Jongeren in Egypte

Leve de democratie, maar nu even niet

De jongeren die in 2011 op het Tahrirplein in Caïro de vrijheid bevochten, juichen het bloedige optreden van het leger tegen de Moslimbroederschap toe. ‘Dit land is zestig jaar geregeerd door oppermachtige mannen, we zullen langzaam moeten afkicken.’

Medium rtr2wyvqegypte web

‘Ze hebben dit over zichzelf afgeroepen. De Moslimbroederschap is verantwoordelijk voor de doden. De leiders zijn manipulatief, slinks en machtswellustig’, zegt Anwar. En inmiddels dood, gevangen of op de vlucht, antwoord ik: dat hebben ze toch ook niet verdiend?

We zitten met een groepje jongeren in een waterpijpcafé in Caïro en bespreken zoals gewoonlijk de politieke situatie. ‘Koffiehuisgeneraals’ heten mensen zoals wij in Egypte. Alleen staat nu het land in brand en zijn er honderden doden gevallen. ‘Toch moeten we voorbij de schuldvraag’, reageert Ibrahim. ‘Dit land heeft stabiliteit nodig. Een sterke, eerlijke leider.’ Hij wil een dictator, net als bijna alle jonge, hoogopgeleide Egyptenaren die ik spreek. Tijdens de Arabische lente vochten ze voor een democratische revolutie, nu geloven ze dat het beter is om het land te laten aansterken onder een militair bestuur. Lang leve de democratie, maar nu even niet.

Twee jaar terug bevonden Anwar, Ibrahim en Shereem zich op het Tahrirplein. Net als veel andere protesterende jongeren zijn het kinderen uit de middenklasse: hoogopgeleid, liberaal en bezorgd over de toekomst. Hun ouders zijn apothekers, ict’ers en bibliothecarissen die niet in Mubaraks groep van begunstigden zaten. Ze stuurden hun kinderen naar de dure Engelse of Amerikaanse universiteit in Caïro, zodat ze een baan konden krijgen in het buitenland.

Shereem, politicologiestudente, geloofde in verandering en kwam gewonden verplegen op het Tahrirplein. Anwar was op weg naar de bouwkundefaculteit en bleef hangen. Ibrahim studeerde computer- en informatiewetenschappen en liet zich meeslepen door een studievriend. ‘Ik was politiek gezien een zombie. Maar vanaf het eerste moment van de revolutie begon ik kranten te lezen en onderzoek te doen. Het werd een soort obsessie.’ Ze verheerlijken deze periode. ‘Iedereen was samen, iedereen was optimistisch. We bedachten voor het eerst dat wij de nieuwe leiders van Egypte zouden zijn.’

Het liep anders. De drie politieke kandidaten van de revolutie werkten niet samen. Hoewel ze opgeteld de meerderheid van de stemmen hadden, werd Morsi verkozen tot president. Anwar: ‘Voor de verkiezingen zei Omar Soleiman (hoofd van de inlichtingendienst van Mubarak – sh) dat Egypte nog niet klaar was voor democratie. Destijds was ik het niet met hem eens. Nu denk ik dagelijks aan zijn woorden.’ Shereem: ‘Als we nu weer verkiezingen uitschrijven, spelen we Russische roulette met het land. Wat als de Moslimbroederschap weer wint? Of een andere machtsbeluste idioot? Het zou een klap kunnen opleveren waar we niet meer bovenop komen.’ De Egyptische bevolking moet eerst democratie leren begrijpen, vinden ze. Het land heeft een adempauze nodig – vijf jaar? tien jaar? En daarna durven ze zich weer aan democratie te wagen.

Het leger heeft de afgelopen tijd hard aan zijn imago gewerkt. Twee weken terug herhaalde de omroepinstallatie op het centrale metrostation Sadat de hele dag één nummer. ‘Het leger heeft ons gered’, zong een mannenstem, ‘dank aan het leger.’ Een paar dagen later tekenden F16’s hartjes in de lucht boven het Tahrirplein. Bij het begin van het Suikerfeest deelde het leger bloemen uit op straat, voor veel van mijn Egyptische vrienden een teken dat het leger om ze geeft. Ons leger is niet zoals andere legers, zeggen ze, ons leger is te vertrouwen. Zelfs tijdens het bloedvergieten dat nu gaande is in Caïro geloven ze dat een militaire leider rust en veiligheid kan brengen. ‘Het leger denkt tenminste aan die arme mensen die rondom dat Rabaaplein wonen, in tegenstelling tot die egoïstische Moslimbroederschap’, zegt Anwar.

Hij vervolgt: ‘Absolute macht is gevaarlijk als de leider geen goede intenties heeft, maar het leger zou ons nooit iets aandoen.’ Maar is macht met tegenmacht niet per definitie veiliger? vraag ik. ‘Zelfs als een doemscenario volgt en er in de volgende verkiezingen een idioot wordt verkozen is er de trias politica om te zorgen dat de schade beperkt blijft. Dat kunnen we niet zeggen van een militaire dictatuur.’

Ik denk aan de beroemde woorden van de Amerikaanse president Madison: ‘If men were angels, no government would be necessary. If angels were to govern men, neither external nor internal controls on government would be necessary.’ Het leger heeft de Moslimbroederschap jarenlang gewelddadig onderdrukt en een corrupt regime in het zadel gehouden. Ik zie geen stralenkrans boven het hoofd van generaal Sisi.

‘Geen macht zonder tegenmacht, dat is lastig te implementeren als de tegenmacht nog in de luiers zit’, zegt Ibrahim. Niet alleen zitten de politie en de rechterlijke macht nog vol antirevolutionairen, ook het volk is nog niet klaar om de president te controleren, gelooft hij. Democratie wordt verward met een verkozen dictatuur. ‘Ze wachten op een held, zodat ze daarna niet meer kritisch hoeven te zijn. Ze snappen niet dat democratie meer is dan stemmen. We zijn zestig jaar geregeerd door sterke, oppermachtige mannen. Dit land heeft nu last van een soort collectief Stockholmsyndroom. Mensen zullen langzaam moeten afkicken.’

Mensen snappen democratie gewoon niet, is het terugkerende argument. Met name op het platteland heerst er enorme armoede en veel mensen kunnen nog altijd niet lezen of schrijven. ‘En dan komt de Moslimbroederschap ze vertellen over zonden en de hel of ze kopen ze om met olie en suiker. Dan kun je ervan uitgaan dat ze op Morsi stemmen of op welke machtswellustige idioot dan ook’, meent Shereem. ‘De Moslimbroederschap is een soort grote octopus die zijn tentakels steeds verder uitstrekt’, zegt Ibrahim. ‘Aan de andere kant, zolang mensen niet kritisch kunnen nadenken en alles geloven wat ze op tv horen, zullen ze altijd misbruikt worden door dictators in spe.’

‘Wat het land nu meer dan ooit nodig heeft is stabiliteit’, vindt Shereem. ‘Mensen moeten zich weer veilig voelen op straat en weer banen hebben. En ondertussen kunnen we bouwen aan een echte democratie. Een democratie waarin kritische burgers geïnformeerd stemmen.’ Je kunt het mensen niet kwalijk nemen, vindt ze, dat ze zich niet gedragen als modelburgers. Ze weten simpelweg niet hoe dat moet. Anwar valt haar bij: ‘Mijn bedrijfje zou dit jaar break-even draaien als alles meezat. Dat zat het duidelijk niet. Nu moet ik me zorgen maken over hoe ik alles ga betalen, over hoe ik voor mijn moeder kan zorgen als ik me in de schulden moet steken. En bedenk: ik heb het nog best goed. Ik heb een opleiding, een behulpzame familie. Stel je eens voor hoe het voor de armen moet zijn.’

Het lijkt paradoxaal om de democratie af te schaffen zodat er democratie kan komen. Maar Anwar vindt dat de situatie vergelijkbaar is met leren zwemmen: als je mensen in één keer in het diepe gooit, dan verzuipen ze. ‘Kijk eens om je heen. Niemand leert wat dan ook in deze chaos.’ Zolang mensen niet leren verantwoorde, democratische keuzes te maken, leiden verkiezingen enkel tot chaos. Dankzij de val van Mubarak hebben mensen hun stem gevonden, maar ze weten niet hoe ze die moeten gebruiken, vindt hij. ‘Ze weten niet hoe ze overheidsbeleid kunnen beïnvloeden zonder de straat op te gaan. Ze kennen geen ander politiek instrument dan een miljoenenmars.’

Het lijkt mij een gezond proces van vallen en opstaan. Maar dat is lastig te verteren als elke val weer ten koste gaat van banen in een toch al haperende economie. Bij elk protest blijven er weer toeristen thuis, Egyptenaren blijven op hun geld zitten. Anwar: ‘Dit land houdt dit niet veel langer vol.’

Veel jonge, hoogopgeleide Egyptenaren wantrouwen de democratie omdat ze hun landgenoten niet durven te vertrouwen. Want die landgenoten kunnen niet kritisch nadenken, willen geen democratie, en blijven maar protesteren. Wie zijn deze naamloze Egyptenaren die voor de rest de boel verpesten? Niemand kan het me duidelijk maken. ‘De mensen op het platteland’, zegt de een, ‘de massa’s op het Ramsesplein’, zegt de ander.

Egypte is verdeeld door diepe kloven, tussen rijk en arm, stad en land, liberaal en orthodox. Verschillende groepen gaan naar verschillende scholen, horen bij verschillende moskeeën en bezoeken verschillende cafés. Moslimbroeders, voornamelijk gesteund door de armen op het platteland, willen niet door één deur met de moordenaars van het leger. Liberalen en verdedigers van het oude regime, met name gesteund door de stedelijke middenklasse, verachten de Moslimbroeders. ‘Ontvriend me als je de Moslimbroederschap steunt’, schrijven velen op hun Facebook-pagina. Onder een militair regime hoeven al deze groepen niet met elkaar te communiceren.

Jonge Egyptenaren die ik heb ontmoet hebben me telkens weer hun vriendelijkheid, energie en idealisme laten zien. Ze organiseren filmvoorstellingen in de openlucht, vegetarische potluck dinners of gratis taalcursussen met expats. Maar ze lijken niet te geloven dat hun inzet toereikend is om hun land naar de democratie te helpen. Want er is altijd ‘die ander’ die niet meedoet, die het allemaal niet snapt.

Egypte is nog niet klaar voor democratie, zeggen ze, op basis van de vermeende meningen van anderen die ze nog nooit hebben gesproken. Maar eigenlijk zijn zij zelf, de toekomstige leiders van Egypte, eveneens het probleem. Zij geloven niet in dialoog. Zij geloven nu niet in macht en tegenmacht. En ze geloven niet dat ze zonder het leger kunnen.

Als de jonge Tahrirplein-gangers van twee jaar geleden nu niet willen vechten voor democratie zie ik het somber in voor de rest van het land. Het is tijd dat Egypte’s jonge koffiehuisgeneraals uit de koffiehuizen komen en een dialoog aangaan met de groepen die ze wantrouwen. Het is tijd dat ze mensen met andere meningen niet ontvrienden, maar juist toevoegen op Facebook.


Sacha Hilhorst studeert politiek en economie in Amsterdam. Deze zomer loopt ze stage bij een vrouwenrechtenorganisatie in Caïro