Opheffer

Leve de oude hbs

>Het onderwijs is de afgelopen twintig jaar schrikbarend achteruit gegaan. De reden hiervan is een mooi voorbeeld van de linkse reflex. En tegelijkertijd zie je dat het de uitkomst is van een vorm van denken die getypeerd wordt door het credo: als Mohammed niet naar de berg komt, komt de berg wel naar Mohammed.

Men wilde dat destijds zo veel mogelijk leerlingen een mooi diploma zouden halen om zodoende de doorstroming naar werk en de universiteit te bevorderen. Geld was er genoeg, dus je kon niet beweren dat «arbeiderskinderen» (die vroeger niet konden studeren omdat er geen geld was) geen kansen kregen – die arbeiderskinderen namen hun kansen overigens en gingen studeren. En toen werden het allochtonen, die, toen ik nog les gaf, anderstaligen werden genoemd en een achterstand hadden.

Tja, daar was het probleem. Dertig jaar geleden wisten we al dat wie op latere leeftijd een nieuwe taal moest leren, altijd een taalachterstand zou hebben. Ook zijn kinderen – zo wisten we toen al – zouden een taalachterstand houden. De derde generatie zou er geen last meer van hebben, die zou totaal geïntegreerd zijn.

Als leraar Nederlands op een vmbo moest ik het klaslokaal in («taakuren!») met een mand vol spulletjes om aan twaalf-, dertienjarigen – die net veertien dagen in Nederland waren – Nederlands te leren. «Mes! Vork! Schaar! Brood!» Dat was iets anders dan vertellen over Reve, Hermans en Wolkers… Niet erg, ik deed het met liefde, want ik meende iets belangrijks te doen.

Maar ook herinner ik me heel goed dat we toen al het «eindexamenprobleem» hadden. We wisten dat er kinderen in het eindexamenjaar zaten die hun diploma eigenlijk niet uitgereikt mochten krijgen, omdat ze daar te slecht voor waren, maar tegelijkertijd begrepen we dat als we die kinderen, op het laagste onderwijsniveau, een diploma zouden onthouden, ze helemaal nergens meer terecht zouden kunnen. En dus besloten we de schoolonderzoeken – die we in eigen hand hadden – zeer te vergemakkelijken, zodat een slecht landelijk schriftelijk examen gecompenseerd kon worden. Iedere school deed dit, en sterker: ik geloof (en weet) dat er nog steeds scholen zijn die zulke afwegingen maken.

Omdat we eigenlijk corrupt bezig waren en de overheid ons probleem ook wel zag, is het niveau steeds lager geworden. Dachten we niet: dit is te gek? Nee, integendeel. Het was ons protest tegen een wat wij toen «falend overheidsbeleid» vonden. Wij, onderwijzers, volgden namelijk de volgende redenering: die allochtone kinderen zijn hier in Nederland een «lost generation». Die zullen nooit en te nimmer het intellectuele niveau halen van de autochtone kinderen. Een snelle integratie kun je alleen bewerkstelligen als ze in het bedrijfsleven op het oog gelijke kansen krijgen. Die gelijke kansen schep je met gelijke diploma’s.»

Het was geen goede redenering, maar ze kwam, zoals zo veel redeneringen, uit een goed hart.

Het gevolg zien we nu. Wie havo heeft, heeft eigenlijk een vmbo-diploma. Wie het vwo heeft gevolgd, heeft nog niet eens het oude havo-niveau. Zelfs van het gymnasium hoor ik klachten, maar weinig.

Het onderwijs moet en moet en moet beter worden, maar hoe gaat dat aangepakt worden? Draai je al die middenschoolideeën, studiehuizen en weet ik wat voor onzin nog terug? «Klassikaal onderwijs is ouderwets», hoorde ik laatst. Wat een onzin. Er bestaan daarover geen goede onderzoeken. Zoals er ook over het studiehuis geen goed onderzoek bestaat. Het is een ideetje, een grappigheidje, een bedenkseltje, maar wel een met ernstige consequenties. Wetenschappelijk denken is naar de achtergrond geschoven – dat kunnen we wel constateren.

Maar stel dat we de eisen opschroeven, dat je niet een pretpakket mag hebben, maar gewoon in zeventien vakken eindexamen moet doen, krijg je dan niet heel snel weer een tweedeling?

Dat is nog maar de vraag.

Het verschil tussen zij die kennis hebben en zij die die niet hebben, is nu zeer voelbaar – ook al hebben beide partijen dezelfde diploma’s. Want kennis is meer dan een diploma.

Een groter probleem is echter dat we niet goed meer weten wat we willen onderwijzen. Wat is geschiedenisonderwijs in een land waarin de helft straks de islamgodsdienst heeft? Ligt de nadruk dan op Rome of Mekka? Op Mohammed of Wittgenstein? Ga je een tijdbalk uit het hoofd laten leren? Geef je wetenschapsgeschiedenis? Mentaliteitsgeschiedenis? Ik weet het niet. Maar weten de kenners het?

Het grote gevaar blijft nu ook: de linkse reflex, waar ik zelf ook zo’n last van heb. Dat we weer gaan denken: o God, als we de lessen ingewikkelder en moeilijker maken, zijn onze allochtonen hier dan het slachtoffer van… Ze zijn, moeten we beseffen, het slachtoffer geworden van onze slapte en daardoor ons slechte onderwijs. De meeste allochtonen doen het overigens goed, wat onderwijs betreft. Kijk naar professor Afshin Ellian en naar de bijna doctor Ayaan Hirsi Ali. Als ze maar leren! Als ze maar hun huiswerk maken. Als ze maar niet spijbelen. Als ze maar regelmatig aan sport doen en lief zijn voor hun vader en moeder. Als ze maar op tijd naar bed gaan. Als ze zich maar netjes kleden. Als ze maar aan een zekere discipline willen voldoen. Als ze maar respect hebben voor de docent, omdat die meer weet dat zij. Als ze maar doen wat hij of zij zegt. Als ze maar hun mond houden en ordelijk zijn. Ik weet dat het lijkt dat ik dit schrijf om de lezer te laten lachen, maar ik meen het, hoe belachelijk het misschien ook hier staat. Maar er zijn nauwelijks meer schoolregels (om over te schrijven), men vindt kledingvoorschriften idioot, het respect voor de onderwijzer omdat hij veel weet, is ver te zoeken en orde is in de klas niet vanzelfsprekend en wordt gezien als iets wat bij de persoonlijkheid van de docent hoort – wat onzin is, of hebben we weggesaneerd.

Leve het oude gymnasium en de oude hbs. Want een mens is alfa of bèta, en is hij beide, dan moet hij dat tonen.