedt misschien wel voor deze en gene bescherming, maar je kunt je afvragen of het niet veel gevaarlijker is als een besluit eenvoudigweg niet genomen kan worden. Wat je merkt is dat de enkeling een zwakke schakel in de ketting dreigt te worden: hij moet zijn positie democratisch afdwingen. Dat geeft stagnatie en agressie.
Wat je merkt is dat men democratische regelingen vervolgens in stand probeert te houden met een steeds groter aantal procedures die gevolgd moeten worden. Dat levert maar een relatieve tijdsbesparing op, en daarbij geeft de overtreding van een simpele procedureregeling weer de mogelijkheid om een lang proces te voeren.
Steeds vaker moet ik denken aan mijn oude held Bakoenin. Minder wetten en minder regels en dat verdomde geld moet op een of andere manier ook minder invloed krijgen.
Je kunt je afvragen of je democratie niet moet zien als een proces waarin nu een bepaalde fase is bereikt. 'Dit kunnen we nou, dus dan kunnen we dat en dat weggooien.’ Je zou je kunnen afvragen of de bescherming van de democratie niet beter gegarandeerd wordt door een aantal strenge, harde, publieksonvriendelijke maatregelen. Een samenleving waarin het aantal plekken wordt vergroot waar het recht van de sterkste zegeviert, lijkt me niet zo bezwaarlijk als je die plekken maar weet.
De vrijheid die de democratie geeft, is een groot goed, maar die vrijheid moet voortdurend bevochten worden. Ik geloof niet dat je dat gevecht democratisch moet voeren. We moeten strenger zijn, harder worden, moed tonen en af en toe dus niet democratisch zijn, maar autoritair en vervelend! En weet u dat het heerlijk is om af en toe zo'n stuk te schrijven.